‘Ik ben zeer benieuwd naar wie open gaat doen,’ merkte Alexander op vlak voor hij op de bel drukte.
‘Ik verwacht op zijn minst wel een onsterfelijke,’ gaf Hephaistion als reactie en gespannen wachtten ze af. De deur werd opengedaan door een man van middelbare leeftijd. Zijn bruine haar was kort en hij zag er uit als iemand die veel om een verzorgd uiterlijk gaf. Er was weinig opvallends aan hem. Toch merkte Alexander dat er iets bijzonders aan hem was toen de man zich voorstelde.
‘Hallo, mijn naam is Matthias Pradl. Ik neem aan dat jullie Alexander en Hephaistion zijn?’ Hij had de air van een militair, maar toch weer net niet. Het maakte Alexander zeer nieuwsgierig naar zijn beroep.
‘Dat klopt, ik ben Hephaistion,’ en hij stak zijn hand uit naar Matthias. Alexander was ondertussen nog in gedachten verzonken over de bijzondere man en moest zich gauw herstellen, toen hij doorhad wat er gebeurde.
‘En ik ben Alexander.’ Ook hij stak zijn hand uit en Matthias gaf hem een stevige handdruk.
‘Kom, binnen, jullie zijn de eersten.’ Verbaasd trok Alexander een wenkbrauw op. Waren ze echt toch nog zo snel geweest dat ze als eersten aankwamen?
‘Zeus vertelde me dat Sappho en Aris er ook elk moment kunnen zijn. En tja, Alouden komen altijd op het laatste nippertje aanzetten.’ Alexander zuchtte en knikte bevestigend. ‘We zien dus vanzelf wel wanneer Zeus komt opdagen, zeer waarschijnlijk wanneer het hem uitkomt.’
‘We zullen zien.’ Ondertussen liepen ze achter Matthias aan naar binnen en kwamen in een ruimte woonkamer terecht.
‘Ga maar ergens zitten, willen jullie wat drinken?’ Alexander en Hephaistion namen plaats op de lederen bank.
‘Graag.’
‘Water, fris, thee, koffie?’
‘Water is prima.’
‘Voor mij ook graag water.’
De hele conversatie voelde zo raar aan. Ze hadden verder nog geen idee van wie deze man was, behalve dat hij wist van de mythische wereld en aan hun kant stond. En dan zaten ze opeens in zo’n doodnormale situatie.
Ze kregen hun water en Matthias ging in de fauteuil tegenover hen zitten. Een ongemakkelijke stilte viel tot deze uiteindelijk door Matthias werd verbroken.
‘Nouja, jullie zijn best wel heel erg bekend, maar, vertel eens wat over jezelf?’ De situatie bleef raar, maar Alexander wilde wel een poging doen om de sfeer wat te verbeteren, dus begon hij te vertellen over hun avonturen. Hephaistion viel hem hier en daar bij en nam soms het verhaal over. Zo wisten ze een beknopt, maar vrij volledig verslag te doen, maar tegen het einde aan werden ze gestoord in hun verhaal doordat de deurbel ging.
Matthias stond op om open te doen en gauw keken Alexander en Hephaistion elkaar aan met een blik van verstandhouding. Ze voelden beiden de ongemakkelijkheid. Tot hun grote geluk was het Sappho die hem de woonkamer in volgde en Alexander stond snel op om haar te omhelzen. Ze voelde voor hem als een oudere zus en ze hadden elkaar lang niet gezien. Naast Hephaistion was ook zij er altijd voor hem als hij het moeilijk had.
‘Ik heb je gemist,’ zei hij toen ze elkaar losgelaten hadden.
‘Ik jullie ook,’ zei ze warm en ze glimlachte. Vervolgens begroette ze ook Hephaistion met een omhelzing.
‘Je hebt goed op hem gelet zo te zien,’ merkte ze op en Hephaistion grinnikte.
‘Dat was vanaf de wereldoorlogen niet zo moeilijk meer.’ Zolang ze maar in het juiste land zaten, was de wereld er een stuk veiliger op geworden.
‘Dat was een enthousiaste begroeting,’ merkte Matthias even later op.
‘We hebben eeuwenlang in hetzelfde gebouw gewoond en elkaar vervolgens een lange tijd niet meer gezien.’ Alexander begon zich nu lichtelijk te irriteren aan hem. Wat spijtig dat ze bondgenoten waren. Hij hoopte op zijn minst dat Matthias niet mee zou gaan op de missie.
‘Oh,’ was slechts zijn reactie en hij trok zich terug. Strategisch. Dit gaf Alexander, Hephaistion en Sappho alle ruimte om rustig bij te praten.
Een tijdje later ging de deurbel weer en deze keer kwamen er drie personen de ruimte binnen: Aris, Zeus en een onbekende vrouw.
‘Het team is compleet,’ verkondigde Zeus. En toch miste Alexander naar zijn gevoel een paar teamleden. Hun oude team werkte perfect, maar zaken waren helaas veranderd door de eeuwen heen. Gilgamesj had inderdaad zijn verstand verloren na de dood van Arthur. Hij was gereduceerd tot een zeer vergeetachtige man door de eeuwen heen. Van de trotse krijger was niets meer over en Alexander had veel medelijden met hem. Het moest een verschrikkelijk leven zijn. Scathach had over de eeuwen heen contact gehouden, maar was haar eigen pad in gegaan. Hij had geen idee van waar ze nu precies was, maar hij wist dat ze een bondgenoot van Flamel was.
Wel hadden ze twee nieuwe leden in de plaats. Matthias en de vrouw wie Alexander onbekend was, maar hij voelde de kracht van haar afkomen.
‘En ik zou jullie graag willen introduceren aan Freya, onder jullie misschien ook bekend als Aphrodite of Venus. Een krachtige aloude die aan onze kant staat.’ De aloude glimlachte lieflijk, maar ondertussen wist ze ook een bepaalde wildheid uit te stralen.
‘Welkom in ons gezelschap, vrouwe, Alexander is de naam,’ zei Alexander en hij maakte een korte, maar sierlijke buiging voor haar.
‘Aah, een gentleman,’ zei ze verrukt. ‘Wat leuk.’
‘Men moet toch altijd beleefd blijven tegen vrouwen.’ Sappho grinnikte.
‘Je blijft een beetje hangen in ouderwetse gewoonten, Alexander. Overdreven beleefd is niet meer nodig.’
‘Ik bepaal zelf wel wat ik doe.’ Vlug stak hij zijn tong naar Hephaistion uit, hopend dat niemand het zou zien.
‘Maar wie zijn jullie allemaal en vertel wat over jezelf?’ vroeg Freya toen. ‘Jou ken ik natuurlijk al, Matthias, mijn trouwe dienaar.’ Gauw keek Alexander even naar Matthias. Hij had zich al wel afgevraagd wie zijn aloude was en zijn vraag was dus nu beantwoord. Interessant, hij was benieuwd naar hoe hij met haar betrokken was geraakt.
‘Ik ben Hephaistion,’ stelde zijn vriend zich voor. ‘Trouwe generaal van Alexander en ook zijn geliefde.’
‘En ik ben Sappho,’ volgde de dichteres. ‘Ik heb veel poëzie geschreven, maar het is de vraag in hoeverre mensen me nog kennen.’
‘Ik heb ooit werk van je gelezen tijdens mijn lessen Grieks,’ onderbrak Matthias de voorstelronde.
‘Dat is fijn om te horen. Vandaag de dag zijn er nog maar zo weinig mensen bekend met mijn werk. Ik wordt overschaduwd door die stomme geschiedschrijvers die de helft nog eens verzonnen ook.’ Alexander kon het niet laten om te grinniken, maar ze sprak wel de waarheid. Alleen de echt grote namen leefden nog voort. Het was op zich al een wonder dat een deel van haar werk de tijd overleefd had en men haar naam vandaag de dag nog kende.
‘Mijn naam is Aris, en ik ben een tijdlang de leider van de Medjay geweest, beginnend rond 300.’ Aris had Alexander vertelt dat hij eens in de zoveel tijd die rol weer op zich nam. Binnen de Medjay was de legende van de reïncarnatie van hun oude leider ontstaan, een legende waar Aris maar al te handig gebruik van kon maken.
‘Jij mag Matthias dan misschien al kennen,’ zei Zeus tegen Freya, ’maar ik, en ik denk ook de meeste anderen, kennen jou nog niet.’
‘Ik ben Matthias Pradl en ik was lid van het Oostenrijkse militaire verzet tijdens de tweede wereldoorlog. Ik was betrokken bij operatie Walküre en toen dit mislukte, kwam ik onder de bescherming van Freya. Anders had ik de oorlog waarschijnlijk niet overleefd.’
Interessant. De militaire achtergrond die Alexander vermoed had, werd inderdaad bevestigd. Maar tweede wereldoorlog in het verzet, dat moest een heftig leven zijn geweest. Alexander kon nu een klein beetje sympathie voor de man opbrengen. Toch bleef hij hem vreemd vinden.
‘Nou, nu we allemaal bij elkaar zijn en ons voorgesteld hebben, dan kunnen we gaan beginnen aan het maken van een plan. Het bevrijden van een hele gevangenis vol monsters moet gestopt worden.’

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Ik wordt overschaduwd door die stomme geschiedschrijvers die de helft nog eens verzonnen ook.’


    true!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen