Foto bij Chapter eighty

Met nog 10 minuten voordat de wedstrijd begint, ren ik zo snel ik kan naar het Yamaneko Stadium. De beveiliging laat mij zonder problemen door en ik ren hijgend de gang door. Zodra ik het einde van de gang bereikt heb, stop ik met rennen en stap ik hijgend naar mijn team toe. Mijn blik is naar de grond gericht en mijn tas gooi ik neer bij de rest van de tassen. ‘Milou!’ wordt er opgewekt geroepen. ‘Waar zijn Endou en de rest? Wat is er gebeurd?’ wordt er luid door elkaar geroepen, maar ik reageer op niemand. Nog half buiten adem, trek ik mijn trainingspak uit en gooi het neer. Ik neem een grote slok water en stap op Atsuya af. Zonder met iemand oogcontact te maken en met mijn blik naar de grond, sla ik mijn armen om hem heen en druk ik zacht hijgend mijn gezicht tegen zijn borst. De sjaal om zijn hals, wikkel ik deels om mijzelf heen en haal zo rustig mogelijk adem. Atsuya legt zijn armen beschermend om mij heen en ik kan hem zijn schouders op voelen halen als iemand vraagt wat er aan de hand is. ‘Milou,’ hoor ik Kai’s stem achter mij. Ik schrik op door het horen van zijn stem en versterk mijn greep om Atsuya. Door de manier waarop Atsuya mij vasthoudt, weet ik dat hij het gevoeld moet hebben en houdt me iets steviger vast. ‘Waar ben je geweest?’ vraagt Kai. Zijn stem is kalm, maar de dreigende ondertoon zorgt ervoor dat ik mij nog minder naar hem toe wil draaien. Als hij mijn rode ogen ziet, ben ik de klos. Zijn voetstappen komen dichterbij en zodra ik zijn hand op mijn schouder voel, gaat er een schok door mij heen. Ik weet behendig onder zijn hand en uit Atsuya’s greep te komen, maar struikel over mijn voeten. Ik maak een klap tegen de grond en krul mij vloekend op. Ik duw mezelf brommend overeind en staar naar het grasveld waar ik op zit. Kai’s schaduw valt over mij heen en de jongen staat met zijn armen over elkaar geslagen. ‘Milou,’ dringt zijn stem opnieuw. Ik knijp gefrustreerd in het gras terwijl de tranen in mijn ogen opwellen. Via mijn ooghoeken kan ik mijn moeder op de bank zien zitten, waarschijnlijk om de taak als coach voor deze wedstrijd op zich te nemen gezien ik geen van de andere zie. ‘Mi-’ maar voordat Kai zijn zin afgemaakt heeft, heb ik mezelf overeind geduwd en kijk ik hem met waterige ogen aan. Terwijl de zon mijn rode ogen extra laat reflecteren, kan ik Kai’s harde blik, in een blik vol ongeloof zien veranderen en vallen zijn armen als “verslagen” naast zich. ‘Wa-’ Ik bijt hard op mijn lip en schud mijn hoofd lichtjes voordat hij een vraag kan stellen. ‘Wat heb je gedaan?’ sist hij zacht tussen zijn tanden door. ‘Niets,’ beantwoord ik hem zacht terug, zonder de jongen voor mij aan te durven kijken. Kai balt zijn handen kort tot vuisten en keert zijn blik naar de banken toe. Ik kan hem zacht zijn tanden horen knarsen en een diepe zucht slaken. ‘Ze kan niet spelen,’ luidt zijn stem dan. Vol ongeloof komt de rest van het team op ons aflopen, maar heb ik mijn blik snel weer naar de grond gericht. ‘Hoe bedoel je “ze kan niet spelen”!? We hebben geen Endou, geen Kidou, geen Sakuma én geen Fudou! Zonder Milou op het veld zijn we helemaal gedoemd!’ wordt er luid geroepen. Het hele team roept een beetje door elkaar heen, duidelijk van slag af dat degene die het team normaliter leiden, niet aanwezig zijn en dat de laatste persoon niet mag spelen. Het fluitsignaal voor de start van de wedstrijd, echoot over het veld en het publiek begint luid te juichen als The Empire het veld betreedt. ‘We zullen wel moeten spelen. Er is geen andere keus. Als Kai zegt dat het niet kan, zal daar wel een reden voor zijn. Wat dat dan ook mag zijn,’ kan ik Kazemaru horen zeggen. De manier waarop hij het zegt, maakt mij van binnen boos, maar ik weet het van mij af te zetten. ‘Ik kan spelen,’ kaats ik als reactie terug. Met een zelfverzekerde blik in mijn ogen kijk ik op naar mijn team. Opnieuw glanzen mijn rode ogen in de zon, maar ik geef geen zak om de gezichtsuitdrukkingen van mijn team. Ik keer mij naar mijn moeder toe en schenkt haar een kleine glimlach. ‘Geef mij de aanvoerdersband. Ik leid het team door deze wedstrijd,’ voeg ik eraan toe. Mijn moeder werpt een blik langs mij, richting Kai en knikt dan kort. Ze staat met een diepe zucht op en stapt op mij af. Ik krijg de aanvoerdersband in mijn hand gedrukt. ‘Je kent de regels. Zodra de computer aangeeft dat het fout gaat, haal ik je van het veld. Door enkelt al met die ogen op het veld te stappen, loop je een groot risico. Als je nu de grens overgaat, is het voorbij,’ zegt ze serieus. Met mijn blik op de aanvoerdersband gericht, sluit ik mijn hand om het voorwerp en kijk met een zelfverzekerde blik op naar mijn moeder. Ik knik haar glimlachend toe en schuif de aanvoerdersband om. Mijn haren knoop ik tot een staart en keer mij naar het team. ‘De spitsen voor dit team zijn Atsuya, Gouenji en ik. Middenvelder zijn Shiro, Kazemaru en.. Hiroto,’ spreek ik de groep toe. Bij het noemen van Hiroto’s naam, kijk ik hem kort aan en kan ik Kageyama’s woorden door mijn hoofd horen spoken. ‘Wie is de schuldige aan de vloek die op jouw lichaam rust? Wie is de schuldige die het echte monster heeft gecreëerd?’ Met grote ogen staar ik als verdoofd naar de roodharige jongen voor mij. Een hand op mijn schouder, laat me opschrikken en schudt het dagdromen lachend van mij af. ‘Sorry,’ voeg ik eraan toe en glimlach de groep toe. ‘Onze verdedigers zijn Tsunami, Kabeyama, Hijikata en Kogure. Kai, jij bent onze goalkeeper voor deze game,’ spreek ik de groep opnieuw toe. ‘We kunnen dit, ook zonder Endou en de rest!’ Iedereen gooit juichend een arm in de lucht en holt éen voor éen het veld op. Op een rustig tempo stap ik richting het veld. Mijn blik glijdt observerend langs iedere speler en blijven opnieuw bij Hiroto hangen. Kageyama’s woorden echoën opnieuw door mijn hoofd. Een benauwd gevoel bekruipt mijn lichaam als de herinneringen van Aliea Academy aan mij voorbij razen en zodra het kristal aan mij voorbij flitst, deins ik geschrokken naar achter. Als ik ergens tegenaan bots, kijk ik verrast achterom en kijk recht in het bezorgde gezicht van Atsuya. Hij kijkt mij zwijgend aan en ik kan hem zachtjes zijn tanden horen knarsen, voordat hij zijn blik naar het veld draait. ‘Weet je dit zeker, Milou?’ vraagt hij bezorgt. Een kleine glimlach siert mijn gezicht en kijk naar het veld. ‘We hebben een belofte gemaakt voordat we hierheen kwamen. Daar hou ik me aan,’ beantwoord ik hem. Een zachte zucht achter mij laat me zachtjes gniffelen en draai me naar Atsuya. Zijn hand legt hij zacht tegen mijn wang en ik kan de pijn in zijn ogen zien staan als hij mij aankijkt. ‘Het komt goed. Het zal mij niet de baas zijn,’ stel ik hem gerust. Ik druk een kus op zijn lippen en stap dan glimlachend naar achteren. ‘Kom, we moeten een wedstrijd winnen.’ Atsuya knikt mij toe en samen stappen we naar onze positie. Via mijn ooghoeken kijk ik naar Hiroto en hoor ik weer dezelfde stem in mijn hoofd echoën. ‘Wie is de schuldige aan de vloek die op jouw lichaam rust?’

Reacties (1)

  • Luckey

    thats is the question

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen