Foto bij ~11~

Ik druk mezelf steviger tegen iemand aan en ik hoor de persoon zacht grinniken. Ik voel een stekende pijn in mijn hoofd en ik heb het bloedheet.
‘Het is zo warm.’ Kreun ik zwakjes. Ik hoor de jongen grinniken en vederlopen. ‘Waar breng je me heen?’ vraag ik hem.
‘Naar Emily en Sam we moeten ze het grote nieuws vertellen dat jij bent veranderd.’ Zegt de jongen me waarop ik zwak knik. ‘Ga nu maar slapen ik breng je veilig naar ze toe.’ Zegt hij waarop ik knik. ik wil wel slapen maar ik kan het niet. ik was net te zwak om mijn ogen te openen en de jongen aan te kijken en nu kan ik niet eens slapen. het geluid van voedstappen op blader word vervangen in houten krakende planken. Er word een deur open dicht gedaan en ik hoor vele mensen praten.
‘Waar is Nina?’ Schreeuwt de jongen Paul bezorgd.
‘Hey Jake, wie heb je daar bij je?’ vraagt de nieuwsgierige Seth.
‘Een nieuwe wolvin.’ Is Jake zijn simpele antwoord. ‘Ik vond haar schreeuwend bij de kliffen en uit het niets was ze verandert.’ Verteld de jongen verder.
‘Wedde het is Nina. Mij gewoon een stomp verkopen zonder zelf pijn te hebben. Hoe durft ze.’ Hoor ik Jared grommen.
‘Ja had het er zelf naar gemaakt.’ Sist Emily naar de jongen.
‘Ze noemde zichzelf April.’ Fluistert Jake zachtjes.
‘April?’ Mompelt Paul verbaast. ik voel een hand voorzichtig over mijn voorhoofd strijken. ‘Nina?’ Mompelt de jongen verbaast. Ik open mijn ogen en kijk de jongen wazig aan. ik word van de jongen Jacob overgenomen en ergens mee naartoe genomen.
‘Nina ben je echt veranderd?’ vraagt Paul zachtjes waarop ik knik.
‘Het deed vreselijk veel pijn.’ mompel ik zachtjes. Paul knikt en legt me op een bed nee. De jongen wil weg lopen maar ik pak vlug zijn pols vast en trek hem langs me. ik ga dicht tegen hem aan liggen en ik voel zijn armen beschermend om me heen.
‘Het spijt me dat ik boos werd. Ik wild niet boos worden maar toen je die naam zei brak ik gewoon. Ik mis haar zo erg. Ze was nog zo klein toen ze bij mij werd weggehaald. Ze was nog maar vier.’ Zegt Paul zachtjes. ik voel een glimlach op mijn gezicht verschijnen en giechel zachtjes.
‘Snap je het niet Paul? Toen ik jou als wolf zag kwam de naam April in me op en vanaf dat moment komt er alleen maar meer in me naar boven. Mijn broers hebben me hier heen gebracht omdat ik hier ben geboren. Ik had hier een dronken vader en een oudere broer. Mijn moeder is overleden bij mijn geboorte.’ Vertel ik de jongen. Ik sluit mijn ogen en ga nog dichter tegen hem aan liggen. ‘Ik denk dat ik jou Zusje ben. Volgens mij ben ik April.’ Mompel ik zwakjes en voel me dan weer wegzakken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen