Foto bij Hoofdstuk 16

Fred en George hadden me de rest van de middag over hun plannen van de toekomst verteld. Het zijn geweldige plannen. Een winkel beginnen met allemaal fopspullen. Ze zaten vol enthousiasme te vertellen wat ze allemaal wilden.
‘Kom… Kom… Kom hier. Kom bij me.’ Sist er iemand waardoor mijn gedachtes worden onderbroken. Het is de zelfde stem van de droom van een paar weken terug. Het is van een slang, maar wat wil een slang van mij? Ik kijk om me heen maar er is niemand. Ik loop vlug de donker gang door om te ontdekken van waar de stem vandaan komt. Ik stop als ik nog meer gesis hoor.
‘Bloed… Ik ruik bloed. Ik wil je vermoorden. Ik wil je doden!’ Sist de slang. De woorden “vermoorden” en “doden” blijven door mijn hoofd spoken. Doden? Wie wil hij doden? Doden betekend nooit iets goeds. Ik ren sneller de gang door. Ik stop zodra ik watter op de stenen vloer zie liggen. Nee, het is echt. Ik loop heel voorzichtig de gang veder in en zie nog meer water. In de weerspiegeling van het water zie ik dat er iets op de muur staat. Heel voorzichtig laat ik mijn blik naar de muur toe glijden. Op de muur staat de tekst van mijn droom gekalkt met bloed. Voor de muur ligt een hoopje van iets en heel langzaam loop ik er op af. Zodra ik dichtbij genoeg ben herken ik het ding. Het is mevrouw Norks, de kat van Vilder! Ik hoor vlugge voedstappen mijn kant op komen en met een ruk draai ik me naar het geluid toe. Ik zie hoe Harry, Ron en Hermelien de gang in komen rennen en bij mij tot stilstand komen. Achter hun zie ik iets vreemd bewegen en ik knijp mijn ogen fijn om het beter te kunnen zien. Het zijn kleine spinnen die recht achterelkaar lopen.
‘De geheime kamer is geopend. Hoed u vijanden van de erfgenaam.’ Leest Hermelien hardop voor. ‘Het is geschreven in bloed.’ Mompelt ze er zacht achteraan. Ik knik zwak en wijs naar het hoopje kat wat tegen de muur aan licht. Alle drie volgens ze mijn vinger en kijken ze met een geschokte blik naar de kat.
‘Is dat mevrouw Norks? De kat van Vilder.’ Vraagt Harry verbaast waarop ik weer knik.
‘Het is in haar bloed geschreven.’ Fluister ik zachtjes. Ik kijk naar de muur en focus me op de zachte achtergrond geluiden. Zodra ik heel veel voetstappen hoor draai ik me vlug om en duw Hermelien en Ron tegen de muur. Ik wil Harry ook weg duwen maar dan staat de gang al vol met medeleerlingen. Nu heeft het geen nut om hem onschuldig te laten lijken. Iedereen om ons heen staart of geschokt naar de muur of geschokt naar ons. Ik kijk voorzichtig de menigte rond en zie een verbaasde tweeling en een angstige maar ook teleurgestelde Carlo. Denkt hij nu dat ik dit gedaan heb? Carlo word met alle geweld aan de kant geduwd en dan sta ik recht voor een verbaasde Draco. Hij kijkt naar de muur, dan naar Harry die achter me staat en dan naar mij. Ik word bij mijn hand vastgepakt en kijk naar een paniekerige Harry. Ik lach zwak naar hem en ga langs hem staan.
‘Wij hebben echt niks gedaan. Het komt allemaal goed.’ Mime ik naar de jongen. Hij knikt en samen luisteren we naar een schreeuwende Vilder. De man komt schreeuwend steeds dichterbij en zachtjes knijp ik in Harry zijn hand.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen