In de weken erna kwamen ze steeds vaker van deze zogenaamde verdwaalde monsters tegen. Het waren er nooit veel tegelijk, maar toch bleven het er teveel om natuurlijk te zijn. Dit was dan ook de reden dat Alexander uiteindelijk een telefoontje pleegde naar Zeus. Ze hadden elkaar al decennia lang niet gesproken, omdat daar geen reden toe was. Het nummer had hij van een andere onsterfelijke gekregen en ergens verbaasde het Alexander lichtelijk dat zijn Aloude überhaupt een telefoon had. Blijkbaar ging hij toch met de tijd mee.
'Zo, dat is een tijd geleden geweest,' was het eerste dat de Aloude zei toen hij opnam. Natuurlijk had hij wel gezorgd dat hij aan Alexanders nummer was gekomen, Zeus was graag op de hoogte van alles en verzamelde zoveel mogelijk informatie.
'Dat klopt, maar het is zeer rustig geweest de laatste tijd.' Hij hoorde een hummende bevestiging aan de andere kant van de lijn.
'Maar, tijden zijn veranderd en ik neem aan dat je me daarom belt.' Ergens vervloekte Alexander het feit dat Zeus overal al van op de hoogte bleek te zijn.
'De laatste paar weken komen we steeds vaker dwalende monsters tegen. Vaak monsters die van ver komen en niet in deze omgeving voor horen te komen. Er zijn Duistere Alouden in het spel en ik vrees dat ze weinig goeds in de zin hebben.'
'Lithe nadert en ze zijn wat van plan.' Zeus mompelde en het klonk onheilspellend, al had Alexander geen idee van wat Lithe was.
‘Wat nadert?’ vroeg hij dus.
‘Lithe, het moment dat de zon het dichtst bij de aarde staat en de grens tussen aarde en de schaduwrijken erg dun is. Je kan dan makkelijk ontsnappen uit zo’n rijk, waaronder alouden en monsters die we liever niet weer op de aarde zien.’
‘Klinkt inderdaad als iets dat we niet willen. Maar wat kunnen we ertegen doen?’
‘Tegen ontsnappende Alouden? Niets. Maar er wordt iets voorbereid en daar zouden we wel iets aan kunnen doen. Dat ben ik nu aan het uitzoeken, ik hou je op de hoogte. Blijf ondertussen op je hoede.’ Het gesprek werd verbroken en Alexander staarde zorgelijk voor zich uit.
‘Hij wist er al van,’ zei hij tegen Hephaistion. ‘En hij weet wat er waarschijnlijk achter zit. Er is weinig wat we nu kunnen doen, behalve de losgeslagen monsters blijven doden. Misschien is het tijd om weer actief te gaan jagen.’
‘Dat had ik me inderdaad ook al bedacht. De mensen blijven de prioriteit hebben en de dreiging lijkt steeds groter te worden.’ Alexander knikte.
‘Ik vraag me echt af wat de Duistere Alouden van plan zijn en waar ze al die monsters voor nodig hebben. Maar ik ben bang dat de mensheid hieronder zal gaan lijden.’

De jacht ging van start en steeds verder naar het zuiden gaand, trokken Alexander en Hephaistion elk gerucht over monsters en wild geworden dieren na. Mensen konden een Berserker nog wel voor een beer aanzien, vooral in deze tijd dat bijna niemand meer in de mythen geloofde.
Toen ze op een avond in een Deens dorp overnachten, kwam er verontrustend nieuws op de televisie. Er was een ravage aangericht in het centrum van Parijs, de overheid beweert dat een gaslek met een enorme explosie als gevolg de oorzaak was, maar toen Alexander de beelden zag, die vanuit een helikopter gemaakt waren, wist hij zeker dat een gasexplosie niet de oorzaak was. De schade was te uitgebreid, te veel in een spoor gevormd. Het leek erop dat een heel groot wezen door de straten van Parijs gerend was en zo een enorme verwoesting had achtergelaten. Was dit ook wat er daadwerkelijk was gebeurd? Hij ging na welke onsterfelijken in Parijs woonden die hem vriendelijk gezind waren. Hij kon alleen op Francis de Saint-Germain en Jeanne D’Arc komen, die naar de laatste geruchten getrouwd waren. Hij was Francis ooit eens tegengekomen en ze waren bevriend geraakt. Maar vriendschappen verwaterden gemakkelijk als je zo lang leeft, zelfs met de moderne communicatiemiddelen. Hij hoopte dat hij niet al te ongelegen zou komen met zijn telefoontje.
‘Ik ga even bellen,’ zei hij tegen Hephaistion en deze keek hem vragend aan. ‘Kom anders mee,’ voegde Alexander eraan toe en zijn geliefde volgde hem mee naar buiten.
‘Weet je Francis nog? Momenteel maakt hij faam als een rockster, maar hij woont in Parijs. Ik hoop dat hij meer weet.’
‘Ohja, ik vond hem een beetje arrogant. Maar opzich een prima persoon. Als hij tijd heeft, wil hij je vast wel te woord staan.’
Alexander zocht het nummer in zijn telefoon en belde. De telefoon ging een paar keer over, maar uiteindelijk werd er opgenomen.
‘Alexander, dat is een lange tijd geleden. Is het dringend, want je komt een beetje ongelegen.’
‘Oh?’
‘Ja, ik heb vanochtend bezoek gekregen van de Disir en ze hebben een ravage van mijn huis en tuin gemaakt. Ze hadden de Nidhogg mee.’ Francis klonk zuur en Alexander begon zich oprecht zorgen te maken. De Nidhogg had heel lang opgesloten gezeten en ook de Disir hadden zich teruggetrokken in een schaduwrijk, nadat ze verslagen en bijna uitgemoord waren in de eeuwen na de val van Danu Talis.
‘Wat deden ze in hemelsnaam bij jou thuis?’
‘Ik had besloten Flamel, Scathach en de legendarische tweeling onderdak te geven. Niet het beste idee ben ik bang. De Nidhogg heeft ze achterna gezeten in de straten hier omheen en heeft daar nog meer ravage aangericht. Het monster is nu dood, Josh heeft hem met Clarent gestoken, maar waar ze nu zijn, weet ik niet.’ Het was een hoop informatie en het wekte alleen nog maar meer vragen op bij Alexander.
‘Flamel heeft eindelijk zijn tweeling gevonden en Scathach steunt hem?’
‘Hij heeft er al meerdere gevonden, maar die het telkens toch niet waren. Er zijn daardoor helaas een hoop onschuldige doden gevallen. Maar hij beweert nu echt de legendarische tweeling uit de voorspelling te hebben. En ja, Scathach staat achter hem en zijn poging om de wereld te redden. Ze worden achterna gezeten door Dee en Machiavelli. Maar het ziet er nu naar uit dat er alleen maar meer ellende aan het ontstaan is.’
‘Ik ben het met je eens dat Flamel verantwoordelijk is voor een hoop ellende, maar het is niet alleen zijn schuld. Je hebt ook gewetenloze mensen als Dee en Machiavelli, maar Zeus vertelde me dat Lithe nadert en de Duistere Alouden wat van plan zijn. Wel ben ik bang dat alles samen aan het vallen is tot iets wat levensbedreigend kan worden voor de mensen op deze aarde.’
‘Ik doe mijn best hier alles op orde te houden en te helpen waar ik kan. We zien wel waar dit me uiteindelijk zal brengen.’
‘Maar, waarvoor ik eigenlijk belde: Wat heeft die ravage veroorzaakt, wat ik op de televisie zag? De Nidhogg?’
‘De Nidhogg ja.’
‘Verontrustend. We zijn de laatste tijd veel monsters tegengekomen en hebben besloten om weer op jacht te gaan. Het verschijnen van de Nidhogg en de Disir maakt het alleen maar erger.’
‘Alles gaat naar de klote.’
‘Ja. Ik wens je veel succes met de situatie daar. Ook ik moet zien waar ik terecht kom.’
‘Toch heb ik vertrouwen dat het uiteindelijk allemaal goed komt. We moeten alleen hopen dat de gevolgen niet al te ernstig zullen zijn.’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen