Foto bij 163 - Emmeline

Ik spendeer een groot deel van de middag met Eschieve. We drinken thee en praten over alle mogelijke onderwerpen die we kunnen bedenken.
Het is wonderbaarlijk hoe veel ze gegroeid is een korte tijd, ik herken het kleine meisje dat ik zag toen ik arriveerde in Frankrijk niet meer.
Ze vertelt me over haar lessen, over de tochten die ze maakt te paard en over hoe haar moeder de zoektocht naar een nieuwe verloofde uitstelde. Na alles dat er gebeurde in Portugal verdient de hele familie wat rust op dat front.
"Hoe voelt het om getrouwd te zijn, Emma?" Ze neemt een slok van haar thee, nog steeds dampend. Regen tikt op de ruiten en het haardvuur knispert zacht.
"Ik kan me niets mooiers voorstellen," antwoord ik haar. "Mijn huwelijk... dit huwelijk, het brengt me zoveel goeds. Ik ben erg gelukkig met Lucien, en met de geweldige familie die ik er bijkreeg door met hem te trouwen." Ik glimlach naar het meisje en reik haar een koekje aan.
      Natuurlijk is het niet alleen maar zo mooi als ik het afschilder. Ja, ik ben zielsgelukkig met Lucien, en ik heb me nog nooit zo geliefd gevoeld. Maar met het huwelijk komen huwelijkse verplichtingen, waarvan het volk ook op de hoogte is. Iedereen weet dat het krijgen van een kind nu op de agenda staat, en op dat vlak wordt er, nog steeds, aan me getwijfeld.
Madeleine spreekt er niet meer over, niet met mij in ieder geval, omdat ze weet hoe gevoelig het ligt. Maar ik voel de spanning overal.
We zijn immers al een tijd getrouwd, en er is nog niets gebeurd. Het zal niet lang duren voor men ongeduldig wordt.
Het is niet alsof we niet ons best doen. We vrijen genoeg, onze wittebroodsweken vonden bijna enkel plaats in bed. Maar het is, tot nu toe, nog niet raak geweest.
Als je bijgelovig bent zou je kunnen denken dat dat is omdat één van ons te angstig is. Een van ons is doodsbang om deze volgende stap aan te gaan. Misschien houdt dat dit alles tegen.

Het schemert ondertussen al buiten, en Lucien is nog niet teruggekeerd van zijn gesprek met zijn vader. Het haardvuur is ontstoken in onze vertrekken, en ik heb een karaf wijn laten brengen.
Zijn diner, dat ook naar onze vertrekken is gebracht, is ondertussen koud. Dat van mij heb ik amper aangeraakt.
Ik weet niet wat er aan de hand is, maar zijn afwezigheid maakt me onrustig. Er schieten allerlei scenario's door mijn hoofd, natuurlijk, maar geen daarvan klinkt logisch.
Ik besluit me maar te laten baden. Het warme water kalmeert me, maar niet genoeg om de onrust te vergeten. Waar blijft Lucien?
Zelfs als ik afgedroogd en wel in mijn nachtjapon gehesen ben is hij niet teruggekeerd.
Nooit duren zijn besprekingen zó lang, tenzij er echt iets heftigs aan de hand is. Zou er ergens oorlog uitgebroken zijn? Is er iemand overleden?
Het niet hebben van antwoorden maakt me gek, en ik neem rustig slokken uit mijn glas wijn om te kalmeren. Dat werkt niet zo zeer, maar het is goed genoeg.
      Ik besef pas dat mijn ogen dichtgevallen moeten zijn als ik wakker schrik van een opengaande deur. Het vuur is nog steeds aan, enkele olielampen branden, maar het is donker buiten.
De uitdrukking op Lucien's gezicht kan niet veel goeds betekenen. Ik herken hem, maar kan hem niet plaatsen.
Ik ga rechtop zitten in de fauteuil en strijk wat haren uit mijn gezicht. "Lucien," ik glimlach. "Daar ben je."
Hij glimlacht niet terug naar me. Het enige dat hij doet is een glas whiskey inschenken en de vloeistof binnen record-tijd naar achter slaan.
"Lucien?" Ik kijk hem vragend aan. Van de ontspannen Lucien die ik vanochtend en de afgelopen tijd, sinds ons huwelijk, zag is niets meer over. Het baart me zorgen. "Wat is er aan de hand?"
Hij schenkt een tweede glas whiskey in en leunt tegen de schouw terwijl hij zijn slapen masseert met een van zijn handen. "Ik kan er niet over praten."
Ik frons en vouw mijn handen in mijn schoot. "Waarom niet?"
Hij zou geen geheimen meer voor me moeten hebben, als zijn vrouw heb ik evenveel recht op informatie als hij. Er is niets dat ik niet mag weten.
"Ik kan het gewoon nog niet, Emma.." hij zucht hoorbaar en neemt langzame slokken uit zijn glas.
"We zouden geen geheimen meer voor elkaar hebben." Ik zucht ook. "Dat hebben we elkaar beloofd. We zijn gehuwd, we zouden alles met elkaar delen."
"Dat weet ik, Emma, maar..," ik onderbreek hem nog voor hij zijn zin af kan maken, iets waar hij een gruwelijke hekel aan heeft.
"Waarom vertel je me dan niet gewoon waar je de hele dag was? Wat er gebeurd is dat je zo nukkig heeft gemaakt?"
Ik zie de frustratie bij hem opbouwen en hij zet het glas iets te hard neer voordat hij spreekt. "Bon sang, Emma. Ik kan het er nu nog niet over hebben! Ik moet zelf nog verwerken wat er allemaal gebeurd is, laat het los!"
Ik rol met mijn ogen, weer zoiets dat hem mateloos irriteert. "Hoe kun je nou nu al geheimen voor me hebben, Lucien? We zijn net getrouwd. Hoe moet dat als we zometeen kinderen hebben? Ga je me dan ook buiten allerlei belangrijke beslissingen en informatie houden?"
"Begin nou niet over kinderen, Emmeline," zijn stem klinkt nors. "Laten we nou alsjeblieft niet ook nog dat onderwerp aansnijden."
"Nee, laten we gewoon de komende jaren doen alsof dat onderwerp niet bestaat, nou goed? Mon dieu, Lucien."
De spanning die tussen ons hangt is niet te harden. We spreken een tijd niet, bevinden ons enkel in dezelfde ruimte.
"Ik ga naar bed," mompelt hij dan, de stilte doorbrekend. Hij verdwijnt achter het kamerscherm om zich om te kleden, en als hij weer in mijn zicht is kijkt hij me niet meer aan. Hij neemt plaats aan zijn kant van het bed, trekt de lakens over zich heen en blaast de olielamp op zijn nachtkastje uit. Ik blijf achter in de fauteuil. Ik ben over mijn slaap heen, en de frustratie van ons gesprek is zodanig in mijn lichaam blijven hangen dat het me niet eens lukt om mijn ogen te sluiten. Dat lijkt wel uren te duren. Ik zie het vuur langzaam uitgaan, en vlak voordat de vogels buiten beginnen te fluiten zakken mijn ogen dan toch dicht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen