Foto bij H.151.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Evan komt ook in het bed liggen, zijn gezicht naar de mijne toegedraaid. Ik schuif zachtjes iets naar hem toe, mijn ogen al nagenoeg dicht. Mijn neus raakt bijna zijn borstkas, zo dichtbij ben ik gaan liggen. Het laatste wat ik voel voordat ik in slaap val, wat haast al sneller gebeurt dan me ooit overkomen is, is dat Evan de dekens iets strakker om me heen slaat zodat ik het niet koud krijg en zijn armen om me heen slaat om me beschermend tegen zich aan te trekken.

Evan Maxwell POV


Gioa slaapt als een blok, alsof ze die drie maanden geen oog dicht heeft gedaan. Van wat ik van James heb gehoord, is dat niet eens heel zwaar overdreven. Ik, echter, kan de slaap niet vatten. Ik heb al genoeg geslapen in het ziekenhuis.
Ik blijf maar denken aan James, die vertelde dat hij op het punt had gestaan om mij te bellen toen Gioa een paniekaanval had en maar bleef smeken om terug te mogen maar mij. Wat had hij moeten zeggen? ‘Hey, Evan. Ik ga je niet vertellen waar we zijn of wat er aan de hand is, maar jij bent volgens mij de enige die Gioa rustig kan krijgen.’
Ik stel me voor hoe haar beverige, huilende stem zou hebben geklonken door de telefoon. Ik weet hoe ze klinkt als ze pijn heeft - en alleen al als ik eraan denk, gaat er een vlijmscherpe steek door mijn borstkas. Misschien zou ik gewoon ineengestort zijn als ik haar aan de lijn zou hebben gekregen. Ik kon het al die tijd niet eens verdragen om haar naam überhaupt te dénken.
Een of andere idioot heeft ooit gezegd dat je niet van iemand kan houden tot je eerst van jezelf houdt. Onzin. Ik heb mezelf heel lang gehaat. Nog steeds. En ik ben erg goed in geworden. Ik haat mezelf zo erg dat mijn eigen naam als bloed in mijn mond smaakt. Maar Gioa - van haar houd ik zo veel dat ik bijna vergeten ben hoe het is om mezelf te haten.
Ik houd van alles van haar. Ik hou van de zweem van een glimlach die om haar lippen ligt wanneer ze haar lachen in probeert te houden. Ik hou van haar slanke handen, waarvan de vingertoppen soms afwezig over mijn sleutelbeen en hals strijken wanneer ze in mijn armen ligt. Ik hou van haar stem, die ik uit miljarden zou herkennen. Ik hou van hoe haar lichaam reageert op mijn aanrakingen, hoe onschuldig ook. Ik hou van de manier waarop ik haar elke dag beter leer kennen en hoe ik nooit op zal houden met nieuwe dingen over haar te leren. Ik hou van alles.
Ik hou van Gioa Annelson. Het is een vreemde plottwist. Ik had het niet aan zien komen. Een paar jaar geleden was ze gewoon een meisje uit mijn klas. De eerste keer dat ik haar echt heb gesproken en niet alleen gezien, was ongeveer twee jaar geleden. Ze liep net weg uit het kamertje van de schoolarts terwijl een ijskompres tegen de zijkant van haar hoofd hield. Toen ik vroeg wat er gebeurd was, antwoordde ze: ‘Sommige mensen vinden het blijkbaar niet leuk als je hun een hypocriete klootzak noemt.’
Toentertijd dacht ik dat het iemand van school was geweest, maar nu besef ik me dat er ook een kans is dat ze het over haar moeder had.
Ik denk niet dat ze ooit geweten heeft dat ik verliefd op haar ben geweest. Ik staarde naar haar tijdens de wiskundeles. Ik staarde naar haar in de kantine. Ik staarde naar haar wanneer ze er niet eens was. Waarschijnlijk heeft zij me niet zien staan, tot op het moment dat ik erachter kwam dat er bij haar thuis iets grondigs mis was. Ooit heeft ze me lachend bekend dat ze me arrogant vond, in het begin. Toen ik vroeg waarom, zei ze dat ze gewoon haar best deed om iedereen onaardig te vinden en omdat er altijd allemaal meisjes naar mij toe kwamen die me niet konden schelen, had ze mij maar als arrogant bestempeld.
Het "houden van" kwam echter pas veel later, maar toen het er eenmaal was, was ik ook echt verloren. Daarom kwam het ook echt als een mokerslag aan toen ze opeens weg was. Maandenlang heb ik rondgelopen met een vreemd gevoel overal in mijn lichaam - in mijn armen, benen, hoofd, buik, borstkas, overal. Af en toe betrapte ik mezelf erop dat ik over mijn eigen borst wreef, alsof ik de pijn weg kon poetsen, maar het werkte niet. Ik ben wel eerder iemand kwijtgeraakt, maar dit was anders dan toen mijn ouders overleden. Dat was rouwen. Dit was missen, puur en alleen missen. En op een bepaalde manier was dat erger, want ik wist dat ze ergens nog was, alleen was die plek niet in mijn armen. Voor zover ik wist, had ze misschien wel een ander gevonden, had ze me alleen maar gebruikt om uit de financiële problemen te komen.
Maar één ding staat vast: voor zover Gioa mag weten, ben ik niet totaal kapot geweest van verdriet toen ze weg was gegaan. Oké, misschien hebben we wel een eetbord minder omdat ik ermee heb gegooid toen ik erachter kwam dat ze weg was gegaan. Misschien heb ik die bokszak weer opgehangen omdat ik anders mijn hand waarschijnlijk had gebroken tegen de muur. Misschien heb ik de afgelopen maanden wel een paar keer zo veel gedronken dat ik gaten in mijn geheugen had toen ik de volgende ochtend met hoofdpijn wakker werd. En misschien heb ik die eerste nacht van alleen zijn wel in mijn kussen gebeten zodat ik niet meer maar mijn eigen gehuil hoefde te luisteren. Maar Gioa mag dat niet weten. Als ik het haar ooit zou vertellen, zou ze het zichzelf nooit vergeven.
Maar nu is ze weer terug en alles zou goed moeten zijn. Alles is ook weer goed. Maar ik kan de slaap niet vatten. Al urenlang lig ik wakker. Om de een of andere reden voelt het alsof het fout is om naar haar te kijken op het moment dat ze ligt te slapen, maar ik ben bang dat als ik mijn ogen van haar afhaal, ze dan zal verdwijnen, dat het dan allemaal nep blijkt te zijn geweest.
Ze ziet er jonger uit als ze slaapt. Ze ziet er eigenlijk altijd jonger uit dan ze is, tot je haar in de ogen aankijkt. Dan lijkt ze direct jaren ouder. Ze heeft zoveel zorgen. Nog altijd geeft ze zichzelf de schuld van wat er met Ammay is gebeurd, omdat ze weet dat als ze dat niet doet, dat zou betekenen dat het de schuld van haar moeder is. En dat zou weer betekenen dat ze niet echt een moeder heeft. En als er iets is waar Gioa Annelson met elke vezel in haar lichaam naar verlangt, is het een familie.
Maar dat is niet het enige. Ik weet ook dat ze onzeker is over zichzelf. Niet alleen over haar geestelijke gezondheid, maar ook over haar lichaam, ook al zou ze het niet toegeven, zou ze het kinderachtig vinden. Maar het is wel zo. Vlak voordat ze wegging, leek het beter te worden, maar nu is ze weer terug en lijkt het alsof ze wel kan huilen als ze haar eigen weerspiegeling ziet.
Ik merk het wanneer ik net even te lang mijn blik op haar gevestigd houd en ik aan haar kan zien dat ze elk moment verwacht dat ik in lachen uit ga barsten. Ik merk het wanneer we aan het zoenen zijn en ze me soms kort aankijkt met een blik in haar ogen die me vertelt hoe bang ze is voor wat ik zie. Ze haat haar littekens en moedervlekken en alles wat er maar te haten valt.
Ze zal het nooit toegeven, maar ik weet dat ze, op een bepaald level, ook ontevreden is over haar gewicht, zeker nu ze van de arts aan moet komen. Ze heeft me ooit wel verteld dat ze weet dat ze ondergewicht heeft, dat het niet goed is, maar ik weet dat ze zo gewend is aan het feit dat ze mager is, dat ze erg zou moeten wennen aan een normaal gewicht. Een maand of vier geleden heeft ze gezegd dat het komt omdat haar moeder er zo op hamerde dat ze niet teveel zou eten. Ze schaamt zich ervoor dat Monique nog zoveel invloed op haar heeft, alsof ik dat niet zou begrijpen, of alsof ik zou denken dat ze zwak of naïef is.
Ik weet dat ik vrij weinig kan doen om haar er van de een op de andere dag van mening te laten veranderen, maar als ze ‘s nachts in mijn armen ligt, zo dun dat ik veel meer botten kan voelen dan de bedoeling is, heb ik het er toch wel moeilijk mee. Ik zou willen dat ik alle giftige gedachtes gewoon uit haar zou kunnen schudden tot er geen enkel deel meer over is dat zichzelf wil haten.
Ze is sterker dan ze eruit ziet en minder sterk dan ze vindt dat ze zou moeten zijn. Ik wil haar duidelijk maken dat Gioa Annelson goed genoeg is, maar ik kan er nu eenmaal echt niets aan veranderen. En normaal vind ik het niet erg als ik iets niet kan. Ik accepteer mijn gebreken. Maar nu gaat het over Gioa en het enige wat ik wil is haar gelukkig maken. Zelfs tijdens de ontvoering, toen ik pijn en honger had en geen idee had wat er aan de hand was, was er geen moment waarop ik niet bereid was voor haar te sterven.
Plotseling maakt ze een klein geluidje. Het is genoeg om me uit mijn overpeinzingen te halen en ik kijk snel weer naar haar. Ze slaapt nog steeds, maar er is een frons over haar gezicht gekropen. Er gaat een rilling door haar heen en ze kruipt bijna nog iets dichter tegen me aan, alsof ze onbewust steun zoekt. In de hoop haar nachtmerrie - want dat is het, dat weet ik zeker - op te kunnen laten houden, of haar tenminste te kunnen troosten, wrijf ik geruststellend met mijn hand over haar arm, waar kippenvel is ontstaan.
Het duurt niet lang voordat ze opeens wakker schrikt en ondanks dat ik het aan had zien komen, overvalt het me nog steeds. Met haperende ademhaling vliegt ze overeind, tot ze zit. Haar borstkas gaat hevig op en neer en ook ik kom een eindje omhoog. Ze kijkt verward om zich heen en lijkt bijna te ontspannen wanneer haar blik op mij valt. Ze brengt een hand naar haar mond, maar raakt haar lippen net niet aan. Daarna strekt ze haar hand naar me vooruit, alsof ze me aan wil gaan raken, maar ook nu bedenkt ze zich. Er komt er een verscheurende snik over haar lippen.
'Ga alsjeblieft niet bij me weg.'
Ondanks dat het even door me heen schiet dat zij juist degene is die de neiging heeft om weg te gaan, ben ik niet eens een beetje verleid om het tegen haar te zeggen. Ik weet dat ze zelf al goed genoeg is in zichzelf een schuldgevoel geven.
Ik trek haar in een omhelzing en na een paar verwarde seconden kruipt ze dichter naar me toe en slaat ze haar armen ook me heen. Met één hand strijk ik over haar haren terwijl ik haar met de andere tegen me aan houd. Zachtjes wieg ik haar heen en weer, alsof ik haar lijden zo weg kan nemen.
'Ik ga nergens heen,' beloof ik en alsof ik mijn woorden kracht bij wil zetten, druk ik mijn lippen kort op haar haar. 'Daarvoor hou ik teveel van je.'
'Het spijt me zo,' prevelt ze en ze blijft het herhalen. Elke keer dat ze het over haar lippen perst, doet het nog meer pijn. Ik weet niet precies waar ze het over heeft, want er zijn nu eenmaal zo veel dingen waar ze zichzelf de schuld van geeft, maar ik zou willen dat ik wist hoe ik haar kan laten weten dat ik haar niks kwalijk neem op een manier dat ze me ook echt zou geloven.
Ik blijf haar vasthouden tot ze opgehouden is met snikken. En zelfs daarna heb ik de wilskracht niet om haar los te laten. Wanneer ik merk dat ze weer moe begint te worden, gaan we liggen, maar mijn armen houd ik om haar heen geslagen. Ze lijkt het niet erg te vinden.
'Evan, ik...' begint ze dan na een paar minuten, hees van de slaap, maar haar stem sterft weg, alsof ze heel lang moet zoeken naar de juiste woorden.
'Probeer maar weer wat te slapen,' zeg ik en ik wrijf kalmerend over haar rug. Eerst was ze warm van de spanning, maar nu kan het niet anders dan dat ze het koud begint te krijgen. 'Ik houd de nachtmerries wel weg.'
Opnieuw valt ze tot mijn grote genoegen verassend snel in slaap. Het is niet zo dat haar zorgen weg zijn en over een paar dagen - misschien morgen al - zullen haar slaapproblemen weer naar boven komen, maar nu lijkt het erop dat ze eindelijk alle verloren rust weer in kan halen. Gold hetzelfde maar voor mij. Mijn lijf wil er echter niks van weten.
Het slaat nergens op. Ik ben veilig. Ik hoef me absoluut geen zorgen te maken over geld, zoals velen dat wel moeten. Ik heb de ontvoering overleefd en ga volledig herstellen. Ik lig in mijn eigen bed met Gioa in mijn armen terwijl ze er weer bijna zorgeloos uitziet. Dus waarom kan ik niet slapen?

Reacties (1)

  • Luckey

    De zorgen en verwerking is actief bij hem
    Ze moeten beide alles verwerken
    En gia moet een dromen hoeveelheid slaap in halen

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen