'Dat was raar.' Alexander was nog steeds verbijsterd over de plotselinge verdwijning en vlucht van de man.
'De naam zegt me niet veel, maar het feit dat hij voor de Duistere Alouden werkt klinkt niet goed.' In de loop van de eeuwen hadden ze langzaamaan meer informatie gekregen. Ook de zogenoemde Duistere Alouden hadden mensen onsterfelijk gemaakt en ze waren daardoor in hun dienst. Alexander en Hephaistion hadden slechts enkelen van hen ontmoet, maar allen zaten achter macht aan en waren meedogenloos in hun methoden om dit te verkrijgen. Alexander kon niet vatten hoe een mens kon vechten voor zijn eigen ondergang.
'We moeten de familie waarschuwen dat er bij hen is ingebroken en dat de dader ontsnapt is. Zij hebben de manschappen om de hele stad te doorzoeken en hem op te pakken. Ik wil dat hij opgepakt worden en dat hij gedood wordt. Dat is een dienaar minder voor de Duistere Alouden.'
'Maar hoe wil je Francesco ervan overtuigen dit te doen, zonder alles aan het licht te brengen?' relativeerde Hephaistion. 'Hij zal echt niet de hele stad doorzoeken voor slechts een dief.'
'Dan moeten we hopen dat die brief een zeer belangrijke inhoud had. Belangrijk genoeg voor Francesco de' Medici om zoiets te doen.'
'Laten we dan hopen.'
Met pijn in hun hart moesten ze de beeldengalerij verlaten. Het pakken van Machiavelli was belangrijker dan de beelden. De eerste de beste bediende schoten ze aan met de mededeling dat ze zeer belangrijk nieuws hadden voor de Groothertog. Ze moesten even wachten, maar er werd aan hun verzoek voldaan en na een tijdje van de man het vertrek binnenlopen.
'Nou, wat hebben jullie ontdekt dat zo dringend is? Heb ik toevallig een spectaculair beeld in mijn collectie?'
'Helaas hebben we slecht nieuws voor u. Er was een indringer in het paleis. We konden hem tijdelijk staande houden en ondervragen, waaruit kwam dat hij een verzegelde brief van u heeft gestolen. Helaas wist hij te ontsnappen met behulp van een gasbom, die ons het zicht ontnam. Hij noemde een naam: Niccolo Machiavelli.' Francesco had aandachtig geluisterd, terwijl Alexander vertelde, maar toen hij op de naam kwam, barstte de man in lachen uit.
'Niccolo Machiavelli, die man is al ruim vijftig jaar dood! Hij kan het nooit geweest zijn.'
'Dan moet het een schuilnaam zijn geweest om ons af te leiden. Ik weet niet wat de inhoud was van die brief, maar als het van belang is, wil ik u ten zeerste aanraden om de hele stad af te zoeken en hem te arresteren.'
'Ik waardeer je meelevendheid, maar laat mij dit soort dingen beslissen. Ik ga geen hele stad afzoeken naar een gestolen brief. Ik laat mijn mannen uitkijken naar de man, maar meer kan ik niet doen. Dank je voor de moeite.' Hij verliet de ruimte weer en liet hen alleen achter.
'Dat was niet zo succesvol,' merkte Hephaistion op en Alexander brieste gefrustreerd.
'Zelf kunnen we hem nooit te pakken krijgen!'
'Misschien is dat iets dat we moeten accepteren. Alexander, het is onze taak om de mensheid te beschermen tegen de monsters. Niet om achter dienaren van andere Alouden aan te zitten. We zijn misschien oud, maar hebben nooit geleerd hoe tegen hen te vechten. Laten we het bij de monsters houden. De strijd van Arthur heeft ons dat wel geleerd.'
'En toch steekt het. Je wilt wat kunnen doen tegen het kwaad, welk kwaad het dan ook is.'
'Daarvoor moeten we helaas de juiste momenten afwachten. En deze keer was onze vijand ons te slim af. En we waren onvoorbereid. Kom, laten we terug naar huis gaan.' Alexander volgde Hephaistion, maar hij bleef in gedachten verzonken over hoe hij Machiavelli zou kunnen pakken. Na hun wapens weer opgehaald te hebben, verlieten ze het gebouw en liepen ze over het Piazza della Signoria, waar het Palazzo Vecchio aan grensde. Het middeleeuwse bouwwerk voelde hem vertrouwder aan dan de rest van de gebouwen in de stad. Hij vond de nieuwe Renaissance stijl mooi, maar het bleef wennen. Babylon zou ook altijd zijn favoriete plaats blijven, waar hij de bouwstijl het meest kon waarderen. Het deed ook pijn dat er nu niets meer van over was.
Toen ze bijna bij hun woning aankwamen, was zijn conclusie dat een volgende ontmoeting met de onsterfelijke puur toeval zou moeten zijn, omdat zij gewoon niet de middelen hadden om hem op te sporen. Hij deelde dit gegeven met Hephaistion die het met hem eens was.
'Laten we ons gewoon richten op onze taak, maar we zullen extra waakzaam blijven, mochten we hem ooit weer tegenkomen.' Alexander knikte en volgde hem naar binnen. Het vertrek was klein en spaarzaam gemeubileerd, maar het was voldoende voor hen.
Het reizen door Europa had hen geleerd om in armoede te kunnen leven en hoeveel Alexander zijn oude luxe leven soms ook mistte, had hij ook zo zijn momenten dat hij de soberheid van hun nieuwe bestaan kon waarderen. Monsters jagen was nou eenmaal geen goed betalend vakgebied en ze moesten vaak bijverdienen, meestal als huurling. De luxe die ze in Athene hadden gehad was uitzonderlijk.
Voor hij zichzelf rust gunde, ging Alexander eerst zitten aan het bureau en pakte hij een vel papier, inkt en een ganzenveer. Hephaistion keek hem vragend aan.
'Ik moet Zeus op de hoogte brengen van onze ontmoeting. Misschien heeft hij nog raad. En anders weet hij in ieder geval dat de Duistere Alouden iets gestolen hebben van de Medici's. En vragen naar informatie over deze Niccolo Machiavelli. Ik wil mijn vijand wel leren kennen voor onze eventuele volgende ontmoeting.'
'Ik vraag me af of hij weet wie wij waren.'
'Ik ook, en ik hoop dat hij niets weet. Dat zou beter voor ons zijn.'
Hij schreef de brief met zoveel details als hij zich kon herinneren. Eenmaal klaar verzegelde hij het en ging hij bij het raam staan. Hij floot een bepaalde toon en wachtte. Een valk verscheen na enkele minuten en nadat Alexander hem een stukje vlees gegeven had, bond hij de brief aan de poot van het dier vast.
'Ga vlug naar onze meester,' zei hij tegen het dier en de valk vloog weg.
'En nu is het tijd om bij te komen.' Hij liet zich neervallen op de stoel en keek dankbaar naar Hephaistion die de fles wijn en twee glazen al had klaargezet. De wijn bewaarden ze voor speciale gelegenheden en de schrik van deze ontmoeting vonden ze een voldoende reden. Ze vulden de glazen en proostten.
'Op het beeld van mij en ons onsterfelijke leven.'

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Omg, alex, hahaha, proosten op het beeld van hemzelf

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen