Foto bij Hoofdstuk 15

Ik pak mijn stok en richt hem op de nog steeds lachende Draco.
‘Snaternix.’ Sis ik naar de jongen. Er schiet een vonk uit mijn stok en raakt Draco die meteen doodstil is. Meteen is iedereen doodstil.
‘Noem mij maar een Modderbloedje, maar mijn vrienden niet en al helemaal niet als ik er bij ben!’ Sis ik naar heel de groep. Draco wil iets zeggen maar het lukt niet door zijn vast geplakte tong.
‘Denk jij dat wij gaan luisteren naar een tweedejaars Griffoendor?’ Roept een van de jongens en komt op me aflopen.
‘Dat denk ik niet. Dat weet ik zeker.’ Sis ik naar de jongen, die hard begint te lachen. ‘Serpensortia.’ Sis ik boos naar de jongen. Er schiet een slang uit mijn stok en komt voor de voeten van de Zwaderaar op de grond.
‘Dank u meessteress.’ Sist de slang naar mij. Ik glimlach naar het beestje en zie hoe hij zich om de jongen heen wikkelt. Die nu angstig om hulp roept.
‘Ik dacht dat jullie slangen leuk vonden? Jullie zitten toch in Zwadderich hun mascotten is een slang.’ Lach ik zachtjes naar de jongen.
‘Roxanne Perkamentus!’ Hoor Ik Severus roepen. Ik draai me langzaam om en kijk de man onschuldig aan.
‘Ja Severus?’ Vraag ik de man lief. Hij kijkt mij streng aan en schut zijn hoofd. Ik zucht zacht en draai me weer terug naar het groepje Zwadderaars om. Heel langzaam steek ik mijn stok naar de jongen uit met de slang om zijn hals. ‘Vipera Evanesca.’ Zeg ik zuchtend. De slang vat vlam en gaat langzaam in rook op. De jongen grijpt happend naar adem naar zijn keel en kruipt angstig bij me vandaan. ‘Wat een watje.’ Mompel ik zachtjes. Ik voel een grote warme hand op mijn schouders en ik kijk schuin naar Severus op.
‘Laat me het niet meer zien.’ Zegt hij streng waarop ik zwak lach en knik. ‘Let op je Emoties.’ Zegt hij ook waarop meteen mijn glimlach verdwijnt en ik knik. Hij laat mijn schouder los en loopt naar de Zwadderaar toe. Hij trekt de gast omhoog en mompelt tegen de jongen dat hij zich niet zo moet aanstellen en al helemaal niet tegenover een tweedejaars Grifoendor. Ik wil net in lachen uitbarsten als ik word vastgepakt en mee word getrokken. Ik kijk verbaast naar de tweeling op en begin dan zacht te grinniken.
‘Je hebt jezelf bewezen. Wie het tegenover een zwaderaar opneemt mag met ons meedoen. We gaan je alles vertellen over het geheimen project’ Roepen de jongens enthousiast terwijl ze me meesleuren.
‘Moeten jullie niet naar de Zwerkbaltraining?’ Vraag ik ze verbaast als we bij de toren van Griffoendor aan komen.
‘Nee, de Zwadderaars hebben het veld gekregen van Sneep.’ Zegt de linker tegen me. Ik kan ze nog steeds niet uitelkaar halen ze lijken allebei het zelfde.
‘Hoe kan je eigenlijk zonder straf bij Sneep weg komen. Je noemde hem zelfs Severus zonder tegenspraak van hem te krijgen.’ Roept de rechter verbaast. Ik haal onschuldig mijn schouder op. Niemand hoeft te weten dat Severus als een soort vader voor me betekend.
‘Heb ik niks van gemerkt.’ Zeg ik zachtjes. Hij heeft wel ooit gezegd dat hij veel om me geeft. Ik geef ook best wat om Severus. Hij voelt als familie voor me. Hij is de enigste man die nog wat om me geeft en voor me wil zorgen.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen