Foto bij Hoofdstuk 7

Ik hoop dat dit een interessant hoofdstukje vinden!
Misschien is het een beetje vaag en sorry daar voor.

Ik dwaal stil door de verlatenen en donker gangen van het kasteel. Ik voel me eenzaam en alleen. Alles voelt zo kil, leeg en duister om me heen. Zonder dat ik enige zeg heb over waar mijn benen me heen brengen weet ik het wel. Ik ga richting de meisjes wc van Jammerende Jenny. Het meisje is vijftig jaar geleden vermoord op die wc’s en is toen veranderd in een geest. Ik heb altijd wel wat medelijden met het meisje gehad, maar ik durfde haar nooit echt aan te spreken door haar uitbarstingen.
‘Wat doe jij op mijn wc.’ Sist ze boos als ze op me afkomt vliegen. Ik loop naar de wasbakken en leun er tegenaan.
‘Zou ik je wat kunnen vragen?’ Vraag ik haar zonder op haar vraag te antwoorden. Ze bekijkt me achterdochtig en knikt uiteindelijk toch. ‘Zou ik mogen weten hoe je bent overleden?’ Ze knikt treurig en komt langs me zweven.
‘Zoals gewoonlijk zat ik op deze wc. Ik was elke dag wel op deze wc te vinden. Dit was mijn plekje. Ik werd veel gepest en ik haten het. Het was altijd het zelfde liedje “Kijk mensen daar is het modderbloedje!” Ik was aan de woorden gewend maar toch kwetste het me. ik zat hier huilend en hoorde de deur opengaan. Ik hoorde een jongen iets in een vreemde taal zeggen. Ik stapte het wc hokje uit en wilde naar de jongen roepen dat hij op moest donderen. Voor ik het kon schreeuwen keek ik in twee grote gele ogen en toen was mijn leven voorbij.’ Verteld het meisje me triest. Ik kijk haar verbaast aan en voel allerlei vragen door mijn hoofd zweven.
‘Zo maar ineens?’ Vraag ik haar waarop ze triest knikt. ‘En ze zijn er nooit achter gekomen hoe het was gebeurd?’ Ze knikt weer op mijn vraag. Haar blik glijd naar een kraan en ik volg haar blik. Mijn ogen blijven hangen op het kleine slangetje wat op de kraan staat gegrafeerd. ‘Wat erg voor je.’ Zeg ik zachtjes waarop Jenny me verbaast aankijkt. Er verschijnt een oprechte glimlach op haar gezicht en ze knikt dankbaar naar me.
‘De geheime kamer is geopend.’ Sist er iemand uit het niets. Ik kijk verbaast om me heen en ik zie dat Jenny me verbaast aan kijkt. Uit het niets hoor ik ook hard geschreeuw en meteen sta ik recht. Zonder nog iets tegen Jenny te zeggen ren ik de toiletten uit. Ik ren verschillende gangen door, maar ik heb geen idee waar mijn benen me heen brengen. Ik kijk naar de vloer en zie dat er water op de grond licht. Ik kijk verbaast op en zie een hoopje tegen de muur voor me op de grond liggen. Ik hoor een geluid langs me en verbaast kijk ik opzij en zie Potter staan. Hij kijkt geschokt naar de muur en ik volg langzaam zijn blik, Angstig voor wat ik zal zien. De geheime kamer is geopend. Hoed u vijanden van de erfgenaam. De tekst is met bloed op de muur gekalkt en het is een walgelijke gedachten. Wie zou zoiets willen doen? Ik kijk naar de jongen langs me en zodra mijn ogen de zijne ontmoeten word alles zwart voor mijn ogen.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen