Foto bij H90: Weerzien van een vriend ~ David

Het was bijna middag toen ik mijn hengel weer boven haalde. Pffff, nog altijd niets, zowel op de oever als aan mijn hengel. Ik keek uit op de Baai van Tokio terwijl ik wachtte. De wind waaide af en toe met heftige vlagen langs mij heen, alsof het mij van de kant in het water wou laten vallen. Donkere wolken pakten zich samen boven mijn hoofd en ik zuchtte diep. Dat heb ik altijd als ik mijn paraplu niet meeneem…

Ik hoorde voetstappen op mij afkomen. Ik draaide me niet opzij of om en liet mijn blik op oneindig staan. De voetstappen leken te aarzelen, van richting te veranderen, om dan terug naar mij toe te komen. Ik keek naar het water onder mij terwijl het tegen de kaai botste. De wind wakkerde weer even aan en een grote golf water sloeg stevig tegen de kade aan. Weer stilte. Mijn spieren spanden zich aan terwijl ik uiterst oplettend naar mijn omgeving luisterde. Ze zullen mij niet krijgen… Nooit… Toen de voetstappen opeens zelfzeker regelrecht naar mij toe kwamen, liet ik het water omhoog komen en met een snelle draai van mijn lichaam stuurde ik het water naar die persoon. Mijn waterstroom botste echter op een muur van aarde die uit het niets leek te zijn gekomen. “Ook hallo, zou ik zeggen…”, hoorde ik een stem droog zeggen en ik ontspande. “Hoi Nick, dat is ook al even geleden…”, antwoordde ik en Nick glimlachte.

We stonden daar tegenover elkaar op de kaai met de naderende regenbui achter ons. “Je lijkt nogal gespannen”, zei Nick en keek mij met een onderzoekende blik aan. Ik glimlachte zwak en zei: “Ik heb daar alle goede redenen voor… Kom mee, ik wil niet nat worden.” Nick knikte en volgde me terwijl ik verder liep. De illusie van een hengel en vissersspullen liet ik verdwijnen en wandelde rustig verder. Zodra ik een taxi zag aankomen, stak ik mijn hand uit en liet Nick mee instappen. Ik mompelde in een dialect het adres en de chauffeur knikte, om dan op weg te gaan. “Je hebt het bericht van Khana precies nog onthouden”, zei ik geamuseerd om de stilte te doorbreken. “Ja, een beetje laat maar goed…”, zei hij en ik glimlachte. “Wel, beter laat dan nooit”, zei ik en het was weer stil. De stilte bleef totdat we aankwamen op het adres.

“Een theehuis?” vroeg Nick verbaasd en ik knikte. “Ja, ik ben een beetje door mijn voorraad van schuilplaatsen heen”, zei ik wrang en ging hem voor. Ik ging naar binnen en liep meteen door naar de trap, om dan naar mijn gehuurde kamer te gaan. Nick volgde en zodra hij de kamer in was, sloot ik de deur en deed deze op slot. Ik zuchtte even diep en ging toen op mijn geïmproviseerde matras zitten. Nick zette zich gewoon op de grond en zei: “Vertel. Wat is er gaande?” “Ik word opgejaagd Nick”, zei ik meteen en ik zag zijn ogen groot worden. “Door…?” “Door de mensen en wezens die jou willen. Ik weet niet hoe, maar ze weten dat er een soort verband tussen ons bestaat. Ik ben onlangs nog maar nipt kunnen ontsnappen”, vertelde ik en ik hief mijn hemd een stuk op. Het verband dat om mijn buik zat, zag alweer wat rood aan mijn rechter kant. “Dit was hun afscheidscadeau”, zei ik en deed mijn hemd weer omlaag. “Voor je boos wordt of zo, niet doen. Ten eerste omdat dit mijn laatste schuilplaats is en ten tweede omdat ik bijna in het rood zit door de schade die de mensen die mij opjagen aanrichten”, zei ik en ik zag Nick mij met een frons aankijken, om dan naar zijn handen te kijken. Die waren stevig tot vuisten gebald en buiten klonk er opeens hevig onweer. Hij ontspande ze weer en meteen verzachtte het onweer tot rustig geregen.

“Ik had onze ontmoeting toch wat anders verwacht”, zei hij na een lange stilte. Ik glimlachte even en knikte. “Ik ook. Hoe lang is het geleden? 50 jaar? 60? Ik weet het al niet meer…”, zei ik en kreunde even. “Die wonde moet verzorgd worden David”, zei Nick en hij klonk degelijk bezorgd. “Dat hoeft niet en daarbij, een ziekenhuis zou teveel vragen stellen en jij kan niet bepaald helen…”, zei ik met een zachte grinnik er achteraan. “Ik heb niet gezegd dat ik het wou verzorgen…”, zei Nick mysterieus en ik haalde een wenkbrauw op. “Dat mag ik hopen ja”, grapte ik en hoewel hij boos probeerde te kijken, zag ik bij hem een mondhoek omhoog kruipen. “Khana kan je helpen”, zei hij toen en mijn andere wenkbrauw ging ook de hoogte in.

“Wacht… probeer je nu te zeggen dat ik met jou moet mee komen zodat ik verzorgd kan worden?” vroeg ik hem en toen hij knikte, zei ik: “Dat is het domste idee ooit, Nick. Ze jagen op mij, omdat ze JOU willen. Als ik met jou mee kom, dan wordt de kans alleen maar groter dat ze jou degelijk te pakken gaan krijgen.” “Oh, dus je wilt zeggen dat ik je zo moet achterlaten? Gewond?” zei hij en schudde zijn hoofd. “Sorry maat, maar jij komt met mij mee, of je nu wilt of niet. Ik laat je hier zo niet achter, zeker niet omdat dit door mij komt en omdat je mijn vriend bent”, zei hij en ik zuchtte. “Nick…”, probeerde ik, maar hij onderbrak mij door op te staan en te zeggen: “Pak je spullen, we vertrekken. Met wat geluk zijn we vanavond bij Khana en Miyuki.” “Miyu…” “Je zult wel zien”, zei hij ongeduldig en begon mijn weinige spullen te verzamelen en in een zak te proppen. Met wat moeite raakte ik overeind en leunde even tegen de muur aan. “Kom, we gaan”, zei Nick opeens en ik zag dat hij al mijn spullen al had. “Je jaagt jezelf de dood in, Nick”, zei ik enkel, maar liep toen met hem mee.

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Vaaaaaag..., maar David ziet er niet slecht uit.(blush)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen