Foto bij 162 .- Lucien

Je hoort de verhalen, luistert naar de liederen, leest de gedichten over een omhulling van magie wanneer je eindelijk gehuwd bent. Niets daarvan is ook maar enigszins toereikend voor het echte gevoel. Er is alleen maar oog voor elkaar, mijn broertje en zusje moeten smeken om mijn aandacht en hoewel ik met heel mijn zijn van ze houd, kan het niet snel genoeg voorbij zijn.
Ze wacht op me.
En ik op haar.
We genieten van elkaar als nooit te voren, de hele wereld mag het zien. We lopen door de straten van Parijs, reizen af naar Lyon en naar de kust om het volk te laten zien dat het land binnenkort geregeerd zal worden door een sterke koning met een sterkere koningin.
Daar reppen we geen woord over, ook kinderen worden niet benoemd. De toekomst wordt verzwegen nu het nog kan. Voor nu is alles goed en puur. Ik dank God elke dag voor het geluk dat hij me gaf.
We vieren de verjaardag van Sébastien. Acht jaar oud en veel te groot aan het worden. Ik leer hem messenwerpen en boogschieten, tot groot ongenoegen van mijn moeder. Na wat er met Eschieve is gebeurd, is ze nog beschermender geworden over de jongste. Ik ga er tegen in, leer Sébastien zoveel mogelijk op deze jonge leeftijd en betrek Eschieve, Emma en Eailyn allemaal bij de lessen.
Eschieve leert paardrijden, nadat een meester-leerlooier uit Lyon een aangepast zadel voor haar heeft gemaakt. Eailyn laat zich vrijwillig verbannen uit haar land en haar familie, en neemt onze achternaam aan om haar verleden los te laten. Zij en Pascal beloven elkaar de eeuwige liefde onder de bloeiende appelbomen in de boomgaard, met mij en Emma als getuigen. God wordt niets gevraagd.
Het hele land lijkt ons geluk te voelen. De oogsten zijn rijk, welvaart spoelt door de straten. De hemel lacht op ons neer.
Het is kinderlijk om te denken dat het voor altijd zo zal zijn, maar oh, wat bid ik dat het nooit veranderd.
Ze ligt tegen me aan gevleid op de canapé, ik speel afwezig met haar haar. De regen ramt op de ramen; de eerste dag slecht weer sinds ons huwelijk.
"Het is niet eerlijk." stelt ze.
"Hm?"
Ze gebaard naar de ramen. "Twee slechte dagen over de hele zomer, en één daarvan was precies ons huwelijk."
Ik glimlach en kus haar hoofd. Al waren we getrouwd in een vochtige grot met niets meer dan jute lappen aan, het had me niet uitgemaakt. Zolang Emma de bruid maar was.
Ze doet haar mond open om verder te praten, maar wordt ingehaald door een klop op de deur. We gaan overeind zitten; getrouwd of niet, het voelt nog steeds als betrapt worden. Eén van de lakeien van mijn vader kijkt enigszins opgelaten door de ruimte tot zijn oog op ons valt. "De koning vraagt om uw aanwezigheid, heer Lucien."
"Allebei?"
"Hij vroeg of u alleen kon komen, hoogheid."
Emma en ik wisselen een blik uit. Dan haalt ze haar schouders op en drukt een kus op mijn lippen. "Eschieve roept al een week dat ze thee met me wil drinken. Ik vermaak me wel, ga je prinsen-dingen doen." Het gezicht dat ik trek laat haar in de lach schieten. "Dat staat je niet."
"Alsof er ooit iemand naar mij kijkt als jij naast me staat." Ze rolt met haar ogen, maar de blos op haar wangen vertelt me dat ze het compliment wel degelijk waardeert.

De lakeien van mijn vader zijn van een heel ander niveau dan het meeste paleispersoneel. Ik heb ze, naast mijn wacht en kamermeisjes, ook rondlopen. Ze zijn boodschappers, staan altijd paraat om te helpen en weten daardoor vaak meer dan wie dan ook. Er zijn er twee aan mij toebedeeld, die welgeteld een minuut per dag in mijn kamer staan voordat ik ze weer wegstuur. Ze zijn zo stoïcijns dat ik er zenuwachtig van wordt.
Die van mijn vader gaan nog een stapje verder. Niks is er van zijn gezicht af te lezen als hij meeloopt naar mijn vaders vertrekken. Ik weet bijna zeker dat deze man staatsgeheimen kent die het koninkrijk tot val zouden kunnen brengen. Hij rept geen woord tijdens onze wandeling, wat precies is waarom ik mijn wacht en kamermeisjes prettiger personeel vind. Die hebben tenminste... emotie.
Zelfs het kloppen op mijn vaders kamerdeur en het aankondigen gaat op een starre manier. Ik ben blij als blijkt dat hij niet met ons in de kamer blijft; mijn vader bedankt hem en wuift hem weg alsof het doodnormaal is. Dat is het waarschijnlijk ook, realiseer ik me. Is het de bedoeling dat ik dit ook ga doen als ik koning ben? Ik ril bij het idee. Mijn vader kijkt naar me op, zijn ganzenveer een paar centimeter boven het papier. "Koud? Ik kan het vuur aan laten maken als je.."
"Nee, nee." Ik schud vlug mijn hoofd. "Niks aan de hand. Waarom heeft u me laten komen?"
In mijn drieëntwintig jaar van leven heb ik een paar slechtnieuwsgesprekken gehad met mijn vader. Je mag niet mee naar het zuiden om de legers te inspecteren. Je oma is overleden. Je oom is gesneuveld in de veldslag. Ze begonnen allemaal zo:
Mijn vader die zijn veer neerlegt, en met een zucht achterover leunt in zijn stoel. Mijn blik ontwijkt hij met zo'n precisie dat het bijna ongeloofwaardig is. Hij plukt een beetje aan zijn baard, alsof hij nog na moet denken wat hij moet gaan vertellen. Mijn maag draait zich om. Is het Vaticaan teruggekomen op de beslissing over mijn huwelijk? Wordt het ontbonden? Is Aleran toch niet dood en is hij hier om Emma van me af te pakken en het koninkrijk over te nemen?
De volgende stap van het slechtnieuwsgesprek: met een zucht gaat hij voorover zitten met zijn ellebogen op zijn bureau en zijn kin op zijn in elkaar gevlochten vingers. Het kost me een goede dosis zelfbeheersing om het nieuws niet uit hem te schudden.
"We weten wie er achter de aanval in Portugal zit."
Ik frons. Hoezo is dat slecht nieuws? Dat is het beste nieuws dat we hadden kunnen krijgen, dat betekent dat wie iemand terecht kunnen stellen! Als ik dat wil zeggen, houdt mijn vader zijn hand op. Bij zijn volgende woorden spat de roze droom, waar ik me al weken op bevindt, met geweld uit elkaar.
"Het was de koningin."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen