Kerst. Ik snapte soms niet wat er zo geniaal aan was, maar moest er maar mee dealen. En aan de andere kant was het te briljant voor woorden. McGonagall had me berispt op het laten vliegen van ijspegels. Maar dat had niet veel veranderd in mijn gedrag, tot ergenis van Ben.
“Kerst,” zo zei Ben, “was een feest dat het familiegevoel versterkte.” Waarop ik in sarcastisch gelach was uitgebarsten.
“Familiegevoel?! Welke familie?” Maar de waarheid was dat ik wou dat ik de familie miste waarmee ik dit gevoel kon hebben. Dus escaleerde ik in mijn grappen.
“Klaar?” Ik draaide me om naar Lee en knikte. Om ons heen lagen lagen stapels voor onze kerstgrap dat jaar. Vorig jaar hadden we - naast de grap het kasteel bont te kleuren- ballonnen door het kasteel laten schieten die mensen hun haar statisch liet worden.
Fred en George kwamen het ongebruikte klaslokaal binnen. Beiden hielden hun toverstaf uitgestrekt voor ruim twintig stuks voor onze grap Nu waren we klaar om ze op te sturen. We schreven eerst naar de mensen die we kenden, McGonagall, Percy, Sirius (onder zijn schuilnaam), ouders, ex-docenten, docenten, vrienden in en buiten het kasteel, leerlingen van de afdelingen, maar ook van onze ‘o zo lieve gasten,’ uiteraard ook een naar Dumbledore. Uiteindelijk hadden we er nog zes over waarvan we niet wisten naar wie ze te sturen. Ik stuurde er een naar mijn moeder, een naar de de Tonks familie, een stuurde ik stoutmoedig naar een bekende gevangene van Azkaban, Bellatrix Lestrange. Lee stuurde er een naar de Malfoy familie. Fred stelde voor om er een naar Dobby de huis-elf te sturen, ik had helaas nog niet de kans gehad om kennis met hem te maken, ook al had al wel veel over hem gehoord. George stopte in een vergrote, afschuwelijk lelijke sok. De laatste stuurden we onder onze gangnaam The Jokers naar meneer Filch. De zijne hadden exclusief gedecoreerd met roze bloemetjes. Tevreden gingen we terug naar bed. Ik verheugde me op de volgende ochtend, eerste kerstdag.

“Wat de heck?!” Ik schoot overeind toen de gil van stomme verbazing door de slaapzaal schoot, wakker uit een levensechte droom, opnieuw.
“Wasser?” Ik wreef de slaap uit mijn ogen, buiten was het nog donker. Ik schoof het gordijn aan mijn voeteneind open en het licht van de haard belichte Lavender naast haar bed met een witte wc-bril in de hand. Ik grijnsde, nu goed wakker.
“Ah, erg bruikbaar.” Ik klauterde uit bed en keek even naar buiten op hoop van zegen dat we nu meer sneeuw hadden dat twee dagen terug, en inderdaad een dik pak sneeuw bedekte de aarde. Ik besloot dat nu kerst super geweldig was en trok mijn trui aan. De print had ik zo behekst dat ie aftelde tot kerst en nu het zover was stond er;
Oh deer,
Christmas has gone to the dogs.
Lavender stond nog steeds met de wc-bril in haar hand.
“He, Lavender, moet je plassen?”
“Is dit jouw idee?”
“Idee?”
“Het was verdorie een kerstcadeau!”
“Oh, van wie?” Ik wist dondersgoed dat er geen kaartje bij zat, maar nu Lavender daar naar het zoeken was begon ik ook met mijn cadeaus. Ook ik kreeg een wc-bril, gesigneerd door Lee, George en Fred, met een grijns hing ik hem aan de muur achter mijn bed.
“Nayla! Dat is…”
“Wedden, Mione, dat jij er ook een hebt?!” Ik wees op een plat pak in haar stapel, en zij kreeg er een die vogelgeluidjes maakte.
Mijn tweede pakje was een platte doos, die, toen ik hem openmaakte, een stapel lp´s bevatte. Opgetogen ging ik er doorheen. Led Zeppelin, Queen, Black Sabbath, The Who, The Rolling Stones en zelfs Magna Carta´s Lord of the Ages. Nieuwsgierig keek op de knalrode verpakking om te zien van wie het kwam. Er was slechts een stukje krant met een hondenpoot bijgesloten en dat was voor mij genoeg. Papa had zijn slag gedaan.
Mijn oog viel op zacht aanvoelend, bol pak. Ik keek nu eerst van wie; Nymphadora, en d’r ouders. Nieuwsgierig riste ik het papier eraf en een hoop stof, en leer, kwam eruit kukelen. Verbaasd dat ze me kleren hadden gegeven hield ik het geval omhoog en floot opgetogen.
Een jurk van donkerrode stof. Ze was van achter lang, tot halverwege mijn kuiten, van voren tot ongeveer mijn knieën. En in plaats van het saaie rechte had deze honderden kleine laagjes, elk met een andere (rode) print. Het lijfje was van donkerbruin leer en leek verdacht veel op een korset. Goddank was het niet strapless, de banden gingen over in driekwart mauwen en waren gebroken wit. Ik had een outfit voor vanavond. Blij richtte ik me op het derde pakje, het was zwaar, massief en van Remus. Ik had het met een bijgesloten briefje aan mijn voeteinde gelegd toen Remus eergisteren het met zijn brief had gestuurd.

Nayla, hierbij wens ik je een fijne kerst toe, en in de hoop dit je nog eens te zien gebruiken, je ex-leraar die niet zo braaf lijkt te zijn - Remus

Alleen daarom al was ik opgetogen. Ik verwijderde het papier een zilveren, ingegravuurde kist kwam eruit. bovenop was met plakband een sleuteltje geplakt. Nieuwsgierig prutste ik het los en opende vervolgens het slotje. De deksel gaf een zalige en subtiele klik. De deksel bevatte een embleem dat ik direct herkende. Een wapenschild het bavatte een schedel bovenop en een hoop krullen eromheen. De bovenste helf had een hand (en onderarm) met een toverstaf en eromheen sterretjes. De middenlijn was verassend simpel en kaal en de onderkant had drie raven. De tekst eronder was weggeslten maar ik wist, net als iedereen in de toverwereld, wat er moest staan; Toujour pur; always pure. De binnenkant was van donkerpaars fluweel. Even dacht ik dat het leeg was maar toen zag ik het op de bodem liggen. Het was een spiegel. Ik pakte het op en fronste, wat moest ik in vredesnaam met een spiegel? Ik draaide het op goed geluk om en er zat een stickertje op.

Nayla, zeg eens een naam tegen de spiegel

Wat moest ik daar nou weer mee? Ik haalde een schouder op en besloot dat het wel waard was.
“Remus Lupin,” en tot mijn grote verbazing bewoog het scherm en verscheen de schenker met een grijns, zei het ietwat slaperig.
“Goedemorgen Nayla.”
“Remus? Wat de…-?”
“Dit is een tweewegspiegel. Sirius, James, Peter en ik gebruikte ze als we op verschillende plekken waren en toch moesten praten.”
“Dat is briljant! Wie hebben er nog meer een?”
“Ik, Sirius had er een, maar ik weet niet wat daar mee gebeurd is. Maar dit maakt het in de toekomst mogelijk om te praten.”
“He, weet jij wat de bezwering is?”
“Ja, hoezo?”
“Dan kan ik er meerdere maken en die aan vrienden geven.”
“Goed idee, heb iets om te schrijven?”
“Moment.”
Ik pakte een pen, die ik gewoon voor huiswerk maken gebruikte, een stuk perkament en stak een duim op naar Remus.
“Speculum humanae sunt locuti.”
“Djeezes!”
“Mee eens. HEt is knap lastig om uit te voeren, maar ik denk dat je het wel kan.”
“Hoezo?”
“Het is hetzelfde niveau als de patronus bezwering.”
“Wat gebeurd er wanneer het misgaat?”
“Dat weet ik niet, maar Sirius mogelijk wel.”
“Dan vraag ik het hem.”
“Blij met de huidige cadeaus?”
“Absoluut!”
“Wat heb je gekregen?”
“Een jurk voor vanavond, ja, ik een jurk, maar hij is echt geweldig! En een wc-bril.” Ik grinnikte om Remus zijn opgetrokken wenkbrauwen.
“Jij ook al?”
“Ja, jij ook?”
“Ja, ik dacht eerst dat jij het was maar…” Hij zag mijn gezicht en wist genoeg en barstte uit in een lachsalvo.
“Je bent onverbeterlijk.”
“Like father-” hij maakte mijn zin af.
“Like daughter.” Ik lachte.
“He Remus? Wat heb jij gekregen?”
“Ik heb nog niet echt iets kunnen uitpakken, behalve de wc-bril met de maancyclus erop, heel subtiel dat.”
“Het was niet eens mijn idee. Dat was Lee.”
“Jordan?”
“Jep.”
“Goed, he Nayla, ik ga er vandoor, verder aankleden en uitpakken, oke?”
“Ja is goed. En Remus?”
“Ja?”
“Merry Christmas.” De genegenheid was voor het eerst voor mij tastbaar.
“Merry Christmas, Nayla.” Ik wist het niet zeker maar ik had bijna durven wedden dat er tranen in zijn ogen stonden, maar dat konden ook die van mezelf zijn. Ik legde de spiegel terug in de doos en zette het naast mijn fotolijstje (die ik in mijn eerste jaar had gekregen en liet zien wie ik het meest nodig had op dat moment. Nu was dat Norren). Ik zuchtte en pakte mijn vierde cadeautje, van Ron, een doos ketelkoeken, hij had niet veel geld, en wist ook nooit iets te verzinnen voor cadeaus, maar ik was er desalniettemin blij mee.
Ik pakte het volgende pakje ook deze was zacht. Het eenvoudige papier rook naar karamel. Eruit kwam een donkerblauwe, handgebreide, trui. Erin zat een doosje met eigengemaakte karameltoffees. In een net, krullend, handschrift wenste ze mee een vrolijk kerstfeest en ik liet mijn tranen langs de wangen druipen. Mevrouw Weasley had aan me gedacht. Ik voelde alsof ik na een koude, harde dag in een warm bad was gestapt. En tegelijkertijd als een te zacht gekookt ei dat elk moment kon openbarsten. Ik trok mijn pyjama uit, mijn nu nog kleine bh en t-shirt en de trui. Eronder trok ik een spijkerbroek aan en mijn sokken met een hert erop. Het liefst zou ik dit de hele dag dragen. Gelukzalig zuigend op een van de toffees (wat was dat nou voor een ontbijt?) pakte ik het cadeau dat ingepakt was in blauw met gele sterren papier, ik vermoede en na te kijken, had ik gelijk dat dit van Norren was.
Ik had een boel verwacht maar een uitgebreide (een kleine driezuizend pagina’s) aan uitleg over honderden soorten beesten, niet de normale kat, rat en hond, maar kneazles, hippogriefen, kelpies, roodkapjes en nog vele meer. Op het voorblad had hij een kleine, lieve boodschap gezet.


Zusje, fijne feestdagen! Ik wist niet wat ik je moest geven want niets weegt op tegen wat jij voor me betekent. Dus lieve zus, dankjewel voor alles. Ik hoop dat ik je dat nog duizenden keren kan zeggen want elke keer meen ik het meer. Ik hou van je. - Norren

Wat had iedereen ineens met me aan het janken te krijgen? Ik had niet echt specifiek iets met dieren, maar de boodschap was desalniettemin een van mijn hart. Het duurde even voordat ik mezelf had herpakt om mijn volgende geschenk uit te pakken. Ditmaal van mama. Een agenda. Ik wist nu al dat ik die nooit zou gebruiken, ook al was de inscriptie op het voorblad nog zo veelbetekenend. Gelukkig had Neville me een leuker cadeau gegeven, een muts met hondenoren erop, die met het draaien van mijn hoofd meebewogen door omhoog of omlaag te gaan. Ik hield van magie.
Hermione had me heel klassiek een boek gegeven, ditmaal over de eerste Wizarding War, ik was er blij mee want dit zou licht kunnen geven aan vragen die niet beantwoord werden door anderen.
Het op een na laatste pakje was van Ginny, ik had net als bij Ron iets van snoep verwacht, maar in de plaats daarvan kreeg ik, heel kinky, een hondenriem, met halsband.
Het laatste cadeau glipte uit mijn hand en stuiterde door de hele slaapzaal. Verbaasd ging ik er achteraan. Wat is Merlijns linkerneusgat was dit nou weer?
Het kaartje had losgelaten en ik ik zag dat het van Harry was, en een perfecte vervanger voor de afwezigheid van quidditch. Het was een voetbal. Ik schaterde het uit toen ik het ding tegen de muur gooide en het terug kaatste, tegen billen van Parvati die juist langskwam.


Het enige probleem was, bedacht ik me terwijl ik naar beneden ging, met Harry, Ron, Hermione, en Neville, dat ik nog geen partner had voor het bal van vanavond. De oplossing zat twee plaatsen verderop.
“He Ben?”
“Ja?”
“Heb jij al iemand voor het bal vanavond?”
“Nee, jij?”
“Nope, samen gaan?”
“Is goed, zie ik je hier in de hal?”
“Is goed!”
“Zie je later.” En dan vond hij het vreemd dat ik afstandelijk was? Hij was knap, maar daar hield het ook op. Ik keerde terug naar mijn kerststol.
De ochtend en middag brachten we door met sneeuwballen gevechten. Het gooien van de ballen was inmiddels niet zo vreemd meer aangezien de Gryffindors continue van alles gooiden.
Hermione was de eerste die zich ging omkleden voor het bal, hetgeen drie uur van te voren was. Ron riep haar zijn vraag van de afgelopen weken achterna.
“Met wie ga je?” Ik lachte en gooide een sneeuwbal naar hem, “Ron, als ik niet beter wist zou ik zeggen dat je verliefd was!” En dat dwong me het op een lopen te zetten, wat tegelijkertijd een bevestiging was.
Tegen half zeven ging ikzelf ook naar boven, meer omdat het koud was dan dat het nodig was. Onderweg kwam ik Luna tegen, ik wist niet zeker of ze al omgekleed was voor het bal, of dat ze een hoogst ongebruikelijk kerstkostuum had.
“Luna? Wat draag jij nou?” Veel mensen zouden dat al beledigend vinden, maar mijn verwarring maakte veel goed.
“Een jurk van trompetboombladeren het houdt de knarkloppertjes weg,” Ik fronste, waar had die het over?
“De wat van wat?”
“Trompetboombladeren, knarkloppertjes kunnen rondom hen niet ademen.”
“Eh...oke, eh wat zijn trompetboombladeren?” Dat was een verkeerde vraag want ik kreen een warrig verhaal over de plant, over knarkloppertjes, en ik kon er werkelijk geen wijs over worden. Maar ik voelde me wel vereerd dat ze me vertrouwde.
Luna haar jurk bestond, inderdaad, uit vreemd soortige bladeren, groot en klein, ze waren bont van kleur. Later zou ik beseffen dat ze ze expres die kleuren had gedaan, rood en goud, zillver en groen, geel en zwart, blauw en brons, lichtblauw en scharlaken rood, ze had in een jurk alle aanweizge scholen verbonden. Bij de trap die in tweeën splitste, namen we afscheid en gingen we ieder zijn weegs.
Hermione had haar jurk al aan, maar was nog in de knoei met haar haren. Lavender en Parvati waren druk in de weer met poedertjes waarvan ik nog altijd niet begreep waar ze voor dienden. Ik nam een douche, vlocht mijn half kort, half lange haar in aan de lnkerkant van mijn hoofd, de rest liet ik los. Ik trok mijn jurk aan, hij zat gegoten en na een blik in de manshoge spiegel tegen de deur besloot ik dat dit mijn trouwjurk zou worden, mocht ik ooit in het huwelijksbootje stappen.
Ik zuchtte, opende de badkamerdeur en zag tot mijn grote opluchting dat de andere meiden al weg waren. Ik pakte mijn toverstok, schoof het ding in mijn zak. Ik trok mijn vertrouwde zware zwarte schoenen eronder aan, een leren jack voegde ik toe, voor buiten en op de gangen, want warm was het niet in het kasteel. Ik droeg een paar gouden, kleine, oorringen en ik schoof de ring die Sirius me afgelopen zomer had gegeven om mijn middelvinger, samen met de ring van kennis. Ik deed geen ketting om, die zou toch alleen maar in de weg zitten. Om mijn heupen had ik een zwarte, zware, stoere riem gedaan waaraan ik twee buideltjes had gehangen, een voor een glas en een voor losse onderdelen. Ik wierp een laatste blik op de spiegel en verliet toen de slaapzaal. Ik zag dat zelfs de leerlingenkamer leeg was, ik had met Ben in de Grote Hal afgesproken.
Ik zag Ben al van verre staan, zijn lange muis bruine haren waren in een messy bun, en hij droeg een nachtblauw gewaad dat ver van klassiek was. Een soepele spijkerstoffenbroek, een blouse die ook nachtblauw was met gouden sterrentjes erop, een lange 'jas' de met elke beweging van blauwtint leek te veranderen waardoor het net de lucht was, met wolken. Hij droeg zijn zwarte cowboy laarzen. Ik zwaaide en hij kwam op me af, we grijnsden. Hij had zijn lichtblauwe ogen aangezet met wat huy-liner noemde. Persoonlijk vond ik het ietwat dramatisch, maar het stond ‘m wel. Diverse meisjes (en jongens) van Beauxbatons keken afkeurend in hun klassieke, nette gewaden. De jongens keken jaloers naar mijn vriendje.
Ik was niet trots, ik was blij. De zaal ging open en stel bij stel liep de zaal in, ik zag Malfoy met een donkergroen, wit en zwart klassiek gewaad met de troela Parkinson. Die bijna letterlijk aan zijn arm hing. Ik zag Fred met Angelique ik grijnsde toen ze mijn kant op keek en stak een duim op. Ze lachten. Toen zag ik mijn neefje; ongemakkelijker dan ooit met goddank een goede match; Ginny.
Norren had zijn best gedaan met een bosgroen gewaad met witte naden, hij was met een mede-Ravenclawer die ik niet kende. Ik keek om toen ik iemand hoorde lachen en George kwam met Katie Bell de trap af. Ik zwaaide en ze zwaaiden terug. Ben nam me mee de zaal in, die in een paar uur tijd letterlijk getransformeerd was van eetzaal naar balzaal met ijs. Maar eerst namen we plaats aan de honderden ronde tafels die prachtig gedekt waren met enkel een menukaart. Nadat de kampioenen, hun partners, de docenten en organisatoren plaats hadden genomen aan de grootste tafel namen George, Angelina, Fred, Katie, Ben, Alicia, Lee, Norren, Alex (zoals zijn partner bleek te heten), en ik aan een tafel plaats. Een tafel verderop zat Ron met een meisje uit Ravenclaw, samen met Luna, Neville, Seamus, Dean, Lavender, Parvati, Hannah Abbott, Justin Finch-Fletchley, Ernest MacMillan en Susan Bones. Ik zwaaide naar ze en Luna zwaaide als enige terug.
Het duurde even voordat we hadden uitgedokterd dat we wat we wilden tegen de menukaart moesten zeggen en dat het dan op het bord verscheen. Halverwege de maaltijd begon ik een beetje om me heen te kijken, Malfoy zat met Parkinson en Tweedledee en Tweedledum, die beiden geen partner hadden gekregen, aan een overduidelijke Slytherin tafel. Ik keek terug naar de elite-tafel toen we aan het dessert gingen. Harry en Ginny leken het prima te vinden tussen Moody en McGonagall, die hen blijkbaar onder hun hoede hadden genomen. Mijn blik gleed naar de andere aanwezigen. Dumbledore zat te kletsen met Karkaroff, die naast Krum en zijn date- wacht, was dat niet Hermione?- zat. Aan Hermione’s andere kant zat Percy, de oudere broer van Ron, Fred, George en Ginny. Die was blijkbaar als vervanger van Crouch gekomen. Hermione, ja het was echt haar, dat had ze dus gedaan met haar haren, en Percy negeerden elkaar volkomen. Percy zat in een serieus gesprek met zijn buurvrouw, Madam Maxim, hoofd van Beauxbatons, die er niet echt blij mee leek te zijn. Aan Maxims andere kant zat haar kampioene, Fleur Delacour, ik had haar nog niet echt gesproken maar ze leek me een ijdel, aandachttrekkend, modebewust geval. Haar date leek haar in ieder geval fantastisch te vinden, maar dan stond Robert Davies er ook om bekend dat hij achter schone dames aan zat. Naast Robert zat Dumbledore die alles met een geamusseerde blik gadesloeg. Ik keerde terug naar mijn toetje, tiramisu-ijs, met de reden dat de rest enkel de docenten waren, zover ik kon zien.
Nadat iedereen klaar was met eten werden de tafels naar de zijwanden geschoven door een zwaai van magie. De openingsdans werd geleid door de vier kamioenen, nu besefte ik dat ik Cassius en zijn partner, een Slytherin meisje, gemist had aan de tafel, althans zover ik had gekeken.
De eerste dans van de kampioenen was onhandig. Dankzij Lee en de tweeling hadden we The Weird Sisters overgehaald om ook iets anders te doen dan ‘brave’ muziek. En na twee rustige nummers klonk er het uitbundige YMCA door de zaal. Waar de ‘mudbloods’ op los gingen. Dit veranderde de sfeer van het bal, dat erg saai en zakelijk was, en nu goddank vrolijk en gezellig werd. Na YMCA volgde een nog grotere hit van vorig jaar, waar zelfs een flink deel van de leerlingen op los gingen die geen muggle’s in de familie hadden. De beat en het opzwepende tempo knalde lekker, zeker met de doedelzak van de Weird Sisters.

No no limits, we'll reach for the sky
No valley to deep, no mountain too high
No no limits, we'll reach for the sky
we do what we want and we do it with pride

Ben was geen danser, ik wel, en dus zette ik hem aan de kant en ging los met Neville en Luna, die niet van de partner dansen waren. Ik had de tijd van mijn leven.
Toen de laatste beat met een knal wegstierf haalde ik drie ijskoude pompoensapflesjes voor ons bij een kleine bar. Een huis-elf met een berg mutsen op zijn hoofd leek de tijd van zijn leven te hebben. We hadden het drinken net op toen een volgende bekende melodie ging spelen en Luna en ik, Neville was te moe, naar de dansvloer liepen. Ik zoch Norren op in de massa die plotsklaps uit heupwiegen bestond. De swing in het nummer maakte heupen los.
“Norren!” Hij keek om, Lee stond tegenover hem.
“Luna kent het nog niet!”
“Ok, Luna, ga tegen over Nayla staan, en doe haar na, ok?”
“Oke,” zo gezegd zo gedaan. Precies op tijd, want een magische stem uit de spiekers begon te zingen in het Spaans. De Weird Sisters hadden pauze.
Wij niet.
Handen uitgestrekt naar voren, palm naar boven, palm omlaag, eerst rechts, dan de linker hand achter het hoofd, dan de rechterhand naar de linkerheup en de linkerhand naar de rechterheup. Vervolgens brachtten we de linkerhand naar de linkerheup en de rechter naar rechts. Er werd gelachen door de niet-kenners toen ineens iedereeen een goeie swing gaf aan de heupen en een kwartslag met de klok mee, een sprong maakte en vervolgens opnieuw begon. Luna en Lee hadden het snel genoeg door.
Ik had lol, en vergat Ben compleet, dat hij met andere meisjes danste op de rustige nummers, die ik oversloeg, deed me daarom niks. Ik had plezier totdat mijn moeder in beeld kwam, stijf als een plank langs de kant. Verward stopte ik midden in een jig en keek nog eens goed. Ja, ze was hier echt.
“Ja, dat is je moeder,” McGonagall stond ineens naast me, rode wangen van het dansen en haar hoed in de hand.
“Wat doet ze hier?”
“Ze is onderdeel van het organisatorencomiteé voor dit bal.”
“Oh, dat lijkt me niks voor haar…”
“Tja…” Ze verdween weer in de massa. Ik keek nog eenmaal en hupste toen weer verder.

Ik haatte het. Ik haatte het om alsmaar over mijn schouder te moeten kijken om te zien of ze er niet was, voordat ik vrijuit kon dansen. Voordat ik een grap kon uithalen met Fred, George en Lee. Vlak nadat ik mijn zesde boterbiertje op had had ik er genoeg van. Ik zei tegen Norren, met wie ik de laatste dans had gedeeld, dat ik even iets ging doen dat best wel eens uit de hand kon lopen, hij wenste me met een flauwval imitatie succes,
Ik stapte op mama af, mijn moed liet me niet eens in de steek. Ik ging zwijgend tegenover haar staan. Wachtend totdat ze me op zou merken. Mijn jurk trok bekijks van de Durmstrang jongens, maar die liet ik deze keer van me afglijden als gesmolten ijs.
“Nayla?” Ik snoof.
“Wat is er?”
“Moet je het nog vragen, mámá?” Ik liet me gaan, sarcasme was dé sleutel tot overleven.
“Ja…?”
“Oké, wil je het zogenaamd weten of echt?” Ze keek me vreemd aan, mijn wenkbrauw stond tot Pluto, mijn handen had ik op mijn heupen gezet.
“Echt,” oh geweldig ze ging eenlettergrepige woorden gebruiken.
"Waarom ben je hier?" Ik siste.
"Omdat mijn zoon hier is, en ik help mee met het Triwizard tournament. Dan is het wel verplicht om aanwezig te zijn."
"Waarom help je mee? Je haat deze plek!"
"Zeker, en die hatelijke toon van jou maakt het er niet beter op." Haar kalme verschijning leek nu toch een barst te bevatten.
“Dus? Waarom doe je het?"
"Dat gaat jou niets aan. Het enige wat jij hoeft te weten, is dat ik er ben en dat je je dus maar beter kunt gaan gedragen."
"Gedragen?! Ben je gék geworden?" Mijn stem sloeg over.
“Nou, aangezien ik een poging heb gedaan om je op te voeden, moet je toch inmiddels weten wat ik dan van je verwacht. Ik neem trouwens aan dat bijna elke ouder dat van een kind verwacht, dus zo verrassend is dat niet."
"De enige verwachting die ik kreeg was dat ik een nutteloos stuk vreten was, dus zo gedraag ik me," ik kon het niet helpen en grijnsde.
"Als je dat werkelijk denkt, bevestigt jouw eigen gedrag dat wel. Als je maar weet dat jouw gedrag ook weerslag heeft op mij en op jouw broer, dus als jij regels overtreedt zorgt dat dat we allen in een slecht daglicht staan."
"Dus? Dat sta ik toch al, wat ik ook zou doen," ik sloeg mijn armen over elkaar en stak mijn kin in de lucht. Ik wist dat ik zo nog veel meer op mijn vader leek dan ik al deed.
"Jij misschien, maar het feit blijft, dat je nog steeds verbonden bent aan mij en Noren, denk daar nou eens over na! Wat je met jouw eigen leven doet, zal me werkelijk een zorg zijn, maar zorg dan eerst dat je een andere naam aanneemt!"
"Met Norren zal ik hoe dan ook verbonden blijven, aangezien onze vaders vrienden zijn. Broers zo gezegd. Blij dat ik van je 'zorg' af ben! Want die kwam me de strot uit! En andere naam? Welke dan nu weer?!" Ik hief overdreven dramatisch mijn handen in de lucht.
"Ik kan niet alles voor je blijven doen," zei ze, ineens kalmer dan eerder, "wees creatief.”
"Wacht eens... ik dacht dat professor McGonagall dat al gedaan had? Ik heb vorige kerst jouw achternaam al laten vallen..." Ik peilde mijn moeders reactie.
"Nou, dan is ze vergeten om mijn naam uit het bestand te schrappen, want ik weet elke misstap die je hier hebt begaan."
"Tja, biologisch gezien ben je helaas nog altijd mijn 'moeder'." Beelden van vroeger bleven voor haar ogen flitsen. Lachen, grapjes maken, omhelzingen.... Het deed bijna teveel pijn om te blijven staan, maar denk maar niet dat ze die zwakte liet zien.
"Tja," herhaalde ze rustig. "Daar kan ik ook geen verandering in brengen."
"Kon het maar, al," het schoot me ineens te binnen, "ben je stukken beter dan mijn vader zijn moeder!" Nu verscheen er ineens een lach op haar gezicht.
"Goh, dat klinkt bijna als een compliment, al is het lastig om die te verslaan." Ik stootte een lach- blaffend- uit.
"Ik ben allang blij dat je geen dooddoener bent!"
"Werkelijk, ik snap niet waar ik het toch allemaal aan verdiend heb! Hoe kan je me vergelijken met…"
"Dát moet je nog vragen?" Ik trok een wenkbrauw op.
"Als die vader van jou alles zo goed weet te herinneren, dan is hij wat belangrijke details vergeten te vertellen!"
"Zoals?"
"Weet je, dat gaat jou helemaal niets aan! We hebben toch niet meer dezelfde achternaam."
"Nee... je hebt gelijk, het gaat me niks aan dat mijn moeder met vijftien besloot uit liefde een weerwolf te worden, dat mijn vader twaalf jaar onschuldig in Azkaban heeft gezeten, dat je een fucking tweelingbroer had, dat jij net zo hard bij de Marauders hoorde als mijn pa! En het gaat me niet aan dat je verliefd op hem was, dat je drie jaar loeihard tegen Norren z'n pa hebt gelogen, dat-" ik viel stil woede flitste over mijn gezicht.
"Dat wat?! Wat had je nog meer!? Je kunt me wel overal van beschuldigen, maar het feit blijft dat jij ook geen engeltje was! Alles wat je deed en zei...”
"Wat had je dán verwacht?! Hah? Wie bedachten er een kaart van Hogwarts? Wie hadden er minstens éénmaal per week strafwerk? Wie waren er illegale faunaten?" Dat ik er zelf ook een was liet ik maar even achterwege, "oh en... Ik ben Sirius niet!" Het voelde lekker zijn naam uit te stoten. "Nou, je doet me bij alles wat je doet wel denken aan hem!"
"Daar kan ik ook niks aan doen..." ik schoot oncontroleerbaar in de lach.
Ze keek peinzend voor zich uit. Toen keek mama naar mij. Ze fronste.
"Dat is misschien wel waar…"
“Fijn, zijn we het daarover eens!" Ik snoof, nam een laatste slok van mijn boterbiertje en verslikte me toen ik in de deuropening een bekende verschijning zag.
"Voor alles is een eerste keer... Ik zei toch dat ik geen dooddoener ben."
"Wat?" Ik was teveel afgeleid door de viervoeter. Ze keek weg, keek naar de zwarte gedaante en bleef toen een tijdje staren, vol verwondering. Ze was het hele gesprek compleet vergeten. Ik negeerde het maar en liep op de hond af. Ondertussen een mand vullende met kip, pasteitjes, brood, flessen drinken, een komkommer, en andere dingen waar ik niet zo op lette. Ik volgde de hond naar buiten. Onderwel mijn korte, leren jackje aantrekkend. Even bleef mama staan, maar toen stapte ze met vlugge passen naar buiten. Achter ons aan. Haar ogen waren nu tot spleetjes geknepen en stonden hard, maar er bleef iets van twijfel en verwondering rondzwerven.
"Op jouw naam staat blijkbaar ook een vloek!" Siste ze, "hoe durf je je hier te vertonen! Weet je wel dat je gezocht wordt, overal? Ik zou je kunnen aangeven! Nee, ik zou zelf met je moeten afrekenen!" De hond blafte en ik schoot in de lach.
"Laat haar het niet horen!"
"Mevrouw..." klonk een aarzelend stemmetje. Een jongen liep langs en keek verrast op.
"Hi Nigel! Ze heeft het tegen mij, m'n moeder spoort niet helemaal," ik grijnsde. Tevergeefs.
"U weet dat u tegen een hond praat…"
"Mensen praten ook tegen katten, en volgens sommigen zijn die alleen maar goed om op te jagen!"
De jongen keek even verward toe maar liep toen vlug verder, naar binnen. Mama draaide zich weer naar het dier en staarde er woedend naar, klaar om een toverstok te trekken.
"Niet hier!" Siste ik, en trok haar mee, richting de moestuinen. Halverwege, toen mama vond dat we ver genoeg waren, trok ze daadwerkelijk haar stok en trok ze van me zich los. Er waren nu andere dingen te zien in haar ogen, het begin van tranen, die haar zicht wazig maakte.
"Hoe durf je!"
“Wat is het leven zonder risico? Noch Nayla, noch ik wisten dat je er vanavond zou zijn, maar we hadden vaag het plan mij als hond de avond in het kasteel door te laten brengen.” Sirius had zich in een mens veranderd en ik omhelsde hem, de knuffel was warm, stevig en zijn arm bleef losjes om mijn schouders hangen toen we elkaar loslieten. Dit is hoe ouders behoorden te zijn.
"En dan denk je niet gepakt te worden!? Zelfs de eerstejaars weten van je! En dat betrek je ook nog mijn dochter erbij!"
"Oy! Ik heb hem uitgenodigd! En daarbij, hij blijft een hond, en maar een paar mensen weten van het faunaat zijn af! Ik heb zelfs toestemming van Dumbledore! En hadden we net niet besloten dat ik zijn dochter was en niet de jouwe?!" Ik had mijn arm los om zijn middel liggen.
"Hij is nog steeds verantwoordelijk voor zijn eigen acties, net als jij!" Ze keek naar de man en wees met de stok naar hem. "Je denkt niet na voordat je iets doet, dat doe je nooit!"
"Dan ken je een andere Sirius dan ik," Zijn holle gezicht brak in een grijns.
"Ik vroeg het hem, hij zei ja! Dat is zijn keuze, niet de mijne!" Voegde ik eraan toe.
"Daarbij, hoe had ik anders uit die vervloekte gevangenis kunnen ontsnappen?"
"Geloof me, ik ken hem een stuk langer dan jij! Hij was er nooit voor jou! Nooit! Jij zult niet de dochter van een verrader zijn! Ga aan de kant!" De stok was niet naar beneden gericht geweest tijdens het gesprek, ondanks dat Sirius en ik daar weinig aandacht aan leken te besteden. "Ik heb er geen moeite mee om ook jou te beheksen!"
"Ja, dus? Ik Kies ervoor zijn dochter te zijn, ik heb verdorie een volle zomer met hem doorgebracht! Ik heb meer ouder gehad bij hem dan ooit bij Jou!" Ik had niet door dat Sirius bij 'verrader' bleker dan ooit was geworden. "Daarbij, je weet niet het hele verhaal!" Beet ik mijn moeder toe.
"Ga. Aan. De. Kant!"
"Nee, ik wil mijn vader niet kwijt," ik gromde, verloor een beetje controle over mijn faunatisme, en kreeg de ogen en oren van de hond. Duidelijk zichtbaar in het licht van de sneeuw en kasteel.
“Hij heeft vaker mooie verhaaltjes verteld! Als jij zo dom bent hem te geloven, moet je de consequenties er maar van ervaren!" Mama hief haar staf weer omhoog en betoverde haar eigen dochter, met een spreuk waarbij elke alcohol dat ik zou drinken naar kattenpis zou smaken. Ik trok een wenkbrauw op."Welke spreuk was dát?" Ik slik heel even, "Dus jij wilt niet geloven dat het Peter was die James en Lily heeft verraden?! Dat Sirius er door een foto achter kwam en dus een jáár op jacht is geweest om hem te pakken te krijgen?!" Mam werd even een tintje bleker, maar bleef haar strak aankijken. Ze keek van Sirius naar haar dochter.
"Is hij gepakt?"
"Nee," Sirius keek grimmig, verdrietig en boos tegelijk, "anders was ik geen voortvluchtige meer…"
"Het voordeel van een rat zijn," snoof ik, "je bent lastig te vinden in het donker in het bijzijn van twee weerwolven en drie tieners…" De staf begon heel lichtjes te trillen. Mama keek Sirius aan, wist niet wat ze nou moest doen of geloven.
"Wat?" Was mijn reactie dan ook.
"We kunnen je het hele verhaal vertellen als je wilt, maar dan niet hier in de openlucht, waar iedereen ons kan zien en horen," Sirius zijn arm lag nog altijd op mijn schouder. Ze wist nog steeds niet wat ze moest zeggen en zweeg. Haar blik wisselde tussen angst, woede, twijfel en pijn. Er klonk wat geritsel. Ze keek om en zag een bekend gezicht. Meters verderop liep iemand langs de zijkant van de moestuin. Hij zag ons niet. Het was James. Nee, Harry... Ze staarde er even met grote ogen naar, maar rukte haar blik ervan weg en begon te lopen, weg van hem, weg van alles.
"Oy! We waren nog niet klaar!" Riep ik mijn moeder achterna. Ze liep gewoon verder. Dat mens zou toch nooit luisteren.
"Wil je dan niet weten waarom de dingen gegaan zoals ze gegaan zijn!?" Er klonk absoluut ongeloof door in mijn stem. Hoewel ze gedreigd had, zou ze nooit haar eigen dochter betoveren, niet met iets ergs.
"Waarom zou ik leugens willen horen? Hoe weet ik dat ook maar iemand hier eerlijk is!" Ze draaide zich om, maar draaide toen weer terug. Haar gezicht verbergend.
"Omdat we geen fucking Slytherins zijn? Omdat we geen Voldemort zijn! Omdat je recht hebt op de andere kant van het verhaal?"
"Alsof dat een bewijs is...” Ze stond stil maar bleef voor zich uit staren.
"Nee natuurlijk niet, maar reden moet genoeg zijn. Dénk ná mama! De Sirius die je kende zou die ooit in zijn leven overlopen naar Voldemort? Zou die zijn beste vrienden verraden aan die idioot?"
"Nou... dat dacht ik ook ooit over Peter."
"Serieus? Was die niet altijd uit op... hoe zeg je dat? Populariteit? Op macht? Op faam? Maar kon dat voor zichzelf niet krijgen en dus liep hij met anderen mee?" Sirius kwam weer naast me staan.
"Misschien... Ik vond het altijd al moeilijk te geloven dat jij het was."
"Goddank!" Sirius stootte een blaffende lach uit. Ik haalde diep adem.
"Kunnen we erover praten? Op een... eh betere plek?"
"Heb jij geen vriendje waar je heen moet?"
"Vriendje? Nah, heb ik niet.”
“Je danspartner dan?”
“Oh, hij… tss stelt niets voor.”
"Weet hij-?"
"Niet eens van mij, geen zorgen." Ze dacht er even over na en knikte toen kort, het onderwerp vriendjes kwam nog wel weer, helaas.
"Als je ook maar iets doet wat verdacht is, dan ben je er geweest!" zei ze tegen Sirius.
"Lijkt mij ook, kom, ik weet een open plek in het bos," ik wist welke plek Sirius bedoelde en veranderde in een hond.
"En je dacht dat mijn dochter veranderen een goed idee was? Alsof er niet genoeg reden is om haar in te gaten houden!" Ze klonk niet eens erg verrast.
"Ho! Ik heb haar leren kennen terwijl ze rondliep als hond, ik was ook verrast!" Ik blafte kort.
“Norren? Oh! Natuurlijk! Ze heeft hetzelfde gedaan voor haar broer als wij voor Remus," Sirius grijnsde. Ze keek verrast naar de hond- mij.
"Toch nog iets goeds…"
"Wat?" Ik was blij dat Sirius het zei want ik had niet zien aankomen dat mama het goed zou keuren, integendeel. Mama liep zwijgend verder. Ik ging mijn ouders, dat was iets vreemds om te zeggen, voor naar het Verboden Bos. Sirius keek af en toe om, er kwam niemand achter ons aan. Harry zagen we niet meer. Mama keek nadenkend voor zich uit tijdens het lopen en zei pas wat toen we er waren Ze dacht nog na over vroeger, over Harry… Ik veranderde op de open plek weer terug in mijn veertien jarige zelf.
"Waarom hebben jullie niets verteld over die jongen!" Mama kek ons aan.
"Jongen?" Ik staarde mama verbaasd aan.
"Dat was zeker familie van me! James' zoon?"
“Oh! Je bedoeld Harry!"
"En dat besloten jullie te verzwijgen? Misschien was ik wel nooit hier gekomen als ik dat wist!"
"Hoezo dat nou weer?" Sirius keek haar verbaasd aan.
"Misschien ja, maar je bent er, daar valt niets aan te doen. Niet verzwijgen, ik geloof dat jij het was, mama, die geen interesse had in mij! Norren begint nu pas vrienden met hem te worden!" Het bos rondom ons was dicht met kreupelhout en sneeuw. Het was er doodstil. Alleen onze bewegingen en de wind waren te horen. Ik was blij met die stilte.
"Met wie!?"
"Harry, natuurlijk!"
"Ze... kennen elkaar?"
"Ja, natuurlijk!" ik liet het klinken alsof ik verkondigde dat de aarde rond was.
"Waarom heeft hij dat nooit gezegd," mompelde ze.
"Omdat je duidelijk hebt gemaakt dat het verleden taboe was," ik hief mijn handen. Duh!
“Maar dit gebeurd nú...”
“Dus?”
"Alsof ik iemand hier een verklaring schuldig ben! En dús, dit is niet het verleden. Het was fijn geweest om te weten dat mijn zoon omgaat met een zoon van James! Ik wist niet eens dat ze een kind hadden! Dat moest zijn gebeurd…"
"Toen jij geen contact meer had met ons. James en Lily hebben mij tot Harry's peetvader benoemd. Remus kwam de laatste nacht dat je bij ons was helemaal overstuur bij mij aan, ik kon niet opmaken wat er aan de hand was," Sirius leunde tegen een boom.
"Dat vertelde ik je toen niet en nu ook niet. Het is niet aan mij."
"Je dagboeken zijn toereikend genoeg," gnuifde ik.
"Wáág het eens!" Ze schrok duidelijk, "als jullie het zo graag willen weten, dan moeten jullie Remus maar opzoeken!"
"Nah, hij heeft al druk en moeilijk zat, ik kan hem letterlijk vertellen wat er in je dagboeken staat, zal ik?" Ik keek mijn moeder uitdagend aan.
"Wat! Jij... Waag het eens!"
"Wist je dat, Sirius, dat mama bang was? Bang dat haar patronus teveel zou onthullen?" Dat Sirius dit al wist laten we achterwege.
"Hou je mond! Hij wilde het kind niet, oké? Dat is de reden!" Ze was ondertussen nog roder aangelopen uit woede.
"Tada!" Riep ik dramatisch uit, "was dát nou zo moeilijk?"
"Wou het kind niet? Waarom?" Sirius fronste.
"Dat moet je hem vragen! Hij was bang dat hij het niet aankon, dat zijn zoon teveel op hem zou lijken!"
"OH!" Sirius en ik keken elkaar begrijpend aan, "hij was bang dat Norren een weerwolf zou zijn…"
"Nou, hij kreeg zijn gelijk."
"Ja, dat wel, maar dan nog is het gemeen om jou hem alleen te laten opvoeden," Sirius stak zijn handen in zijn mouwen.
"Ho nee! Zij verliet Remus!" Gooide ik ertussendoor.
"Hij wilde geen kind! Wat moest ik dan?"
"Naar je broer gaan?" Sirius fronste, "of naar mij?"
"Ze wist dat jullie zijn partij zouden kiezen."
"Bovendien ben jij zo stom geweest om je op te laten pakken!"
"Dat was erna!"
"Dat spreekt voor zich..." mompelde ze.
"Alsof ik jullie daarna nog onder ogen kon komen!"
"Natuurlijk wel!"
"Zo natuurlijk is dat niet, vergeet niet dat het oorlog was, Sirius," bracht ik hem ter herinnering.
"Heb je enig idee hoeveel aandacht een baby trekt, hoe onvoorspelbaar ze zijn? Nee, natuurlijk niet, want jij was er ook niet bij!" Sirius leek nu door te krijgen waar Rebella al die tijd tegenaan liep. "Rebella..." woorden raakten verloren.
"Mam..." ik stond op van de boomstam en liep naar haar toe, ik was nu al groter dan zij,al was het nog maar een half hoofd. Ik sloeg mijn armen om haar heen. Tranen begonnen nu te vormen in haar ogen, maar ze duwde me voorzichtig weg.
"Ik ben ook niet klaar met jou!" Al klonk het lang niet zo dreigend meer. "Hoe durf je zomaar aan mijn persoonlijke bezittingen te komen!"
"Omdat," ik aarzelde een seconde, "ik je wilde begrijpen, omdat ik wilde weten wie mijn vader was, wie jij was voor... je weet wel, het drinken, ik voelde me... een monster en ik moest weten waarom…"
"Misschien was het ook niet jouw schuld...." Ze legde een hand op mijn schouder. Ik had naar de grond gekeken en keek nu op, mijn wangen waren nat.
"Mama…" Sirius kwam ook bij ons staan, sloeg zijn armen om onze schouders en blafte een mensenblafje. Ik giechelde door mijn tranen heen. Nu sloeg mama toch haar armen om me heen en drukte haar dochter tegen zich aan. Tranen vielen naar beneden. Ze negeerde Sirius.
"Het was niet mijn bedoeling om zo'n slechte moeder te zijn...Ik deed gewoon wat ik kon." "Weeik," klonk het bedompt, "he is gewoobn lasbtig alsb je geewn liebe krijgbt…"
"Nu krijg je het van twee," Sirius had ons in een giga knuffel genomen.
"Het spijt me..." Ik drukte mama dichter tegen me aan.
"Mij ook," Sirius liet ons los toen er gedempte voetstappen klonken. Mama keek verrast om zich heen en liet ook los. Ik snoof, die geur kende ik.
"Norren?" Mijn broer kwam tussen de bomen vandaan. Behoedzaam keek hij ons aan.
"Wat is er?"
"Is... alles oké?"Mama keek verrast op en lachte even.
"Ja hoor…"
"Wat kan ik- oh," hij keek verbaasd, "eh oke, mooi...?" Mama keek hem enkel aan.
"Er is wat uitgepraat, wolfje," Sirius grijnsde.
“Uitgepraat?" Norren keek naar mama. Ze keek even rond.
"Dat denk ik wel…"
"O, eh waarover dan?"
"Ach, niets waar jij je druk om moet maken."
"Zolang het mijn zusje, mijn moeder, én de beste vriend van mijn vader gaat wel..." Ik juichte van binnen, mijn lessen sarcasme en argumenten wierpen vruchten af. Ze wreef even langs haar ogen. "Nou, dan leggen zij het uit, want ik heb geen zin om het nog eens te vertellen. Wees wel eerst zeker dat je het wilt weten."
"Oh, Nayla gaat het over dat wat je eerder wou?" Ik knikte en sloot mijn broer in mijn armen. Ze fronste enkel. Zelfs hij wist ervan? Sirius zach haar kijken.
"Wat dacht je dan?" Ze haalde haar schouders op en zuchte.
"Ach, ik weet allang niet meer wat die twee samen bespreken."
"Daarom, zelfs ik, die hen nog niet zolang kent, heb soms zoiets van; dat waren wij ook."
"Zo heb ik er nooit over nagedacht…" mompelde mama verrast.
"Niet? Ja, we waren het continu, eigenlijk bijzonder dat Lizzie er zo makkelijk bij bleef…" Ze knikte stilletjes.
"Wat is er?" Sirius keek haar met een scheef hoofd aan. Mama keek nadenkend naar haar dochter, ze had haar nooit als geweldig gezien. Erg eigenlijk…
"Ik blijf maar denken aan de oorlog en vroeger en dat het nooit meer zo zou worden," zei ze zachtjes, in een poging zodat de kinderen het niet zouden horen, maar we stonden niet erg ver weg. Norren en ik deden alsof we het niet konden horen en maken wat gebaren om te doen alsof we in gesprek waren. Ze staarde even opzij, naar de man.
"Je snapt dat ik nog wel bewijs wil, over Peter."
"Ja, natuurlijk," Sirius graaide in zijn zak, een gestolen gewaad, haalde er een verfomfaaide foto uit van de Daily Prophet en gaf het aan Rebella. Ik wist welke foto het was. De foto was vergeeld, maar een groep mensen stonden lachend op de foto, een meisje, een vrouw twee volwassen mannen en vier jongens. Een van de jongens die een arm om het meisje heeft geslagen had een rat op zijn schouder. Een erg bekende uitziende rat.
"Hij mist een teen…" Ze werd iets bleker.
"Hij... leeft?" Ergens had ze toch verwacht dat hij loog. Maar dit kon niet anders, deze rat herkende ze uit duizenden. Ze had inderdaad iets gehoord over een familie die iets won, ooit....
"Wie zijn dat?"
"De Weasley's," klonk het van drie kanten.
"Geen zorgen, hij is niet meer bij hen, vorig jaar heeft hij weten te ontsnappen aan ons…"
"Geen zorgen? Sirius! Juist wel, want hij was en is dus nog altijd Voldemort's dienaar. Degene die nu sterker aan het worden is..." Norren en ik kwamen er weer bij staan.
"Waarom komt die naam me bekend voor…"
"Ron, Fred, George en Ginny zijn vrienden van ons?"
"Arthur werkt op het Ministerie?"
"Molly, de moeder, heeft in de eerste oorlog haar broers verloren, je weet wel Fabian en Gideon en is vrij jong getrouwd met Arthur..."
"Percy werkt nu ook op het Ministerie, hij is hier vanavond…"
`Ja, hij is de persoonlijke assistent van meneer Crouch," wie dat is hoefden we niet uit te leggen, hij was een drijvende kracht achter het Triwizard Tournament, een hoog geplaatst abt op het Ministerie en wij waren een van de weinigen die wisten dat hij een zoon had die in Azkaban overleden was.
"Ah, vandaar... Al hadden Fabian en Gideon een andere naam. Jullie zijn blijkbaar vastbesloten die rat te vangen."
"Dat waren we ja, maar we weten dat hij nu bij Voldemort is, en we hebben geen idee waar die zit…"
"Maar als ik 'm tegenkom verliest ie meer dan een vinger..." Ik keek grimmig.
"Rustig Nayla, ik ga eerst, ten slotte is het door hem dat ik twaalf jaar onschuldig in Azkaban heb gezeten, dat James en Lily dood zijn, dat je moeder... zichzelf kwijt is en dat Harry een jeugd vol miserie had," Sirius keek sadistisch.
"Om die reden wil ik zijn hoofd graag bij zijn ene vinger voegen," ik grijnsde moordlustig.
"Goh, ik geloof dat ik toch iets goed heb gedaan.”
"Huh? Wat dan?" Norren keek ietwat bezorgd naar Sirius en mij.
"Mijn dochter staat eens aan mijn kant!"
"Oh, eh... nee?" Norren gniffelde, "ze staat aan haar kant, want doordat alles heeft zij een rotjeugd gehad, -haar woorden niet de mijne - en ja, ze staat aan Harry's kant dus ja…"
"Nou, bedankt voor die oprechtheid... Daar hebben we het al te uitgebreid over gehad!"
"Sorry," Norren keek mama verontschuldigend aan. Sirius en ik grinnikten.
"Maar mama? Denk..." ik haalde diep adem, " denk je dat wij nu beter met elkaar kunnen omgaan?"
"Dat weet ik niet... Misschien,” zei ze schouderophalend.
"Ik hoop het..." ik klonk nu als een klein meisje. Ze had geen woorden meer en aaide haar de haren van haar meisje.
"Was... was jij ook zo hecht met jouw mama?"
"Nee..." Ze trok haar wenkbrauwen op, alsof het een vergeten herinnering was, "nee, ik was meer hecht met mijn vader."
"Waarom ben je dan verbaasd dat ik een papa's kind ben?" Ik grijnsde.
"Wat is er eigenlijk met...opa en oma gebeurd?"
"Ze werden vermoord door dooddoeners." Nu waren Norren en ik stil, de oorlog leek nu dichterbij dan ooit, mama had dus in drie jaar tijd haar beide ouders en haar tweelingbroer, en haar vrienden verloren... geen wonder…
"Doet..." ik aarzelde, "doet het nog pijn? Om eraan terug te denken bedoel ik…" Sirius sloeg een arm om mama's schouder. Zwijgend. Hij wist als geen ander van die dag. Want hij was erbij, en omdat zijn familie hem verstoten had waren de Potters zijn nieuwe ouders geworden, voor een tijdje. Ze keek even naar Sirius en bewoog haar arm, in een zwakke poging om hem af te schudden.
"Hmm..." Ze keek weer naar de kinderen en dacht na. "Dat van mijn ouders viel eigenlijk wel mee... Ik had het gevoel dat ik ze al een tijd ervoor ben kwijtgeraakt."
"Hoezo dat dan?" Norren en ik keken mama verbaasd aan,
"Ze zaten onder de Imperius vloek."
"Shit..." Norren en ik wisten toen al dondersgoed wat dát betekende… Hetgeen duidelijk van onze gezichten te lezen was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen