De hel brak los onder hun team en ze begonnen allemaal te schreeuwen. Freya ging los tegen Loki. Zeus en Hephaistion lieten een enorme preek op Matthias neerkomen. Alleen Alexander zelf, Aris en Sappho bleven nog enigszins rustig, maar Alexander kon wel de spanning van hen aflezen.
En hij hoorde Freud praten in een taal die hij niet verstond. En hij kende een hoop talen. Zijn blik werd dan ook meteen naar de andere onsterfelijke toegetrokken en hij zag hoe hij iets van een papier oplas.
‘We moeten hem stoppen!’ riep Alexander naar Sappho en Aris, de enigen die ook door leken te hebben wat er gebeurde. Sappho knikte en liet haar aura los op de muur van vuur in de vorm van water. Even flakkerde het vuur, maar laaide vervolgens weer harder dan ooit op. Loki had door wat ze probeerde te doen en lachte vals naar haar.
‘Gaat je niet lukken lieverd,’ zei hij tegen haar, waarna hij vervolgens zich weer op Freya richtte.
‘Had je al gehoopt me hier te zullen tegenkomen?’
‘Ik had gehoopt jou nooit meer te hoeven zien,’ snauwde ze. ‘Als Odin hiervan hoort, weet ik niet zeker of hij je deze keer wel zal sparen.’ Alleen wisten ze allebei niet dat Odin er nooit meer van zou horen.
Toen er een luid gebrul weerklonk, viel er opeens een doodse stilte onder de Alouden en onsterfelijken. Alexander zag dat de wezens in de cellen langzaamaan wakker werden en Loki en Freud keken triomfantelijk.
Ze waren toch te laat geweest. Enkele minuten slechts. Enkele minuten eerder en ze hadden de meeste monsters al kunnen doden. Nu zou het een gevecht op leven en dood gaan worden, tegen de monsters en de alouden.
Gauw verliet Alexander de cel waarin hij had gestaan en hij ramde de celdeur dicht. Hij wilde niet per ongeluk opgesloten worden in een cel met deze monsters. De chimaera was niet alleen geweest en ook zijn celgenoten begonnen te ontwaken.
‘Doodt de monsters,’ snauwde Zeus hem toen toe. Freya en ik nemen Loki voor onze rekening. Gauw vluchtte Alexander verder de kerkers in waar ook de andere vier onsterfelijken zich verzamelden.
‘We kunnen ze het niet alleen laten opnemen tegen Loki en Freud,’ stamelde Sappho.
‘Ik wil ook niet dat het zo gebeurd, maar die monsters moeten ook uitgeschakeld worden. Als we niets doen, zullen ze uitbreken en alles alleen maar erger maken.’ Alexander voelde zich angstig over de hele situatie. Ze zaten in een kleine ruimte, momenteel opgesloten omdat Loki de uitgang versperde.
‘We splitsen op, ieder team een cel,’ besloot Hephaistion, toen hij zag hoe benauwd Alexander de situatie in zich opnam en duidelijk even niet wist hoe het aan te pakken. Alexander was hem hier erg dankbaar voor.
‘Aris, Matthias, jullie nemen samen de linkerrij. Sappho Alexander en ik nemen de rechterrij. Nu! Die monsters moeten dood willen we een kans maken dit te winnen.’
Gauw glipten ze één van de cellen in en hielden hun wapens gereed. De deur sloten ze weer achter zich om te voorkomen dat één van de monsters zou kunnen ontsnappen en Zeus en Freya aanvallen. Die zouden al hun focus en krachten nodig moeten hebben om Loki en Freud te verslaan. Toch maakte het idee Alexander bang, opgesloten zitten in een cel met een stel zeer nijdige monsters, ondanks dat hij ook Hephaistion en Sappho bij zich had. Hij hield zijn zwaard klaar om toe te slaan, zijn andere hand gereed om met zijn aura te stoten of een aurawapen op te roepen. Daarnaast liet hij zijn aura zijn lichaam omhullen, zo een macedonische wapenrusting vormend, zoals die hij vroeger op de slagvelden had gedragen. Hephaistion had zich op dezelfde manier opgesteld en Sappho stond achter hen om in te grijpen wanneer dit nodig was.
De twee minotauren in de cel keken hen kwaad aan en beide partijen waren aan het calculeren wanneer aan te vallen. Alexander keek Hephaistion aan en hij knikte. Zonder nog een woord te zeggen vielen ze beiden aan. Ieder namen ze een minotaurus voor hun rekening en om hen te helpen, verblindde sappho de twee monsters. Alexander had even last van de flits, maar het was niet storend genoeg om hem te weerhouden de verraste minotaurus te doorboren met zijn zwaard. Om zeker te weten dat het monster dood was, stuurde Alexander nog een puls van zijn aura door het monster heen, krachtig genoeg om te doden. Hij trok zijn zwaard terug en keek vluchtig om zich heen. Hephaisiton had ook afgerekend met zijn minotaur en tevreden keken ze elkaar aan. Nu vlug op weg naar de volgende cel.
Terwijl Alexander langs Sappho liep, voelde hij hoe ze haar hand kort op zijn arm legde.
‘Beperk het gebruik van je aura,’ zei ze hem. ‘Je kracht is niet oneindig en je zult het nog veel nodig hebben vandaag.’ Alexander knikte vluchtig en liep toen door. Toch had Sappho wel gelijk. Ze zouden hun krachten nog hard nodig hebben en het was zonde om nu al alles op te gebruiken. Ontbranden was het laatste wat hij wilde.
Hij wierp nog een blik op de vechtende alouden, die hun aura in allerlei verschillende vormen naar elkaar slingerden. De ruimte lichte grijsblauw, lichtgroen en donkerpaars op. Het was prachtig, maar angstaanjagend om te zien. Hopelijk wisten ze het nog langer vol te houden, want er waren nog een hoop monsters om te doden. Ook Aris en Matthias leek het goed genoeg te vergaan.
‘Vlug,’ spoorde Hephaistion hem nog aan en ze gingen verder, door naar de volgende cel. Groepje monsters na groepje monsters wisten ze te doden. Ze hadden een groot voordeel aan Sappho die haar verblindingstactiek bleef gebruiken. Het felle licht telkens was niet ideaal voor Alexander en Hephaistion, maar het werkte wel. Maar niet altijd wisten ze de monsters zonder klap of stoot te doden. Een vetala wist Hephaistion een lelijke jaap te geven in zijn zij.
‘We moeten het ontsmetten,’ vertelde Sappho hem, maar hij woof haar weg.
‘Daar hebben we geen tijd voor,’ beet hij haar toe. Toch legde ze gauw nog een hand in zijn bloederige zij en liet haar aura het ergste helen.
‘Dank je,’ mompelde hij nog, maar ze werden gedwongen om vlug verder te gaan.
Vele monsters waren al dood tegen de tijd dat het mis ging bij de alouden. Met grote ogen keek Alexander toe hoe Loki Zeus wist weg te smijten met zijn aura. De aloude vloog door de gehele gang heen en landde tegen de achtermuur. Sappho rende op hem af om te kijken of hij oké was. Alexander en Hephaistion wilden Freya te hulp komen schieten, maar ze waren te laat.
Loki stak toe met een speer gevormd uit zijn donkerpaarse aura. Het raakte de vrouwelijke Aloude in haar hart. Haar gegil vulde de gehele ruimte en met het gegil kwam ook een licht dat steeds feller ging branden.
‘Ze laat zichzelf opbranden in haar laatste momenten,’ stamelde Hephaistion. Alexander knikte, vervuld van afschuw. Alles leek stil te staan, tot op een gegeven moment haar aura als het ware tot een ontploffing kwam. Alexander voelde hoe hij weggeslingerd werd door de schokgolf. Hij knalde met zijn hoofd op de stenen vloer en hij voelde een verschrikkelijke hoofdpijn opkomen. Na enkele seconden van verdoving, kwam hij weer overeind en keek om zich heen. De anderen waren ook tegen de grond geslagen, maar leken ongedeerd. Waar Freya slechts een aantal seconden geleden nog had gestaan, lag een hoop as. En naast die hoop as lag het lichaam van Loki. Voorzichtig liep Alexander op de Duistere aloude af, maar hij voelde geen levensenergie meer van hem vandaan komen. Eenmaal dichtbij genoeg zag hij Loki’s ogen levenloos in het niets staren. Zijn kleding was weggeschroeid en ook delen van zijn lichaam waren verbrand door de hitte die Freya in haar laatste momenten afgegeven had. Toen Alexander om zich heen keek, zag hij ook dat de als laatste overgebleven monsters gedood waren. Geschokt nam hij de situatie in zich op. Twee alouden waren dood en Freud was nergens te bekennen. Alexander vermoedde dat hij gevlucht was. De rest was duidelijk ook in schok, want het was doodstil. Tot er een hartverscheurende schreeuw klonk.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen