Foto bij H.150.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik hou van je,' zeg ik en omdat ik te bang ben om erachter te komen of hij bereid is om het terug te zeggen, kus ik hem, bijna radeloos.
Zijn ene hand glijdt naar mijn onderrug en de andere ligt in mijn nek. Hij trekt me haast krampachtig tegen zich aan, alsof hij me niet dichtbij genoeg kan brengen. Mijn lijf tintelt op de plekken waar hij me aanraakt en ik verlies mezelf in hem, in zijn geur en zijn warmte en het gevoel van zijn mond op de mijne.
'Ik hou ook van jou,' reageert hij dan en hij neemt de moeite niet eens om zijn lippen echt van de mijne te halen, alsof hij het niet kan verdragen om ook maar een millimeter verder bij me verwijderd te zijn. 'Te veel.'

Ondanks dat ik zou willen verdwijnen in zijn armen en onze werelden wil laten versmelten zoals alleen wij dat samen kunnen, besef ik me dat ik niet te snel moet gaan. Hoe je het ook wendt of keert, onze relatie kan niet meer meteen zijn wat het was. Er is teveel wantrouwen. Te veel pijn. Te veel waar nog niet over gepraat is.
Met tegenzin trek ik mezelf terug.
'Ik weet dat ik nog een hele hoop uit moet leggen,' prevel ik en ik kan het me niet opbrengen om hem recht aan te kijken. Ik heb maandenlang gesmacht naar die ogen tot op het punt waarop het gewoonweg zelfdestructief was en nu ik eindelijk weer bij hem ben, kan ik niet eens naar hem kijken. 'Maar de arts zegt dat je veel moet rusten. Je kunt maar beter gaan slapen, denk ik. Ik... eh... ik ruim hier dan wel op.'
Weg van de bokszak heeft hij niet veel veranderd aan het interieur, maar de vuilnisbak puilt uit en overal liggen pizzadozen en lege flesjes bier. Hij heeft duidelijk gebruik gemaakt van het feit dat hij nu achttien is.
'Ga jij anders ook slapen. Ik ben niet de enige die in het ziekenhuis heeft gelegen,' oppert hij, maar ik schud alleen maar mijn hoofd. Ik zit vol. Mijn gedachtes puilen uit. Er is te veel verwarring. Te veel verlangen. Te veel spijt. Te veel emoties. Ik moet even nadenken en dat kan niet wanneer ik in zijn armen lig, ook al is dat wel de plek waar ik het liefste wil zijn.
Wetende dat ik veel te koppig ben om tegen te spreken, geeft hij me met tegenzin een kus op mijn haar en loopt dan naar boven. Zodra hij weg is, veeg ik over mijn wangen, maar ik kom erachter dat daar helemaal geen tranen meer zijn. Dat is ook voor het eerst.
Ik raap mezelf bij elkaar en pak een vuilniszak, die hij nu om de een of andere reden op een andere plek bewaart dan eerst, waardoor ik eerst even moest zoeken. Terwijl ik alle troep erin begin te gooien, gaat boven de douche aan. Tegen de tijd dat die weer uitgaat, heb ik al een hele zak vol weten te krijgen met afval.
Ik zet het ergens weg in de hoek en loop dan naar de tafel, om daar een stoel aan te schuiven die schuin stond. Dan besef ik me dat de enige reden dat ik dat doe is dat mijn moeder altijd woedend werd als het huis niet schoon was, als alles niet keurig netjes was en recht stond. Ze sloeg krukken kapot tegen de muur, gooiden glazen naar me in de hoop dat ik leeg zou bloeden en rukte gordijnen van de muur, maar verwachtte wel dat alles op orde was. Eigenwijs zet ik de stoel scheef. Het voelt als een grotere stap dan dat het daadwerkelijk is.
Even blijf ik vertwijfeld stilstaan, maar het geluid van voetstappen op de traptreden wekt me uit mijn roes van overpeinzingen. Ik draai me om en zie dat Evan beneden aan de trap staat. Hij draagt een oud shirt en een joggingbroek. Zijn haar is nog nat van het douchen en alsof hij ziet dat ik ernaar kijkt, haalt hij er een hand doorheen.
‘Hi,’ zeg ik een beetje schaapachtig wanneer hij me iets te lang in stilte heeft bekeken, een onderzoekende blik ik zijn ogen, alsof hij elk moment notities kan gaan maken. Een beetje onzeker verplaats ik mijn gewicht van mijn ene been op mijn andere en kruis mijn armen voor mijn buik.
‘Gioa,’ begint hij, zijn stem bijna radeloos, alsof hij ook niet meer weet wat hij moet doen. ‘Dit hoef je niet te doen. Jij bent ook moe. Kom anders ook gewoon slapen.’
Ik twijfel.
‘Alsjeblieft?’ voegt hij eraan toe en zijn ogen lijken onweerstaanbaar veel op die van een puppy.
‘Oké,’ geef ik dan toe en ik begin naar de trap te lopen, waarbij ik in het voorbijgaan de stoel weer rechtzet.
Hij laat mij voorop lopen wanneer we naar boven gaan en ik kan niet anders dan heel even aarzelen wanneer ik bij de slaapkamerdeur aangekomen ben. Zo veel herinneringen. Snel roep ik mezelf weer tot de orde en ik loop naar binnen. De hele kamer ruikt naar hem en de tranen springen me in de ogen, wat heel onlogisch is, gezien niet langer elke herinnering aan hem pijnlijk hoeft te zijn. Ik ben immers weer thuis.
Ik loop naar de kast en zie dat al mijn kleren daar nog liggen. Aarzelend pak ik een shirt wat altijd te wijd voor me is geweest, zodat het Evan misschien niet opvalt hoe veel ik ben afgevallen, al betwijfel ik dat hij het niet al lang al heeft gezien. Ik zoek er een ruime joggingbroek bij en verdwijn in de badkamer om mezelf om te kleden.
'Evan?' zeg ik zodra ik klaar ben en de deur opendoe. Ik was misschien iets te luid, want hij staat vlakbij de badkamerdeur en dat is wel ietsje dichterbij dan ik had gedacht. Ik ga iets zachter verder. 'Weet jij waar die zalf ligt die ze me meegegeven hebben?'
Om de kans op een goed herstel te vergroten en om een mogelijke ontsteking of infectie tegen te gaan, hebben de artsen me een of andere zalf meegegeven die ik op de gehechte snee moet smeren. Evan knikt en kijkt even zoekend om zich heen, waarna hij naar een tas in de hoek loopt. Na een beetje gerommel haalt hij daar een wit potje met een rood etiket eruit en geeft die aan me.
Ik bedank hem en verdwijn de badkamer weer in. Wanneer ik voor de spiegel sta, houd ik mijn hoofd een beetje schuin om mijn hals beter te kunnen bekijken. Ze hebben een kleur hechtdraad gebruikt die redelijk onopvallend is tegen mijn huid, maar het ziet er nog altijd naar uit en ik ga er een lelijk litteken aan overhouden. Ondanks de pijnstillers doet het nog steeds zeer. Maar is niet even pijnlijk als toen Matthew me bewusteloos sloeg. Het is niet even pijnlijk als toen ik tegen de touwen vocht, wanhopig proberend om los te komen. Het is niet even pijnlijk als toen hij dat mes pakte en...
Ik adem scherp in en duw de gedachte weg. Ik wil er niet aan denken. Ik wil er echt niet aan denken.
Geïrriteerd door mijn talent om traumatische gebeurtenissen mijn hoofd te laten vullen tot ik niet meer normaal kan functioneren, doe ik een poging om het potje open te doen, maar het is al te laat. Mijn ademhaling is versneld en mijn handen trillen. Door het beven van mijn handen lukt het me maar niet om de deksel los te draaien.
'Verdomme,' vloek ik zachtjes - en ik hoop maar dat Evan het niet gehoord heeft.
Maar blijkbaar heeft hij dat wel, of misschien heeft hij me gewoon door de open deur heen zien worstelen, want hij loopt naar me toe. Zachtjes pakt hij het potje uit mijn handen en ik laat het gebeuren. Ik durf hem niet aan te kijken en bijt op mijn lip, mijn gezicht van hem weggedraaid. Teder strijkt hij mijn haren achter mijn schouder en doet dan wat van de zalf op zijn vinger. Zo voorzichtig mogelijk smeert hij de zalf op de snee en ik slik. Veel pijn doet het niet en de koele substantie op de brandende huid werkt verzachtend, maar nog altijd voelt het vervelend.
Op fluistertoon bedank ik hem, maar hij zegt niets terug, wetend dat ik het liefst wil doen alsof deze hele situatie niet bestaat. Ik word niet graag geholpen. Ik ben het niet gewend. Toch leg ik dankbaar kort mijn hand op de zijne, die op de rand van de wasbak rust. We maken kort oogcontact. Hij kijkt me aan met een verzorgende blik, alsof hij me in een geruststellende omhelzing trekt met zijn ogen. Ik ben er van overtuigd dat hij de enige op aarde is die dat kan.
Hij wast zijn handen en loopt de badkamer uit. Ik blijf nog even achter, maar nadat ik mezelf lang genoeg vol walging in de ogen heb aangekeken via de spiegel, scheur ik mijn blik los en loop ik ook naar buiten.
Evan staat naast het bed en brengt zijn handen naar zijn nek om zijn shirt over zijn hoofd te trekken. Ik zie hoe zijn gezicht vertrekt van de pijn zodra hij dat doet. Geërgerd stap ik naar hem toe ik sis dat hij zich niet zo idioot moet gedragen en dat hij voorzichtiger moet doen. Hij rolt met zijn ogen, maar spreekt me niet tegen wanneer ik hem met alle voorzichtigheid van de wereld uit zijn shirt help.
‘Ik had me de eerste keer dat je mijn kleren uit zou trekken wel anders voorgesteld,’ grinnikt hij dan en ik voel hoe ik rood word.
Ik durf niet “ik ook” te antwoorden en pak zonder oogcontact te maken het potje met de zalf die tegen de blauwe plekken werkt, want die heeft de arts hem voorgeschreven. Het moeilijke gaat worden om de twee potjes niet door elkaar te halen. Voorzichtig smeer ik het goedje over de gele en blauwe bloeduitstortingen op zijn torso en ik voel zijn spieren aanspannen wanneer zijn huid de koude zalf raakt.
Even schiet het door me heen dat dit de eerste keer is dat ik hem zonder shirt zie. Ik heb wel eens per ongeluk een glimp van zijn rug opgevangen, maar niet op deze manier. Ik vertel mezelf boos dat ik op moet houden met zo denken, dat dit noodzakelijk is, maar toch begin ik nog erger te blozen. Ik hoop maar gewoon dat hij het niet ziet, ook al betwijfel ik dat ten zeerste.
'Klaar,' zeg ik na een tijdje en draai de deksel er weer op. Wanneer het over zijn gezondheid gaat in plaats van de mijne, heb ik opeens een stuk vastere hand. Ik leg de medicijnen weg en terwijl hij zijn shirt weer aantrekt, ga ik alvast in bed liggen. Als hij het me zou vragen, zou ik het ontkennen, maar om eerlijk te zijn ben ik verschrikkelijk uitgeput. De afgelopen maanden was een goede nachtrust sowieso al ver te zoeken, maar de pijnstillers hebben me nog lomer gemaakt dan ik al was.
Evan komt ook in het bed liggen, zijn gezicht naar de mijne toegedraaid. Ik schuif zachtjes iets naar hem toe, mijn ogen al nagenoeg dicht. Mijn neus raakt bijna zijn borstkas, zo dichtbij ben ik gaan liggen. Het laatste wat ik voel voordat ik in slaap val, wat haast al sneller gebeurt dan me ooit overkomen is, is dat Evan de dekens iets strakker om me heen slaat zodat ik het niet koud krijg en zijn armen om me heen slaat om me beschermend tegen zich aan te trekken.

Reacties (1)

  • Luckey

    Eindelijk weer samen!
    Nu even niks gebeuren!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen