De volgende dag kreeg Alexander een telefoontje. Zeus had meer nieuws over de gehele situatie.
‘Zoals je waarschijnlijk al gehoord hebt van Saint-Germain zijn Flamel en Dee weer samen met hun bondgenoten de boel op stelten aan het zetten. Ondertussen ben ik achter het plan van de Duistere Alouden gekomen. Ze zijn in een oude gevangenis in Oostenrijk een leger monsters aan het verzamelen. Ze doen hetzelfde op ieder continent. Wij goede Alouden zijn druk met elkaar aan het regelen dat er met ieder leger monsters wordt afgerekend. De Duistere Alouden willen deze monsters gebruiken om een pad vrij te banen voor de Alouden die uit hun schaduwrijken zullen afreizen naar deze wereld als Lithe daar is.’
‘Laten we die monsters dan maar gaan afmaken voor ze de mensheid kunnen aanvallen. Ik weet niet hoeveel het er zijn, maar ik denk niet dat ik en Hephaistion ze alleen aankunnen.’
‘Dat zal ook niet hoeven. Aris en Sappho zullen jullie komen helpen en ik ben nog op zoek naar anderen die ook kunnen komen helpen. Reis af naar Salzburg, daar zullen we elkaar ontmoeten.’
‘Tot daar.’
‘We gaan dus naar Salzburg?’ Ondanks dat Alexander de telefoon niet op luidspreker had gezet, waren hun ontwaakte zintuigen sterk genoeg dat Hephaistion het hele telefoongesprek had meegekregen.
‘Ja, vanaf daar horen we verder. Tijd om zo gauw mogelijk op een vliegveld te komen en hopen dat we meekunnen op het eerste vliegtuig naar Salzburg. Ze zitten in een gevangenis, dus het lijkt me dat we ze stuk voor stuk zouden moeten kunnen afmaken.’ Ondanks dat het veel monsters zouden zijn, had Alexander vertrouwen in een goede afloop. En hoewel een deel van hun team miste, zou de samenwerking waarschijnlijk perfect gaan. Ze zouden niet alle monsters tegelijkertijd het hoofd hoeven bieden.
‘Ik denk alleen wel dat er iemand zal zijn die de monsters komt vrijlaten. Met pech voordat wij er zijn.’ Het rooskleurige plaatje werd verpest.
‘Ohja, die kans is aanwezig. Was dat nodig, Hephaistion?’
‘Ja, er moet iemand zijn die realistisch blijft. Je vergeet dat nog wel eens met je wilde ideeën.’
‘Maar oké, stel we zijn eerder dan degene die de monsters moet vrijlaten, dan hebben we alsnog een makkelijke taak. Of we doden hem voor hij of zij de monsters kan bevrijden.’
‘Dat kan, maar we kunnen beter op het ergste geval rekenen. Er kunnen ook meer handlangers van de Duistere Alouden aanwezig zijn.’
‘Oké dan. Maar wat is dus jouw voorspelling en waar moeten we op rekenen?’
‘Verwacht maar dat we een hevige strijd moeten gaan leveren.’

Ze hadden in het dorp een lift weten te regelen naar Kopenhagen. De man was eerst wat twijfelend over het tijdstip van vertrek, maar toen Hephaistion hem ervan wist te overtuigen dat het om een zaak van leven of dood ging, kon iedereen zich gauw gereed maken om te vertrekken.
Onderweg was Alexander onrustig. Het was te hopen dat ze op het vliegveld tickets konden kopen voor de eerste vlucht, anders zouden ze nog wel eens lang vast kunnen zitten in Kopenhagen, terwijl de nood juist zo hoog was.
‘Bedankt voor de lift,’ zei Alexander tegen de man die hen gebracht had en ze namen vluchtig afscheid. Hephaistion was vast vooruit gelopen en keek naar de borden met vertrektijden.
‘Over 6 uur gaat er een vliegtuig naar Salzburg. Met een beetje geluk hebben we nog een stoel.’
‘Laten we dat maar eens aan de infodesk vragen van de juiste luchtvaartmaatschappij.’ Alexander had een hekel aan vliegen en het verbaasde hem dat hij een beetje doorhad hoe het werkte. Ze vlogen alleen wanneer het noodzakelijk was, zoals nu bijvoorbeeld.
‘Zijn er nog twee plekken over op de vlucht naar Salzburg?’ De vrouw achter de balie keek hen verward aan toen ze hen zag. Twee mannen die duidelijk al een tijd in de wildernis hadden rondgedoold, het was aan hen te zien.
‘Die zijn er nog maar niet meer naast elkaar.’ Benauwd keek Alexander naar Hephaistion. Vanwege zijn lichte vliegangst zat hij altijd het liefst naast hem. Hij had geen keus. Ze moesten wel.
‘Dat is oké. Maar het liefst wel zo dicht mogelijk bij elkaar.’ Er waren vast wel andere passagiers bereid om te ruilen.
‘Dan komt dat in orde. U mag nu betalen.’ De vrouw noemde het bedrag en Alexander betaalde. Het bleef raar voelen om met een pasje te betalen in plaats van met daadwerkelijk geld, dat hij eeuwenlang gebruikt had.
‘Dank u wel,’ zei hij toen hij de tickets kreeg en ze liepen naar de douane. Omdat hun grote backpacks in het ruim gingen, hadden ze eigenlijk niets bij zich bij de douane, dus kwamen ze er zonder problemen doorheen. De vlucht verliep vlekkeloos en aan Alexander werd weer eens bevestigd dat er niets was om bang voor te zijn. Gelukkig hadden ze wel met iemand kunnen ruilen, zodat ze naast elkaar konden zitten.
‘Oké, waar nu heen?’ vroeg Hephaistion toen ze eenmaal buiten het vliegveld van Salzburg stonden.
‘Het doorgegeven adres vinden, maar waar dat is, is de vraag. Zouden ze hier ergens een kaart hebben?’ Zeus had een contactpersoon bereid gevonden iedereen te herbergen, zodat ze elkaar daar zouden kunnen ontmoeten.
‘Heb je het adres? Want gelukkig bestaat daar ondertussen google maps voor.’ Alexander keek Hephaistion stomverbaast aan toen hij zijn telefoon uit zijn zak haalde en het adres intypte. Vervolgens liet het schermpje zien hoe ze er konden komen. Hephaistion had zich altijd al makkelijker kunnen aanpassen aan nieuwigheden en hij had ze altijd veel sneller door dan Alexander.
‘Ik blijf die nieuwerwetse technologie zo onbegrijpelijk vinden,’ mompelde hij en liep achter Hephaistion aan.
‘Als je er nou wat meer tijd en moeite in zou steken, leer je het gauw genoeg. Het heeft oefening nodig.’ Alexander mompelde chagrijnig, maar besloot het verder te laten. Het redden van de mensheid had voorrang. Daarna zou hij wel leren om te gaan met zo’n smartphone. Misschien. Ooit.
‘Hoe ver is het vanaf hier?’ vroeg Alexander
‘Het is ruim anderhalf uur lopen. Maar we kunnen de bus nemen, dan duurt het maar ruim een half uur.’ Het was aan het einde van de dag en Alexanders maag begon te knorren.
‘Ik heb geen zin om zo’n stuk te lopen op een lege maag. Laten we de bus pakken.’
‘Prima. Maar we kunnen ook eerst eten als je wil?’ Alexander haalde zijn schouders op.
‘Maar het is nog net geen etenstijd en ik vertrouw erop dat onze gastheer wel een avondmaaltijd klaar heeft staan.’ Alexander bleef moeite hebben met aanpassen, gezien het ondertussen niet meer zo gewoon was dat gasten direct een avondmaaltijd kregen aangeboden. Toch bleef hij die hoop houden.
Hephaistion had duidelijk besloten om er niets op te zeggen en zei slechts: ‘We zullen zien.’
Ze hoefden niet lang op de bus te wachten die hen naar het centrum zou brengen en de reis verliep voorspoedig. Zo stonden ze uiteindelijk voor de deur van het aangegeven adres.

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Zo raar om Alexander voor te stellen in een vliegtuig

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen