De overige militairen werden vrij gauw uitgeschakeld. Toen ze zeker wisten dat de laatste militair buiten bewustzijn waren, konden ze het kasteel betreden. Ze wilden geen risico’s nemen en een plotselinge bemoeienis van de militairen konden ze niet gebruiken. Ze moesten alle monsters die in het kasteel verborgen werden gehouden, doden.
‘Er zijn sowieso cellen beneden in het kasteel, maar ik wil wedden dat ze ook enkele monsters houden in kamers hoger in het kasteel. De kerkers alleen hebben te weinig cellen voor het aantal monsters dat hier zou moeten zijn.’ Het was zo’n groot voordeel dat ze Matthias hadden, die het kasteel kende, ook al vond Alexander dit vervelend om toe te moeten geven.
‘Opsplitsen of bij elkaar blijven?’ vroeg Aris.
‘Ik zou bij elkaar blijven,’ gaf Alexander als zijn mening. ‘We weten niet hoe sterk te zijn en met hoeveel. Stel dat er iets gebeurd, zijn we er in ieder geval allemaal om te helpen.’
‘Daar heb je een punt. Bij elkaar blijven dus?’ De rest knikte of humde bevestigend.
‘Laten we dan gaan.’
Gezamenlijk liepen ze onder de poorten door het kasteelterrein op. Het was er volledig verlaten en ze hoorden alleen het gefluit van de vogels. Het enige teken van leven dat ze zagen waren de lichamen van de bewusteloze militairen vlak bij de ingang.
‘De kerkers zullen overzichtelijk zijn, laten we daar eerst heen gaan.’ Ze volgden Zeus.
Eenmaal door de poort heen, kwamen ze op een klein veldje uit. Ze moesten eerst het pad daarlangs volgen naar een volgende poort. Pas toen ze door die poort heen waren, konden ze het witte middeleeuwse kasteel in zijn volle glorie zien. Het stond bovenop de heuvel en ze moesten nog een klein stuk omhoog, langs of door de tuinen.
‘Tot nu toe ziet het er goed uit,’ mompelde Alexander zachtjes. Hephaistion die naast hem liep, had hem gehoord.
‘Juich maar nog niet te hard. We hebben geen idee van waar er eventueel nog gevaar zou kunnen schuilen.’
‘Maar we hebben een goed begin.’
‘Dat is waar.’
Op hun hoede liepen ze langs de tuinen, op weg naar de ingang van het daadwerkelijke kasteel. Ze kwamen nog steeds niets of niemand tegen en zo konden zo doorlopen tot ze uiteindelijk bovenaan de trap naar de kerkers stonden. Eén voor één liepen ze naar beneden en toen Alexander in de kerkers aankwam, hield hij zijn adem in.
De cellen lagen vol met monsters. Ze sliepen allemaal.
‘Zo makkelijk kan het toch niet zijn?’ stamelde hij en hij zag dat Zeus ook verrast om zich heen keek.
‘Er moet een addertje onder het gras zitten,’ mompelde Sappho. ‘Ik vertrouw het niet.’ Gefascineerd keek Alexander de cellen in. Er zaten monsters uit mythologieën van over de hele wereld in opgesloten. Vooral de monsters, want van een lieftallig elfje werd niemand bang. Misschien als het scherpe tandjes had. Dit waren de monsters uit nachtmerries. Hij zag enkele harpijen zoals ze die ooit bevochten hadden nabij Tepe Sialk, lang lang geleden. Maar ook zag hij Japanse Namahage en nog een draak als degene die hij en Hephaistion in Zweden bevochten hadden. Er zaten ook enkele Almasti opgesloten in een cel, mensachtige wezens met een vacht, en ontzettend snel. Dat had Alexander persoonlijk ervaren toen ze in de Kaukasus enkele van deze wezens waren tegengekomen. Ze hadden geluk gehad dat zij beter bewapend waren geweest en zo de Almasti hadden kunnen vellen. Ook zagen ze een manticore, een paar vetala en een chimaera. Vooral de chimaera maakte Alexander lichtelijk nerveus. Hij en Hephaistion hadden een vriend verloren aan een dergelijk monster. En ze waren hier niet gekomen om meer vrienden te verliezen.
Nog een hoop andere wezens waren opgeborgen in de kerkers, allemaal slapend.
Alexander schrok op van een piepend geluid en zag hoe Matthias één van de ijzeren deuren opende. Was dat wel een goed idee om zonder overleg te doen?
‘Matthias…’ Hephaistion deelde duidelijk zijn mening en sprak de man erop aan.
‘Wat? Ze slapen! En ze zullen vast niet zomaar wakker worden, want ik vermoed dat dit een magische slaap is. Laten we gelijk beginnen met ze afmaken.’
‘Hij heeft een punt,’ zei Freya, het opnemend voor haar onsterfelijke.
‘Ja, maar hij doet het zonder overleg. Zonder iets te zeggen en communicatie lijkt me juist een vrij essentieel iets voor deze operatie zolang er nog overzicht is.’ Alexander ging zich er ook mee bemoeien.
‘Oké, dan zal ik bij elk klein dingetje overleggen met jullie wat ik doe. Zoals dit monster nu doden.’ Hij hief zijn geweer en schoot op een slapende minotaurus. Het schot weerklonk door het gehele gebouw. En doodde het monster. Het slaakte een vage kreet uit voor het stierf.
‘Gefeliciteerd, mocht er toch iemand hier nog aanwezig zijn, dan is hij nu op de hoogte gesteld van onze aanwezigheid,’ gromde Zeus geïrriteerd. ‘Laten we dan maar gelijk zoveel mogelijk monsters doden voor er iemand arriveert. Kom, ieder neemt een cel.’
Alexander keek Matthias vuil aan en nam toen de cel met onder andere de chimaera voor zijn rekening. Beter het monster slapend doden, dan dat hij het wakker zou moeten bevechten. Hij stak toe met zijn zwaard en even krijste het monster, een doodskreet terwijl zijn doorboorde hart stopte met kloppen.
‘Monsters zomaar in hun slaap doden, dat dacht ik even niet.’ Het was een onbekende stem die dit zei en gauw draaide Alexander zich om te kijken van wie de stem afkomstig was. Hij vreesde het ergste.
Twee mannen stonden voor de trap omhoog. De jongere man had zwart haar en een ondeugende blik in zijn ogen. Een ondeugendheid die bijna duister genoemd kon worden. De andere man was wat ouder, grijzend met een baard. Alexander dacht hem ergens van te herkennen, maar wist niet waarvan of wie het zou kunnen zijn.
‘Loki,’ siste Freya en de zwartharige man grijnsde. Oké, shit. Alexander besefte zich dat ze hier te maken met een Duistere Aloude. Niet twee onsterfelijken zoals hij dat gehoopt had. Het zou de situatie wat complexer maken, maar niet onhandelbaar zolang de monsters maar bleven slapen.
‘Sigmund, maak de monsters wakker,’ zei Loki tegen de man achter hem en hij wierp een muur van vuur op tussen de man en de rest, zodat hij ongestoord zijn werk kon doen. Sigmund, Sigmund…. Sigmund Freud! Die man was dus blijkbaar ook onsterfelijk gemaakt en had zich bij de Duistere Alouden gevoegd. En hij was samen met Loki gestuurd om hen tegen te houden en de monsters wakker te maken en te bevrijden.

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Geweldig dat Freud evil is

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen