Foto bij ~13~

Embry, Seth, Emily en ik willen net aan het ontbijt beginnen als Sam en Paul binnen komen. Ze komen gezellig bij ons zitten en pak van alles van tafel en mikken het op hun bord. Wat kunnen die jongens eten zeg!
‘April?’ Vraagt Sam zachtjes. Ik schrik op uit mijn gedachten en kijk de man verbaast aan. ‘Ze reageert wel al op de naam.’ Zegt hij tegen Paul. Embry en Seth kijken verbaast naar Sam, Paul en dan naar mij.
‘April dat was toch je zusje?’ Vraagt Seth aan Paul, waarop de jongen bevestigend knikt. Hij kijkt naar mij en glimlacht trots naar mij. Is hij trots om mijn broer te zijn? Het stemmetje in mijn hoofd wil iets gemeens naar me roepen, maar het lukt me om hem weg te drukken.
‘En dat is ze nog steeds.’ Zegt Paul en slaat een arm om mijn schouders heen. Hij trekt me tegen zich aan en drukt een kus op mijn kruin.
‘Is Nina jouw zusje April?’ Roept Embry verbaast door de ruimte. Paul knikt en ik begin zachtjes te lachen.
‘En ze is ook echt een Shapeshifter.’ Zegt Paul en meteen is het doodstil aan tafel. Ik haal mijn schouders op en kijk een beetje verlegen naar mijn handen.
‘Nou welkom bij de groep.’ Roept Seth uiteindelijk blij. Ik lach zwakjes en kijk dan weer terug naar mijn handen. Ik zou nu naar Demian en Rens moeten om mijn excuses aan te bieden. Ik sta met een ruk op en iedereen kijkt me verbaast aan.
‘Het spijt me maar ik moet iets regelen.’ Zeg ik zachtjes en loop dan het huisje uit. Zodra ik buiten sta beginnen ik te rennen. Het gaat nu niet zo snel als de vorige keer, maar het gaat wel sneller dan normale mensen het kunnen. Binnen een paar minuten sta ik ook voor het huis en meteen vliegt de deur open en komen de twee jongens naar buiten.
‘Nina!’ schreeuwen ze tegelijkertijd.
‘Ik was zo ongerust.’ Roept Damian met een lichte woede in zijn stem. ‘Doe ons dat nooit meer aan! Waar was je vannacht?’ Schreeuwt hij dan.
‘Paul heeft voor me gezorgd.’ Zeg ik zachtjes als antwoord.
‘Paul? Die gast die je gister bij me weg trok?’ Vraagt hij waarop ik knik. ‘Je kent hem niet eens. Misschien heeft hij je wel gedrogeerd of iets. Je bent zo onverantwoordelijk!’ schreeuwt hij naar me. Wat heeft hij toch altijd.
‘Damian waarom doe je zo gemeen? Paul is wel mijn broer!’ Schreeuw ik naar hem toe. Rens rent blij op me af en geeft me een knuffel. Damian staart me alleen maar boos aan.
‘Hoe weet je dat zo zeker die gasten bedriegen je!’ Roept hij. Ik voel tranen in mijn ogen prikken. Hoe kan hij dat zeggen? Waarom kan hij niet gewoon blij voor me zijn? Waarom is hij z’n egoïstische zak. Ik voel dat mijn handen beginnen te trillen en ik weet dat als ik het niet tegen hou verander. Ik duw boos Rens weg en ren weg het bos weer in. Ik kleed me snel uit en laat mezelf uit mijn vel scheuren. Ik neem mijn kleren in mijn bek en begin te rennen.
‘Wie ben jij?’ hoor ik de stem van Quil in mijn gedachten vragen. Kan iedereen dit? dan word ik gek! ‘Ja, we kunnen bij elke wolf in hun gedachten zien wat ze nu denken! leuk hè?’ verteld hij me blij. Ik zucht diep en ren veder de bossen in. Ik voel steeds meer gedachtes mijn hoofd binnen dringen. Ik word nu al gek van ze! Ik zie in de verte de kloof al en berijd me al voor op de sprong.
‘Niet daar heen!’ Schreeuwt de gedachten van Seth door mijn hoofd.
‘Je mag niet over de grens!’ Gaat iemand anders veder. Ik negeer alle protesten en spring. Midden in mijn sprong verander ik terug en beland soepel op mijn voeten. Ik kleed me vlug om en ren veel sneller dan net weg van de kloof. Ik ren richting het huis van de familie Cullen en voor ik aan kan kloppen word de voordeur al geopend. Emmett staat in de deur opening en meteen vlieg de jongen om zijn hals.
‘Nina wat doe jij hier? En waarom ruik je naar hond, maar dan duizendmaal lekkerder?’ Vraagt de jongen me verbaast als ik hem langzaam los laat. Ik voel hoe de tranen over mijn wangen stromen en zachtjes begin ik te snikken. De jongen kijkt me bezorgd aan. hij slaat zijn armen om me heen en tilt me op. Meteen loopt hij naar boven en neemt me mee naar zijn kamer waar hij me op zijn bank neer zet.
‘Nina vertel maar wat er is.’ Zegt Emmett waarop ik zwak knik en mijn tranen weg veeg..
‘Ik ben blijkbaar het zusje van Paul en ik ben ook nog eens een wolf. Mijn broer Damian doet gemeen en schreeuwt tegen me.’ Mompel ik snel ‘En eigenlijk weet ik niet wat ik met mezelf aan moet.’ Snik ik zachtjes. Ik hoor zacht getrippel op de trap en binnen seconden voel ik de armen van Alice troostend om me heen.
‘Ik zie dat alles weer goed komt, dus maak jij je daar maar niet druk over.’ Zegt Alice zachtjes waarop ik zwak knik maar dan alsnog in huilen uitbarst. Wat ben ik toch een triest geval op dit moment.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen