De wapenstilstand werd tot een vrede gemaakt. De soldaten en hun families werden opgenomen in het koninkrijk en er werd een nieuwe koning gekozen onder degenen die daar geschikt voor werden geacht. De meeste kandidaten bevonden zich onder de ridders van beide partijen. Maar voor er een keuze gemaakt werd, bracht men het lichaam van Arthur naar Avalon. Men zei dat Excalibur gesmeed was op dit eiland, ook al wisten Alexander en de andere onsterfelijken beter. Het eiland had voor de bevolking een mythische betekenis en dus was het de beste plek om hun koning daar te laten begraven.
Alexander, Hephaistion, Scathach en Gilgamesj waren erbij toen drie priesteressen, waaronder Arthurs halfzus Morgana, het lijk in een boot naar het eiland voeren. Het was een mistige dag, dus de boot verdween al gauw uit het zicht voor de toeschouwers op de oever.
Gilgamesj sprak niet, maar Alexander zag hoe zijn lippen beefden en de tranen over zijn wangen liepen. Voorzichtig legde hij zijn hand op de schouder van de gebroken man uit wie echter geen reactie kwam. Dit gebrek aan reactie was al een paar dagen zo en Alexander begon zich ondertussen toch echt zorgen te gaan maken. Gilgamesj at en dronk ook nauwelijks en Alexander vermoedde dat slapen ook niet lukte, gezien hoe grauw zijn gezicht eruit zag, hoe ernstig de wallen onder zijn ogen waren.
‘Nu is het moment om afscheid te nemen. Nu is het moment om hem te laten gaan.’ Alexander sprak zachtjes doch dwingend. Gilgamesj schudde slechts lichtelijk van nee en Alexander zuchtte.
‘Ik denk dat nu nog niet de tijd is hiervoor.’ Hephaistion pakte zijn arm vast en trok hem een eindje weg van Gilgamesj. ‘Jij had ook veel tijd nodig om er bovenop te komen.’ Alexander knikte, maar bleef zijn blik op Gilgamesj richten.
‘En toch ben ik bang dat er bij hem meer beschadigd is.’
‘Dan zal de tijd dat uitwijzen.’

De rit terug naar Camelot verliep in stilte. De gehele groep was stil en pas toen het fort in zicht kwam, begonnen enkelen weer te praten. Waaronder Scathach.
‘Hoewel het beter is voor het koninkrijk dat dit conflict nu over is, vind ik het alsnog spijtig dat Arthur heeft moeten sterven. Hem op de troon zetten was dan misschien wel een slecht idee, maar hij was oprecht een goed mens, zijn gouden aura haast uniek. Het is zo spijtig dat macht hem gecorrumpeerd heeft.’
‘Het gebeurt helaas. De wereld is wreed. We kunnen er het beste mee leren omgaan.’ Hephaistion keek hen allen even aan, maar staarde toen weer voor zich uit, naar het fort op de heuvel.
‘Daar heb je gelijk in.’ Stilte.
‘Wat ga jij hierna doen, Scathach?’ vroeg Alexander na een tijdje.
‘Ik weet het nog niet. Misschien hier blijven om ze te helpen, misschien gaan reizen. Ik heb goede verhalen over Azië gehoord.’
‘Hpmf, daar heb je alleen maar die stomme Perzen. En de Indiërs ietsje verder, al gaan die nog wel.’
‘Nee, nog verder dan Indische rijken. Er schijnt daar zoveel meer te zijn. Een cultuur compleet anders dan wat wij kennen. Ik wil het met mijn eigen ogen gaan zien.’
‘Het klinkt als een geweldig avontuur,’ mijmerde Hephaistion. ‘Ik krijg Alexander vast nog wel eens zo ver om je op te komen zoeken, terwijl je daar bent.’
‘Voorlopig hoef ik geen eeuwenlange reizen te maken,’ mopperde Alexander. ‘Maar misschien komen we ooit wel een keer die kant op.’
‘Oh, kom ooop,’ zeurde Hephaistion en Alexander keek hem grijnzend aan.
‘Geef toe! Jij vindt het op een gegeven moment ook verschrikkelijk om wekenlang onderweg te zijn!’
‘Jullie zijn gewoon verwend. Al dat stilzitten in Tepe Sialk heeft jullie duidelijk geen goed gedaan. Vroeger waren jullie jarenlang onderweg!’ Scathach klonk verontwaardigd.
‘Ja, maar met hier en daar wel geweldige verblijfplaatsen! Die rotdorpjes waar we onderweg hier naartoe overnacht hebben, waren verschrikkelijk.’ Met een lichte heimwee dacht hij terug aan Babylon. En aan Bactria, waar hij Roxane ontmoet had.
‘Ik ben het eens met Scathach,’ bracht Hephaistion er tegenin. ‘Ik denk dat die eeuwen in Tepe Sialk ons inderdaad geen goed gedaan hebben. Wat mij betreft is het weer tijd om jarenlang te reizen. Tijd om weer terug in ons oude ritme te komen.’
‘Oké, oké, misschien heb je gelijk. Maar we hebben Palamedes beloofd om hem te helpen met wat klussen.’
Na de slag had de ridder hen bezig gezien met hun aura en toen verteld dat hij zelf ook een onsterfelijke was. Tijdens zijn reizen voor Arthur had hij zijn meester Tammuz ontmoet en er was iets gebeurd, waardoor de aloude hem gestraft had met onsterfelijkheid en de opdracht om door schaduwrijken te zwerven en daar klussen voor hem op te knappen. Palamedes wilde echter niet vertellen, wat er gebeurd was en Alexander respecteerde dat. Het maakte wel dat hij beter ging nadenken over zijn eigen relatie met zijn aloude. Zo slecht hadden hij en Hephaistion het namelijk nog niet getroffen.
‘Dat is waar. Maar daarna kunnen we gaan. We hebben toch alle tijd van de wereld.’ Alexander grinnikte. Grappen maken over hun onsterfelijkheid bleef op dit soort momenten leuk. Het maakte dat ze inderdaad zoveel meer mogelijkheden hadden dan ieder sterfelijk mens.
‘Maar, schaduwrijken bereizen is een geheel nieuw avontuur. Compleet anders dan wat we op deze wereld hebben gezien, naar ik gehoord heb,’ vervolgde Hephaistion. Alexander deelde zijn nieuwsgierigheid, dat was ook één van de redenen dat hij “ja” had gezegd tegen Palamedes. Natuurlijk na met Hephaistion overlegd te hebben. Hij wilde hem nergens in meesleuren zonder zijn toestemming.
‘Dat klinkt als goede plannen. Schaduwrijken zijn zeker de moeite waard, al kunnen ze gevaarlijk zijn, dus wees op je hoede. Maar ik vertrouw erop dat Palamedes jullie daarin goed zal begeleiden.’

De volgende dag werd de nieuwe koning van Brittannië gekozen. Ze hoopten dat het één van hen zou worden. Alexander moest er niet aan denken dat één van Mordreds ridders op de troon zou komen, bang dat dit het fragiele evenwicht zou verstoren.
Uiteindelijk werd er een man gekozen die ze niet eerder ontmoet hadden. Na de slag was Constantijn, een neef van Arthur verschenen. Hij was onderweg geweest met zijn mannen om te helpen, maar ze waren te laat gekomen. Wel droeg hij het bewijs bij zich dat Arthur hem had aangewezen als zijn opvolger. Direct werd er gezocht naar eenzelfde bewijs tussen de papieren van Arthur. Ze waren die ochtend gevonden en gaven de doorslag en dus werd hij tot de nieuwe koning gekroond.
Alexander, Hephaistion en Palamedes bleven nog enkele weken om te helpen met de heropbouw van het rijk. De oorlog had er een chaos van gemaakt en de economie ontwricht. Maar de terugkeer van de vrede maakte dat dit alles gauw weer hersteld werd. Toen was het voor hen tijd om te gaan naar de mythische schaduwrijken, waarvan de meesten gecreëerd waren door alouden. Ze kwamen monsters uit hun nachtmerries tegen, waarvan ze enkelen moesten bevechten. Het was zwaar, maar ze kwamen er altijd vrijwel heelhuids uit. Toch besloten ze na een tijdje om voorgoed terug te keren naar de aarde. De schaduwrijken waren geen plaats voor hen en ze begaven zich liever onder de mensheid.

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    dat schaduwrijk klinkt eng

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen