Foto bij ~9~

‘Nina, het is niet veilig om alleen door het bos te rennen. Er lopen daar gevaarlijke wezens rond.’ Zegt Carlise met een strenge toon in zijn stem.
‘Ik weet dat er gevaarlijke wezens rondlopen. Wezens zoals jullie. Wezens zoals de stam.’ Zeg ik waarop Carlise knikt.
‘We kunnen Bella bellen. Zij kan Nina terug brengen naar de andere kant.’ Roept het elven meisje vrolijk.
‘Geen denken aan Alice! Bella gaat NIET over de grens!’ Roept Edward boos naar het kleine elven meisje Alice.
‘Ik kom vast wel zelf thuis.’ Onderbreek ik de broer en zus in hun conversatie. Ik sta op en lach voorzichtig naar de familie. ‘Bedankt voor jullie gast vrijheid. Ik hoop jullie snel weer te zien.’ Bedank ik ze vriendelijk. Heel de familie staart me verbaast aan, maar knikt dan toch. Zonder nog op antwoord te wachten van de familie loop ik naar buiten en begin ik weer te rennen. Het is een aardige maar rare familie. Iets zegt me dat die familie en de groep jongens mijn familie zal worden of al op een vreemde manier is. ik ben weer bij de kloof en weer moeiteloos spring ik er over heen. ik land soepel om me heen en kijk verbaast om me heen. Hoe kan ik dit? Ik heb zelfs het gevoel dat ik beter hoor, beter ruik, beter zie en beter voel. Net of ik ben gemuteerd in iets wat diep in mij verborgen zat.
‘Nina! Nina waar ben je? We maken ons zorgen om je!’ hoor ik Paul in de verte schreeuwen. Ik begin in de richting van het geschreeuw te rennen en ik begin te lachen als ik hem al zie staan op een openveldje. Uit het niets word het zwart voor mijn ogen en lijkt het net of heel de wereld op pauze staat. Ik hoor helemaal niks, voel niks, ruik niks en zie niks meer.
‘April! April waar ben je? We maken ons zorgen om je!’ Hoor ik Paul in de verte schreeuwen. Ik begin in de richting van het geschreeuw te rennen en ik begin te lachen als ik hem al zie staan op een openveldje.
Het beeld is bijna precies het zelfde. Ik kijk verbaast om mee heen en ik sta nog steeds op de zelfde plek. ik kijk voor me en zie de rug van een van de jongens. Ik weet zeker dat het Paul is. ik ren zo hard als ik kan op hem af en spring op zijn rug. Ik laat hem los en hij draait zich verbaast om. Ik kijk hem in zijn ogen en zie het grote beest voorbij flitsen.
‘Wolf?’ mompel ik verbaast. ‘Het was een wolf.’ Zeg ik zachtjes. ik kijk om me heen en zie dat Jared, Seth en Embry er ook bij zijn komen staan. ‘Jij was die wolf.’ Zeg ik en kijk weer naar Paul die me geschokt aan kijkt. ‘Jullie zijn Shapeshifters.’ Mompel ik verbaast naar de vier jongens.
‘H-hoe weet jij dat wij…’ Stamelt Seth.
‘Mij gevoel zei het en ik herkende zijn ogen van de zilvergrijze wolf.’ Vertel ik de jongens en kijkt dan weer naar Paul. ‘Wie is April?’ vraag ik uit het niets. De jongen kijkt me verdrietig aan. Ik zie zijn arme trillen en ik wil hem aan raken, maar de grom die uit zijn keel komt houd me tegen. Ik zie hoe de jongen uit zijn vel scheurt en op dat zelfde moment spring ik weg voor hij me kan raken. Als ik weer opkijk zie ik nog een zilvergrijze staart de bosjes in verdwijnen. Seth en Embry kommen op me afrennen en helpen me vlug overeind.
‘Zeg die naam nooit meer in zijn bijzijn!’ hoor ik Jared schreeuwen voor hij de bosjes in rent en achter Paul aangaat.
‘hoe weet jij van April haar bestaan af?’ vraagt Embry verbaast waarop ik geschokt mijn schouders ophaal. ‘Paul had ooit een zusje met de naam April. Ze is bij hem weggetrokken en in een pleeggezin gezet.’ Gaat hij zachtjes uit. Ik knik en blijf verbaast naar de bosjes staren waar Paul en Jared zijn verdwenen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen