Foto bij H88: Rood licht of bloed ~ Halatir

“… 11… 12… 13…”, mompelde ik geconcentreerd terwijl ik de plant ondergedompeld hield in de vloeistof. De wolfsmelk moest op een speciale manier bewaard worden en aangezien ik hem voor even niet nodig had, moest ik het kunnen bewaren. “… 20”, zei ik opgelucht in mezelf en haal de plant uit de vloeistof. Opeens schalde er een luide ringtoon doorheen de kamer en met een ruk schoot ik overeind. Ik pakte mijn gsm van de tafel en kreunde. Was het nu het groene of het rode knopje…? Ik gokte op het rode knopje en hield de gsm tegen mijn oor. “Hallo?” vroeg ik, maar het was doodstil. Oké, het was dus het groene knopje… Nog geen 10 seconden later ging mijn gsm terug af en ik drukte nu op de groene toets.

“Het was het groene knopje, idioot”, hoorde ik als eerste door mijn gsm en ik gromde. “Als dat het enige is dat je wilt zeggen, kun je beter ophangen”, gromde ik geïrriteerd en ging op mijn bed zitten. Er klonk vaag wat geruis en wat gemompel op de achtergrond en ik fronste. “Luister, ik heb niet veel tijd. We zijn deze kitsune bijna weer kwijt als je telkens het verkeerde knopje gebruikt… Hij is vrij machtig en zou een link hebben met Nick. Hij is duidelijk veel ouder dan Nick, zeker qua krachten staat hij ver vooruit”, hoorde ik aan de andere kant van de lijn en ik humde. “Waar?” vroeg ik enkel en er klonk wat gestommel. “Japan, Noord-“, hoorde ik en toen klonk er een luid kabaal, gevolgd door geschreeuw. “Ga achter hem aan! Hij ontsnapt!” hoorde ik verschillende stemmen schreeuwen en ik hoorde geweerschoten. Daarna klonk er nog wat gevloek, gevolgd door een stilte. “We zijn hem weer kwijt, maar hij is gewond…”, hoorde ik aan de andere kant van de lijn en ik siste: “Vind hem. Ik wil hem én Nick.” Er klonk instemmend gemompel en toen hing ik op. Dit ging allemaal veel te moeizaam naar mijn zin. Ik had Nick nog altijd niet en er moesten nog heel wat wezens overtuigd worden.

Ik hield mijn koffer stevig vast terwijl ik in de lift stond. Ik was China beu, dus ik vertrok naar mijn volgende bestemming. Voor mij stond er een jong koppeltje dat net op het laatste moment bij mij in de lift was gesprongen. De jongen fluisterde wat tegen het meisje en ze giechelde. Oh man, ik wou zo graag hun nek om wringen… Nee, wacht, eerst de longen doorboren en dan… Een ‘ping’ geluid haalde mij uit mijn sinistere gedachten en ik stapte uit, me ruw tussen de jongen en het meisje wringend. Ik voelde hun boze blik op mijn rug branden, maar ik kon daardoor alleen maar breed grijnzen. Voor het hotel wou ik een taxi tegen houden, maar besefte toen dat ik wel wat zin had in een wandeling, in plaats van een oude, muffe, vervallen auto. Ik moest toch alleen een trein halen, hoe moeilijk kon dat nu zijn?

Ik haalde diep adem en hield die even vast, om het dan terug uit te blazen. Oké, dat hielp een klein beetje… Ik keek naar het verkeerslicht dat vlak voor mijn neus op rood was gesprongen. En ja hoor, daar reed net mijn trein weg… Ik kneep harder in het handvat van mijn koffer. Er reden verdomme veel auto’s op de weg waardoor ik niet zomaar kon oversteken. Toen het licht terug op groen sprong, liep ik met grote passen verder. Misschien kon ik subiet nog een taxi vinden die me dan naar de luchthaven wou brengen…

Na een tijdje kwam ik op een druk plein uit en stond ik even stil om me te oriënteren, maar het hielp niets. Ik zag dat ik midden in een markt-achtig iets stond en de mensen krioelden om me heen als larven op een lijk. Opeens voelde ik een klein handje dat iets snel uit mijn broekzak probeerde te grabbelen, maar ik greep het meteen stevig vast. Ik trok eraan en zag weer hetzelfde jongetje voor mijn ogen verschijnen, dat een paar dagen geleden mij ook had proberen te bestelen. Zijn ogen werden groot toen hij mij herkende en hij probeerde los te komen, maar dat liet ik niet toe. “Je hebt je waarschuwing gehad…”, gromde ik diep en hoewel hij mij waarschijnlijk niet verstond, zag ik toch de angst in zijn ogen groeien. Ik hoorde in de verte een politiewagen aan komen rijden op hoge snelheid, maar ook met sirene. Ik wachtte totdat de wagen bijna bij ons was en toen deed ik het. Ik verstevigde mijn greep om zijn pols en met een korte beweging, voelde ik zijn pols breken. Hij gilde als een speenvarken, maar door de sirene viel het niet zo hard op.

Toen hij probeerde te schreeuwen om hulp, schoof ik in een oogwenk zijn vest opzij om dan met een soort lange spijker in zijn hart te steken. Hij werd opslag stil en keek mij aan. Ik liet de spijker erin zitten en schoof zijn vest snel voor de wonde en wandelde weg. Het zou nog enkele seconden duren voordat hij besefte dat hij dood was, dankzij het gif, en dus op de grond zou vallen. Toen ik eindelijk aan de rand van de markt kwam, hoorde ik gegil vanuit het centrum komen. Ja, hij was gevonden…

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Een spijker met roest is ook al voldoende(A)

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen