Matthias schreeuwde het uit. Hij schreeuwde al zijn verdriet en verwarring eruit. Zijn ontsteltenis en schrik. Zijn Aloude was dood. Maar Freya was niet alleen zijn Aloude geweest, ze waren ook ooit geliefden geweest. Misschien niet voor lang, maar Matthias was altijd van haar blijven houden. Haar dood was verwoestend voor hem, het verscheurde zijn hele ziel tot tienduizend kleine snippers.
Hij bleef zijn verdriet uiten door te schreeuwen. Schreeuwen tot hij niet meer kon en toen liet hij tegen de muur aan zakken en liet hij de tranen voluit lopen. Hij had het nauwelijks door toen Sappho naast hem kwam staan en een hand op zijn arm legde. Er waren geen woorden, alleen maar de woordeloze steun.
‘We moeten wel door,’ zei ze uiteindelijk. ‘Freud loopt nog rond en zal ongetwijfeld de overige monsters loslaten. We moeten ze tegenhouden en daar hebben we jouw hulp ook bij nodig.’
‘Ik weet het niet meer.’ Het kwam er stamelend uit. Hij wist oprecht even niet meer wat hij nu moest, want Freya’s dood liet een enorm leeg gat ik hem achter. Wilde hij nog wel doorvechten? Was opgeven niet veiliger? Beter voor zijn gebroken ziel?
‘Wees voorzichtig ermee, maar vorm je verdriet in energie en gebruik die energie om wraak te nemen. Eén dader is dood, daar haar meegenomen in het graf, maar Freud en de monsters zijn er nog. We moeten haar wreken.’
Wraak klonk goed. Er zat veel verdriet in hem, maar ook veel woede. Eigenlijk zaten alle emoties in hem, maar door elkaar heen in één grote wirwar. Hij kon er niets meer uit op maken. Wraak dan maar. Eerst wraak, dan verder kijken.
Plots stond hij weer overeind, greep zijn geweer en met een schreeuw, vervuld met die wirwar aan emoties, liep hij weg. Liep hij richting de uitgang van de kerkers. Klaar om die monsters af te slachten om zo zijn geliefde Freya te wreken.

Matthias’ zijn emotionele uitbarsting verwarde Alexander alleen maar meer. Maakte de schok alleen maar groter. Matthias was zijn aloude verloren en daarmee ook tijdelijk zijn verstand, zo overmand door verdriet was hij.
Toen Matthias de kerkers uitrende, nadat hij zijn verdriet in woede had weten om te zetten, wist Alexander even niet wat te doen. Sappho had gelijk, ze moesten de andere monsters doden. En gauw, wilden ze de schade beperken. Maar ondertussen lag Zeus daar ook nog, al was hij weer bij bewustzijn.
‘Ga hem achterna!’ snauwde Zeus hem toe en daarmee wist Alexander dat hij in ieder geval de oude nog was. ‘Voordat hij domme dingen gaat doen. En de monsters moeten dood.’ Nog enkele seconden twijfelde Alexander, maar toen ging hij Matthias achterna. Hephaistion en Aris volgden hem.
‘We komen eraan,’ riep Sappho hen nog toe, maar tegen die tijd waren ze al door de deuropening verdwenen en snelden ze de trap op.
Ze hadden eigenlijk geen idee waar de andere monsters verborgen konden zijn, dus probeerden ze te achterhalen waar Matthias heen was gegaan. Hij kende het kasteel en zou dus wel weten waar er mogelijk nog monsters verborgen zouden kunnen zitten. Ondertussen gebruikten ze ook hun gehoor. Deze monsters waren waarschijnlijk ondertussen ook wel wakker en zouden waarschijnlijk dus ook geluid maken. Maar ze hoorden niets, niets dat wees op de aanwezigheid van de monsters. Waakzaam en verontrust liepen ze verder.
Op een gegeven moment hoorden ze geschreeuw en Alexander rende gauw die richting op. Hoewel hij Matthias een zak vond, gunde hij hem de dood niet. Eenmaal ze een paar trappen op waren gerend, zagen ze Matthias in een gang staan. Met een woedende schreeuw stormde hij op het monster voor hem af en stak een mes in de borst van het wezen. Het viel dood neer en Matthias draaide zich om, een triomfantelijke grijns op zijn gezicht. Maar deze viel gauw weer weg toen hij zich iets leek te bedenken.
‘De meeste monsters zijn al weg, naar buiten,’ vertelde hij terneergeslagen. ‘We moeten ze achterna!’ Een korte stilte volgde. ‘Alleen wilde ik de monsters hier eerst doden, zodat ze nog beperkt zouden worden door de kleine ruimten. Dat is klaar nu.’ Matthias had duidelijk zijn emoties nog niet volledig onder controle, maar blijkbaar was hij wel nog goed genoeg bij verstand om helder te kunnen denken.
‘Dan is het tijd dat we nu naar buiten gaan en die laatst monsters gaan doden,’ zei Alexander en Matthias knikte.
‘Ik moet alleen één laatste ding nog doen. Gaan jullie maar vast, ik kom eraan.’ Alexander haalde zijn schouders op en liep gauw weg. Het gevaar was geweken en Matthias was duidelijk geen teamspeler. Hem proberen in het team te laten functioneren had hij allang opgegeven. Hephaistion en Aris volgden hem, maar ze kwamen niet erg ver.
Voor hen rees opeens een muur van vlammen op en Sigmund Freud kwam tevoorschijn uit een zijgang.
‘Jullie dachten gewonnen te hebben, hè? Nou, helaas niet. Ik heb de monsters vrij gelaten. Misschien niet zo veel als in het oorspronkelijke plan, maar genoeg om een hoop ravage aan te richten onder de mensheid.’ Hij lachte, maar de lach bereikte zijn ogen niet.
Alexander vuurde een bol vuur op de man af, maar Freud sloeg de aanval af met een stoot wind die de bol tegen de muur liet afketsen. Ditmaal vuurden de drie mannen gezamenlijk een aura aanval af, maar weer wist Freud de aanval tegen te houden. Alexander vroeg zich af, waar deze flinke kracht vandaan kwam, al zag hij in Freud wel een persoon die zich meer bezighield met het gebruik van de aura dan het gebruik van fysieke wapens.
Ze wilden weer een aanval doen, toen Matthias opeens verscheen. Ongemerkt had hij naderbij weten te komen en voordat Freud het doorhad werd er een lemmet tegen zijn keel gedrukt.
‘Dit is het einde van je spelletjes,’ siste Matthias in zijn oor. ‘Vaak genoeg heb je me dwars gezeten en daar wil ik nu een einde aan maken.’ Toen keek hij Alexander aan en een vraag lag in zijn ogen. “Mag ik hem doden?”
Even verbaasde Alexander zich hierover. Tot nu toe had Matthias zich alleen maar om zijn eigen belangen bekommerd en had hij niet gedacht aan de rest. Nu leek het dat hij hem om toestemming vroeg, dat hij Alexander zag als de leider van de groep in Zeus’ afwezigheid.
Konden ze het zich veroorloven om Freud te doden? Hij had eigenlijk geen idee waarom niet en Freud was medeverantwoordelijk geweest voor de dood van Freya. Hij kon Matthias zijn wraak niet ontnemen.
Alexander knikte van ja en slechts een fractie van een seconde later haalde Matthias met volle kracht de bajonet langs de keel van Freud. Het bloed spoot eruit, bespatte iedereen die te dicht bij stond, maar niemand vertrok een krimp. Blijkbaar waren zij allen gewend aan een dergelijk bloedvergieten. Matthias liet hem los en met een dreun viel het lijk op de grond. Hij keek er enkele seconden naar, maar wendde zich er toen vanaf.
‘Dank je. Hij was al decennia lang mijn aartsvijand, maar ik heb hem nooit te pakken kunnen krijgen. Hij was te vlug en verraderlijk. Ik wist alleen niet hoe jullie stonden tegenover het doden van mensen.’ Hij keek naar Alexander, wie de ruimte nog eens goed door keek, wat bloed van zijn wang afveegde, maar nu zijn blik afgewend hield van Freud. Hij wist even geen antwoord te formuleren en was dankbaar dat Hephaistion dit overnam.
‘Mensen doden we alleen als ze het verdienen. Freud wilde deze monsters loslaten op de mensheid, dus hij verdiende de dood. En jij verdiende je wraak. Als ik dat goed verwoord?’ Hephaistion keek naar Alexander en deze knikte bevestigend.
‘Ik ben het met Hephaistion eens. Maar laten we hier niet te lang bij stilstaan. We moeten verder.’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen