Ze stonden met zijn allen verzameld om een ronde tafel met in het midden daarvan het zwaard Joyeuse. Ook Zeus was nu bij hen en geïntrigeerd bekeek hij het zwaard.
‘Het is een merkwaardig toeval dat jij aan dit zwaard bent gekomen,’ sprak hij tegen Aris. ‘Het is eeuwen zoek geweest en aan de ene kant was dat maar goed ook. Het is een gevaarlijk wapen en al helemaal in de verkeerde handen. Maar ook in goedbedoelde handen kan het iemand doen doordraaien.’ Aris knikte bedachtzaam. Het effect van het zwaard was al eerder aan hem uitgelegd door Prometheus.
‘Ik zie dus geen andere keus dan het zwaard in eigen beheer te nemen en het goed te verbergen. In tijden van nood zou iemand het weer tijdelijk kunnen hanteren.’ Hij keek de groep rond en iedereen knikte instemmend.
‘Dan is dat geregeld. Verder wil ik jullie bedanken voor wat jullie hebben gedaan. Anubis is dood! Dat is een enorme tegenslag voor de Duistere Alouden en dat is goed. Bastet zal waarschijnlijk voorlopig ook genoeg bezig zijn met haar verlies om verder aandacht te besteden aan de Egyptenaren. Misschien kunnen we hier en daar wat andere kleine aanvallen georganiseerd door andere Alouden verwachten, maar ik denk dat de grootste slag al gestreden is. Gefeliciteerd, de mensheid is voorlopig weer veilig en ze kunnen weer hun eigen weg gaan. Wij Alouden moeten accepteren dat onze rol in hun bestaan niet zo groot meer zal zijn.’ Prometheus knikte bevestigend.
‘Het is tijd om de wereld los te laten. En daarvoor hebben we juist ook jullie nodig. Iemand moet een oogje in het zeil houden en de boel redden als het mis dreigt te gaan. Of niet, iedereen moet kunnen leren van zijn fouten.’
‘Ik zal in ieder geval mijn best doen om de mensheid veilig te houden van de Duistere Alouden en hun monsters,’ zei Alexander en Hephaistion viel hem bij.
‘Dat is een goed streven. Dan nu waar ik het nog over wilde hebben. Aris, je hebt bewezen een goed en vindingrijk mens te zijn. Ik denk dat je nog beter tot je recht zou kunnen komen als je krachten gewekt zijn en nog een lang leven te gaan hebt. Heb jij hier interesse in?’ Prometheus hield zijn blik op Aris gericht die hem vol verbazing aanstaarde. Hij probeerde te spreken, maar er kwam niets samenhangends uit zijn mond en Alexander vermoedde dat hij moeite had met het vinden van woorden. Hij snapte het, al helemaal nu het zo onverwachts kwam.
‘Ja,’ was uiteindelijk het enige dat Aris zei. Alexander zag hem nog duidelijk twijfelen over of hij nog meer zou zeggen, maar blijkbaar besloot hij het daarbij te laten.
Prometheus glimlachte. ‘Je mag er verder nog over nadenken. Ik wil je nergens toe dwingen.’ Daarbij ging zijn blik even naar Zeus en Alexander moest zijn best doen om niet te grinniken, hoe pijnlijk de situatie voor hem ook was geweest. Want Alexander had de keus niet gehad en dat nam hij Zeus nog steeds kwalijk. Niet dat hij het onsterfelijke leven erg vond, maar hij had er graag zelf voor kunnen kiezen. Aan de andere kant had hij zelf weer Hephaistion de keuze ontnomen. Hij had Zeus gedwongen hem onsterfelijk te maken omdat hij niet zonder zijn geliefde zou kunnen leven. Hoe egoïstisch. Maar hij had er geen spijt van.
‘Dan kunnen we naar mijns inziens deze bijeenkomst beëindigen. Rust allen goed uit en wees voorbereid op een eventueel volgend gevecht.’ Zeus stond op en verliet de zaal. De rest begon ook de zaal te verlaten en op weg naar de deur bleef Alexander even bij Aris staan en hij legde zijn hand kort op zijn schouder.
‘Je hebt het verdient. En je zult aan Prometheus een veel betere meester hebt dan ik aan Zeus. Hij lijkt me humaner.’ Alexander glimlachte, maar de glimlach was wat wrang. ‘En dank je wel dat we hier kunnen verblijven.’ Ze waren nota bene in het hoofdkwartier van de Medjay en ze hadden er ook bedden gekregen.
‘Jij dank je wel. Ik heb veel aan je gehad op het slagveld, ook al moest ik een paar maal je leven redden. Je bent een goed leider. Mijn mannen luisterden naar jou, omdat ze je vertrouwden en je hebt hun bewezen dat ze daarin gelijk hadden.’ Alexander voelde zijn wangen rood worden vanwege het compliment.
‘Dank je. Maar jij hebt het ook geweldig gedaan. En ik vermoed dat zonder jou deze mannen een stuk slechter waren getraind.’ Aris haalde zijn schouders op, maar een klein glimlachje verscheen op zijn gezicht.
‘Niet alleen ik hoor. We zijn met velen die onze mannen trainen.’
‘Als je wil kan ik je nog wel eens wat advies geven. In je komende lange leven zul je een hoop tijd hebben om dingen bij te leren en je bestaande vaardigheden te perfectioneren.’
‘Dank je voor het aanbod. Ik vermoed dat ik nog een hoop te ontdekken heb.’ Alexander knikte en lachte samenzweerderig.
‘Maar ik moet me verontschuldigen. Het is tijd om eens goed uit te rusten.’
‘Gelijk heb je. Goede nacht.’
Alexander zag dat Hephaistion al weg was en begaf zich naar het vertrek dat zij deelden. Eenmaal daar vond hij Hephaistion op bed liggend. Naakt en met een enorme grijns op zijn gezicht.
‘Oh jij,’ zei Alexander en ook hij moest grijnzen. Gauw kleedde hij zich uit.
‘Ik had je wel door hoor, toen we daar op het slagveld weer verenigd werden.’ Alexander kreeg een lichtelijk rood hoofd toen hij moest terugdenken aan hoe hard hij toen zijn best moest doen om zijn verlangens te onderdrukken.
Alexander had niet lang nodig voor hij bovenop Hephaistion lag, hem hevig kussend, zijn lichaam strelend.
‘Ik hou van je,’ mompelde Alexander tussendoor. ‘Ik wil je niet kwijt, nooit.’ Hephaistion zei niets, maar beantwoordde hem met een innige kus. Alexander glimlachte en begroef zijn gezicht in Hephaistions haar, snoof zijn heerlijke geur op. Tot Hephaistion hem opeens van zich afduwde en gauw bovenop hem kroop. Hij glimlachte ondeugend.

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    ooooooh wat zijn ze van plan? ; )

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen