Foto bij Hoofdstuk 8

Ik schrik op van een pijn in mijn achterhoofd. Ik kijk verbaast om me heen en zie de donkere, verlate gangen van de school. De vreselijke pijn in mijn hoofd is echt vreselijk en met moeite ga ik met mijn rug tegen de muur zitten. Ik voel de tranen over mijn wangen glijden en boos bons ik met mijn hoofd tegen de muur. Wat mij alleen nog maar meer pijn oplevert. Jaren heb ik er geen last van en zodra ik weer op deze school ben zie ik weer van alles gebeuren en loop ik weer overal rond.
‘Wie is daar?’ Roept er een norse, bekende stem. Door de barstende koppijn kan ik geen naam bij de stem plaatsen. ‘Als jij je niet onmiddellijk laat zien ga ik naar professor Sneep hoor.’ Dreigt de jongen. Ik ga met mijn hand in mijn zak en voel dat er mijn stok in zit. Ik pak hem er voorzichtig uit en zachtjes steek ik hem in de richting van de stem.
‘Lumos.’ Fluister ik zachtjes en er verschijnt een zwak klein lichtje. Mijn ogen vinden het alsnog te fel licht en ik knijp mijn ogen pijnlijk dicht. ‘Heel slim dat je naar Severus wil gaan.’ Zeg ik zachtjes. ‘Maar aangezien dat jij eigenlijk ook niet op de gang mag zijn. Zou ik dit alles maar stil houden voer iedereen.’ Fluister ik in de richting van de jongen. Ik leg mijn hoofd op mijn knieën en zucht. Kan het gewoon niet stoppen?
‘Kijk eens wie we hier hebben.’ Hoor ik de jongen fluisteren. Zijn arrogantie ken ik uit duizenden Draco Malfidus.
‘Hallo Draco.’ Mompel ik zachtjes terug. Ik kijk op en zie dat de jongen op me afloopt en voorzichtig langs me komt zitten.
‘Wat doe je hier in het holst van de nacht?’ Vraagt hij me zachtjes. Ik maak de spreuk ongedaan en steek mijn stok weer in mijn zak. Ik voel de warme hand van de jongen voorzichtig op mijn onderarm maar meteen trekt hij zich ook weer terug. ‘Jezus Roxanne, je bent ijskoud.’ Roept hij geschokt uit.
‘Hoe weet je mijn naam?’ Vraag ik hem verbaast.
‘Ik heb wat rondgevraagd. Zodra er een nieuwe is weet binnen een dag iedereen de naam.’ Zegt hij zacht en ik zie vaag dat hij scheve lach op zijn gezicht heeft. ‘Waarom zit je midden in de nacht, huilend in een random gang op de grond?’ Vraagt hij me nu bloedserieus.
‘Omdat ik een naar voorgevoel heb over deze gang.’ Mompel ik zachtjes tegen de jongen. ‘Er gaan dit jaar nare dingen gebeuren. Ik weet het zeker en zelfs ik ben er doodsbang voor.’ Vertel ik hem en ga langzaam staan. zodra ik recht sta voel ik een steek door mijn hoofd en zak ik door mijn knieën. Voor ik de grond kan raken word ik vastgepakt en overeind getrokken. ‘Dankjewel Draco.’ Mompel ik zacht naar de jongen als hij me los laat.
‘Gaat het wel?’ Vraagt hij me met een lichtbezorgde toon in zijn stem. Ik schud eerlijk mijn hoofd en loop dan langzaam van de jongen weg. Ik hoor zijn haastige voetstappen me volgen en zie dat hij langs me komt lopen.
‘Je weet dat je de verkeerde kant op gaat toch. De toren van Griffoendor is de andere kant op, je loopt nu richting de kerkers.’ Zegt hij waarop ik langzaam knik.
‘Dat weet ik Draco. Kun je me nu alsjeblieft met rust laten.’ Komt er norser uit mijn mond dan ik wil. Draco blijft stil, maar hij volgt me nog wel. Ergens voelt het fijn dat hij niet weg gaat. Ik stop bij een deur en klop drie keer op het houd. De deur word open geklapt en ik kijk meteen in de donkere ogen van Severus. De man kijkt me boos aan, maar meteen veranderd zijn blik en bekijkt hij me bezorgd.
‘Roxy, wat doe jij hier? Je hoort allang in bed te liggen.’ Zegt hij verbaast waarop ik knik.
‘De hoofdpijn begon weer.’ Fluister ik zachtjes tegen de man. Ik weet dat Draco nog ergens in de buurt is. Dus ik moet voorzichtig zijn met wat ik zeg voordat heel de school het weet. Ik voel een pijn vlaag en ik krimp zwak in elkaar. De man knikt en zet een stap opzij zodat ik naar binnen kan. Zodra ik in Severus zijn kamer sta gaat de deur weer met een klap dicht. De klap doet niet alleen pijn aan mijn oren, maar laat ook weer een pijnscheut door mijn hoofd gaan.
‘Het is weer zover Severus.’ Mompel ik tegen de man.
‘Je moet je er ook niet tegen verzetten. Je moet het maar laten komen en accepteren. Die hoofdpijn krijg je omdat jij je er tegen verzet. Je wilt het niet maar je moet wel. Het hoort bij jou.’ Zegt de man waarop ik zwak knik en op de bank neer plof. ‘Waar droomde je over?’ Vraagt hij voorzichtig. Ik lach zwak en brand dan bij hem los over heel mijn droom. Hij weet net zoals ik dat het geen droom is, dus zal ik hem ook alles precies in de details vertellen. Severus is de vader die ik niet heb. Hij zorgt voor me, luistert naar me en geeft me advies.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen