Eigenlijk was er nauwelijks een plan. De twee Alouden waren niet in staat geweest om te achterhalen wie van de dienaren van de Duistere Alouden de monsters moest gaan bevrijden of wat er precies aan monsters in de cellen zat. Het complex werd goed bewaakt en geen van hun informanten hadden weten binnen te dringen.
Het enige waarvoor ze een plan hadden kunnen maken, was hoe ze de bewakende militairen weg konden lokken. Degene die verantwoordelijk was voor de monsters had duidelijk wel invloed in de hoge kringen van de Oostenrijkse bestuurders, anders had hij of zij niet aan de militairen kunnen komen. Hoewel ze daardoor velen van hun lijstje konden afstrepen, was het nog niet genoeg om met zekerheid iemand aan te kunnen wijzen.
‘Ook de Duistere Alouden hebben militairen uit de wereldoorlogen onsterfelijk gemaakt. Eén van hen lijkt mij de grootste kanshebber,’ was het vermoeden van Matthias.
‘Die kans is inderdaad aanwezig, maar dat betekent niet dat we direct alle anderen kunnen uitsluiten,’ bracht Alexander er tegenin.
‘Dat bedoelde ik ook niet.’
‘Oké, maar dat je het weet.’
Uiteindelijk kwamen ze niet verder met wie mogelijk de monsters zou kunnen gaan bevrijden. Ze hadden besloten het er gewoon op te wagen.
De militairen aan de andere kant zouden wel goed aangepakt worden. Van de onsterfelijken was Sappho het beste met het gebruik van haar aura en ze wist wel wat manieren hoe ze de beveiliging kon uitschakelen zonder ze te doden. Ook Freya was vaardig met zulke betoveringen, dus zouden ze hun krachten bundelen.
Eenmaal ze alles rond hadden, vertrokken ze. De tijd drong.
Flamel had ondertussen de gemoederen hoog doen oplopen en als de geruchten klopten, was Dee Utlaga verklaart door zijn meesters; een vogelvrije. Al zou volgens de laatste geruchten de gouden helft van de tweeling zijn overgelopen naar Dee, en had hij alle vier de zwaarden van macht, ook Joyeuse, die ooit in hun eigen handen was geweest. Zeus had het aan een held geschonken die hij het zwaard waardig achtte en had het vervolgens nooit meer teruggezien. Stom, want als hij dat niet had gedaan, hadden ze het zwaard waarschijnlijk nog gehad en was Dee nu niet zo machtig geweest. Of alsnog wel, want Dee heette meedogenloos te zijn en had vast een manier gevonden om Joyeuse te verkrijgen.
Er was een auto waar ze met zijn allen in pasten, een luxe stationwagen die in het bezit was van Matthias. Hij had duidelijk van zijn onsterfelijkheid gebruik gemaakt om veel geld te vergaren, want Alexander en Hephaistion zouden zich zoiets nooit kunnen veroorloven. De rit was al niet lang, maar Matthias verkorte de reistijd met enkele minuten door met een hoge snelheid over de bergwegen heen te racen. Na een tijd kwam burcht Hohenwerfen in zicht, bovenop een hoge heuvel in het rivierdal. Het was een prachtig uitzicht en de achterliggende bergen en al het groen, maakten het allemaal nog maar mooier.
Ze kwamen aan op een verlaten parkeerplaats. Aan het bord dat de weg wees naar het pad dat omhoog naar het kasteel voerde, hing een briefje.
‘Gesloten vanwege verbouwingen,’ las Hephaistion voor, die het briefje als eerste gespot had.
‘Nou, dat komt de Duistere Alouden nog eens goed uit zeg,’ merkte hij op. ‘Perfecte gelegenheid om er vervolgens een stel monsters te huisvesten.’ Het sarcasme droop er vanaf.
‘Laten we omhoog gaan,’ zei Zeus. ‘Sappho, Freya, wees voorbereid, we kunnen in de bossen op weg naar het kasteel al militairen tegenkomen. Het valt me mee dat ze hier niet al aanwezig zijn.’
‘De gemiddelde bezoeker zal wel weten dat het kasteel gesloten is en anders staat het hier duidelijk aangegeven. Geen nood voor beveiliging op het parkeerterrein,’ maakte Matthias duidelijk, die bekend was met de omgeving. Vervolgens haalde hij een oud uitziend geweer uit de kofferbak.
‘Waar heb je nu weer een geweer voor nodig? Dat richt toch weinig uit tegen die monsters?’ Alexander was verbaasd. In de gevechten tegen hun vijanden bleef hij zelf altijd op zijn kopis vertrouwen.
‘Ik weet dat normale vuurwapens bijna geen effect hebben, maar als ik de kogels bewerk met mijn aura, worden ze wel dodelijk. En ik kan er andere nare dingen mee doen. Ieder vecht op zijn eigen creatieve manier.’
‘Hmpf.’ Alexander haalde zijn schouders op en liep richting het pad. Eenmaal iedereen gewapend was, volgden ze het pad omhoog, richting het kasteel dat nu nog tussen de bomen verscholen lag. Ze zagen ook een spoor liggen dat omhoog liep het kasteel in, maar natuurlijk reed het treintje niet nu alles gesloten was. Anders was dat wel zo makkelijk geweest.
Matthias liep voorop, omdat hij hier eerder was geweest en de omgeving kende. Daarachter volgden Freya en Sappho, hun gezichten gespannen van de concentratie. Ze moesten klaar staan om toe te slaan met hun bezweringen als er militairen verschenen. Alexander, Hephaistion en Aris liepen daar weer achter. Zeus sloot de rij. Zo kon hij eventuele volgers makkelijk te grazen nemen.
Lang zagen ze niemand, wat Alexander het vermoeden gaf dat ze het omringende bos wel vrij hielden voor wandelaars. De eerste militairen zouden ze dus waarschijnlijk pas aantreffen in de buurt van de burcht.
Na een tijd lopen begonnen ze het kasteel te zien tussen de bomen door. En daarmee ook de eerste militairen. Matthias gaf de rest het gebaar zich te verschuilen. De twee vrouwen liepen af op het eerste groepje militairen. Met hun aura verborgen ze enig teken van wapens en dergelijke en leken ze net twee onschuldige wandelaars.
‘Oh, wat doet u hier? vroeg Sappho quasi verbaasd. Ik wist dat het slot gesloten was, maar ik verwachte geen militairen.’
‘Dat gaat u niets aan. Loop de andere kant weer op.’ Als waarschuwing hief de man zijn geweer een beetje op.
‘Niets daarvan,’ zei Sappho en ze liet haar rood-roze aura opvlammen en vervolgens vuurden zij en Freya bollen van aura af op de militairen. Zodra de mannen in aanraking kwamen met de spetters vielen ze bewusteloos neer.
‘Eerste militairen zijn neer,’ zei Sappho en ze grijnsde. ‘Nu de rest nog. Hopelijk heeft dat licht geen andere militairen gewaarschuwd.’
‘Nog even wachten dan.’ Freya gaf het signaal dat de rest zich nog even moest schuilhouden. Toen ze na twee minuten nog steeds niets hoorden, konden de anderen tevoorschijn komen.
‘Nou nou, je hebt er wel een show van gemaakt,’ zei Alexander tegen Sappho en ze grinnikte.
‘Jullie moesten toch wel iets spectaculairs te zien krijgen. Ik zou niet willen dat jullie dood vielen van verveling.’
Alexander schudde lachend met zijn hoofd.
‘Je bent me er één, zuster.’
‘Kom, we moeten verder,’ zei Zeus en maande de rest tot beweging.
‘Je hebt nog meer militairen om uit te schakelen,’ zei Hephaistion en gaf haar een lichte speelse por tegen haar schouder.
‘Oh, ze moeten bang voor ons zijn. En hun god danken dat we geen plannen hebben om hen te doden.’ Een valse grijns verscheen op haar gezicht.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen