De stilte duurde zó lang dat ik serieus begon te overwegen zelf iets te zeggen, en met de seconde vond ik dat een beter idee worden: ik werd namelijk gek van de spanning. Ik durfde Amon niet aan te kijken en staarde alleen naar zijn gouden pantoffels met gekromde neuzen. Het einde was nabij, ik voelde me verdoofd- mijn het-kan-me-niets-schelen houding was omgeslagen naar blinde paniek die me had doen verstijven. Want dit ging verder dan alles wat er tot nu toe gebeurd was. Voor wat ik gedaan had verdiende ik volgens de wet waarschijnlijk de doodstraf. Het was afgelopen met me. Ik begon te trillen en probeerde niet te hyperventileren, wat me zwaar viel. Ik was nog nooit zo doodsbang geweest. Het zweet stond op mijn voorhoofd, toch had ik het ijskoud.
Toen Amon eindelijk begon te praten, ging er een kleine stuiptrekking door me heen.
'Ik vraag me af wat je mankeert', hoorde ik hem emotieloos zeggen. Het klonk alsof hij ver weg stond. 'Wat je net gedaan hebt is onacceptabel, Lara. Een misdaad. Besef je wel dat ik je hierom op zijn minst een hand af zou moeten laten hakken?' Zijn stem werd steeds luider. 'En kijk me aan!'
Dat schreeuwde hij.
Ik keek onmiddellijk op. Mijn overlevingsinstinct begon het over te nemen, ik voelde mijn bewustzijn en
vermogen tot helder nadenken vervagen. Hij keek me nog steeds uitdrukkingloos aan, levenloos bijna. Het was afschuwelijk. Ik zag niks menselijks in zijn blik. Geen blijk van medeleven of zelfs de gebruikelijke spot, dit keer. Alleen iets wat leek op een mix tussen woede en minachting.
'Deed je dit expres? Wil je dan liever dood dan mijn minares zijn?' Hij zette een stap in mijn richting, waardoor ik achteruit deinsde. Vanaf dat moment had ik mezelf niet meer in de hand. Ik sloeg mijn handen voor mijn ogen en begon dan eindelijk te hyperventileren, steeds hijgend alsof ik al aan het sterven was. Alles begon te tintelen en tegelijk begon ik allerlei onbegrijpelijke smeekbeden uit te stoten. Alsof ik niks meer te verliezen had. Ik zag zwarte vlekken voor mijn ogen, zag Amon niet eens meer, en hoorde mezelf iets zeggen in de richting van 'Dood me niet!'
Ik had niet door wat er gebeurde: ook toen Amon neerhurkte en mijn handen voor mijn ogen wegtrok. Pas toen hij me door elkaar schudde, was het alsof ik met een bons terugkwam in het hier en nu. Ik stopte abrupt met huilen en jammeren, kon alleen nog maar uitgeput hijgen. Ik staarde hem glazig aan. Hij staarde strak terug, en zei toen heel langzaam en duidelijk: 'Kalmeer.'
Ik deed meteen wat hij zei en begon diepe ademteugen te nemen. Het duurde op zijn minst vijf minuten tot ik was gestopt met trillen en mijn ademhaling weer min of meer normaal was. Al die tijd bleef Amon me onderzoekend aankijken, nog steeds uitdrukkingloos. Uiteindelijk stond hij op.
'We laten het hierbij,' was het enige wat hij zei. Daarna wenkte hij een wachter die bij de deur stond en beval hem mij terug naar het hok te brengen. Ik keek vol verbazing toe hoe hij simpelweg de deur uitliep, zonder nog om te kijken. Mijn mond viel open en er ging ergens ook een steek door me heen- waarom liep hij weg? Waarom kon het hem niets schelen? Ik begreep er niets meer van, en liet me als verdoofd terug begeleiden naar het harem. Ik zette mijn gedachten uit, want ik had de energie niet meer om ergens over na te denken.

Reacties (1)

  • AroonCat

    Oef, heftig!! Dat zal Gül niet waarderen, die wilt haar vast dood hebben!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen