Opeens leek er een soort gemeenschappelijk besef in de monsters te zijn opgekomen, want ze vielen tegelijkertijd aan. Een snelle manticore kwam als eerste op Alexander afgestormd en uit zijn aura vormde hij een speer, zodat hij daaraan het monster kon spietsen. Gelukkig liep het monster in zijn val en zo wist hij het te doden. Maar zodra het monster dood neerviel, werd het vervangen door een volgend monster. Vastberaden vocht Alexander door, maar het kostte hem veel moeite, vanwege de overweldiging. Hij ontweek de klauwen van het ene monster om vervolgens met zijn zwaard uit te halen naar het andere monster. Dan weer moest hij wegduiken voor het volgende monster. Af en toe wierp hij een vlugge blik naar Hephaistion en die leek ook maar net zijn hoofd boven water te kunnen houden. Hoeveel ervaring ze ook hadden, het was niet genoeg om zich goed te kunnen weren tegen de overmacht.
Op een gegeven moment lukte het hem niet om een uithaal te ontwijken en de klauw reet door zijn aurawapenrusting heen en liet een flinke snee achter in zijn bovenarm. Alexander kreunde van pijn en even overviel paniek hem. Hij zou het niet halen. Deze wond was het begin van het einde. Er was geen tijd om te helen en de wond zou hem verzwakken en alleen maar kwetsbaarder maken.
Tot hij zijn naam hoorde roepen. Alexander keek op en zag Hephaistion. Zijn lieve Hephaistion. Ze moesten doorvechten, ze moesten overleven. Ze moesten samen blijven voor de rest van hun leven dat nog lang zou duren.
De paniek ebde weg en maakte plaats voor een koude vastberadenheid. Met een schreeuw wierp hij zich op het dichtstbijzijnde monster en doodde het met zijn aura. Ondertussen sneed hij met zijn zwaard de keel door van een ander monster.
Opeens trokken de monsters zich terug, richtten ze hun aandacht op iets anders. Zeus was naar beneden gekomen en lokte de monsters met zijn aura naar zich toe. Op dat moment kwam ook Sappho naar hen toe gerend.
‘Vlug, laat me jullie helen. Hij kan ze voor even afleiden, maar dan moeten we gezamenlijk op volle kracht toeslaan.’ Haar aura gleed over hun lichamen en Alexander voelde hoe de snee in zijn arm zich weer heelde.
‘We moeten als een groep werken, alleen kunnen we ze niet aan,’ zei Aris toen. ‘Ik weet niet hoe het met jullie zat, maar als Zeus niet was gekomen, was ik nu waarschijnlijk dood geweest.’ Zijn stem trilde hoorbaar.
‘Je hebt gelijk. We moeten samenwerken om ze te verslaan.’ Er ging een rilling door Alexander heen toen hij zich weer herinnerde hoe dichtbij hijzelf bij opgeven was geweest.
Dicht opeen liepen ze richting de monsters, wapens gereed. Een reusachtige kever, Alexander herkende het monster als een scarab, merkte hen als eerste op en kwam hun richting op gewaggeld. Het was niet snel, maar vermoedelijk wel erg sterk. Helaas voor Matthias werd dit bevestigd met dat de scarab zijn auto, die wonderbaarlijk genoeg de strijd tot nu toe goed had overleefd, optilde met zijn voorpoten.
‘Niet mijn auto, jij schoft!’ Matthias had rustig door getierd, was het niet dat Alexander hem aan de kant duwde. Met een flink gedreun kwam de auto enkele centimeters van hen vandaan neer. Glas van gebroken ruiten regende op hen neer en gauw wierp Alexander een schild op met zijn aura.
‘Mijn auto,’ stamelde Matthias, terwijl hij ontzet keek naar de hoop verfrommelde schroot die over was gebleven.
‘Beter je auto dan jij,’ merkte Alexander op en hij hield zijn zwaard gereed. De Scarab was niet tevreden geweest met het gooien van de auto en kwam nu weer op hen af. ‘Maar je kan wel wraak nemen,’ vervolgde hij en wees naar de enorme kever.
‘Dat monster gaat dood,’ gromde Matthias en hij hief zijn geweer om te schieten. De kogel werd echter afgeketst door het pantser van het monster.
‘Verdomme,’ schold Matthias en weer richtte hij zijn geweer, deze keer op de kop.
‘Daar zit ook pantser, hè,’ merkte Alexander op, die zich ondertussen ook steeds nerveuzer begon te voelen, terwijl het enorme monster dichterbij kwam.
‘Weet ik, maar met een beetje hulp van mijn aura zou ik het moeten kunnen doorboren.’ Hij mikte nog eens goed en schoot toen. Deze keer drong de kogel inderdaad wel door tot de kop en Matthias juichte even.
Tot hun ontzetting viel het monster alleen niet dood neer, maar bleef het hun richting op waggelen, hoewel met een nog langzamer tempo dan eerst.
‘Het is niet dood, dan maar proberen die weke onderbuik lek te steken.’ Alexander riep Hephaistion bij hem.
‘We moeten die Scarab afleiden. Dan kan Matthias onder hem komen en de zacht buik doorboren.’ Hephaistion knikte en ieder namen ze een kant van de kever. Matthias kwam achter Alexander aan, maar hield in het begin afstand tot de kever. Pas toen het monster zijn aandacht op Hephaistion had en Matthias voorbij hem was, keek Alexander toe hoe Matthias tussen de poten van de nietsvermoedende kever door sloop. Alleen kon hij niet blijven kijken, want de kever had zijn interesse in hem weer hervonden. Gauw dook hij weg voor de poten met de scherpe weerhaken en de klappende kaken. Hij maakte zich klaar voor een volgende uitwijkmanoeuvre, maar toen begon het monster te stuiptrekken en uitte een hels kabaal.
‘Hier, en hier!’ hoorde hij Matthias roepen en toen hij keek, zag hij hoe de man verwoed aan het insteken was op de buik van het monster met zijn bajonet. ‘En deze is voor mijn auto die je hebt verwoest, jij gedrocht!’ Nog een hele reeks aan scheldwoorden verlieten zijn mond en Alexander stond versteld van de creativiteit die daaruit voort begon te komen hoe langer hij bezig was.
‘Kom, we moeten de rest helpen,’ zei Hephaistion tegen hem en trok hem mee. Matthias zou hen wel achterna komen als hij uitgeraasd was tegen het stervende monster. De monsters hadden zich nu verzameld rondom Zeus en Aris en Sappho bevochten hen vanaf een andere kant.
Even wilde Alexander samen met Hephaistion een andere flank pakken om de monsters te verdelen, maar toen herinnerde hij zich Sappho’s woorden. Ze konden beter bij elkaar blijven en zo een stevig front tegen de monsters vormen. Niemand mocht sterven en dit zou hopelijk de laatste aanval worden.
Ze bleven zij aan zij en storten zich naast Sappho weer volop in het gevecht. Ondanks dat ze nu zij aan zij vochten in plaats van verdeeld, bleef het erg zwaar. Monster na monster viel Alexander aan. De één viel, de volgende kwam daarvoor in de plaats. Maar Alexander wist nu dat hij echt niet mocht opgeven, wat er dan ook zou gebeuren.
Af en toe zag hij tussen de monsters door Zeus vechten, maar ook de aloude begon het duidelijk zwaar te krijgen. Zijn aanvallen leken steeds in kracht af te nemen en Alexander begon zich toch een beetje zorgen te maken om de aloude.
‘We moeten Zeus helpen,’ zei hij tussen twee slagen met zijn zwaard door tegen Sappho. Zij weerde vervolgens een aanval af en doorstak toen de poot van een monster met haar dolk. Ook haar aura begon uitgeput te raken. ‘Ja,’ bracht ze toen daarna uit, maar ze moest zich vervolgens weer focussen op een nieuw monster.
‘Matthias, schiet alsjeblieft een aantal monsters in de richting van Zeus neer! Daarna stoten we door richting hem!’ Alexander nam de leiding, want hij wist dat ze iets moesten doen en hij hoopte dat dit zou gaan werken.
Matthias loste zijn schoten, niet gericht om te doden, maar het bracht de monsters wel voldoende in verwarring en enkelen zelfs in paniek. Hoe graag Alexander ook deze in paniek geraakte monsters ook wilde doden, kon het niet. Ze moesten deze chaos in hun voordeel gebruiken en zo gauw mogelijk ook. Anders was hun kans verkeken.
‘Nu, kom!’ Ze lieten de monsters rondom hen voor wat het was en probeerden gezamenlijk zich door de menige een weg te werken. Ze haalden ondertussen uit met hun wapens, hopend zo veel mogelijk monsters te verwonden en misschien zelfs te doden, maar hun slagen waren ongericht. De focus lag op door de menigte heen komen en Zeus bereiken.
Het geduw maakte dat Alexander zich zeer onprettig voelde, een monster kon hem zo grijpen en doden. Angstig wierp hij wat blikken om zich heen, maar focuste zich toen weer op wat voor hem lag. Hoewel hij oplettend probeerde te blijven, was het moeilijk in deze situatie. Maar hij moest doorzetten. Bijna, ze waren er bijna.
Ze waren er doorheen. Ze stonden nu nabij Zeus en Alexander probeerde hen zo gauw mogelijk weer in een formatie te krijgen vanuit waar ze goed konden vechten. Zij aan zij, rug aan rug. Zeus mengde zich in de groep, maar leek dit met enige tegenzin te doen.
Zo vochten ze, maar het bleven er te veel. Alexander zag Sappho verzwakken, duidelijk tegen het einde van haar latijn en aura aan en ook Zeus leek het erg zwaar te hebben. Hij had continu zijn aura gebruikt, terwijl de rest vooral op hun wapens had kunnen vertrouwen.
‘Ga weg, vlug!’ riep hij opeens uit, maar zijn stem haperde van vermoeidheid.
‘Wat?’ vroeg Sappho, maar ze werd afgekapt voor ze door kon vragen.
‘Ik ga de monsters een genadeslag toebrengen en ik wil jullie niet per ongeluk raken. De kans is alleen groot dat mijn aura dan zal ontbranden.’ Met een schok besefte Alexander wat een opoffering de Aloude bereid was te maken. Even kon hij slechts verbaasd naar hem staren.
‘Ga dan!’ riep Zeus en Alexander kwam weer terug tot de realiteit. Zeus was niet meer te redden, maar zij zelf wel. De rest had ook verbaasd aangehoord wat hen bevolen werd, maar er moest gehandeld worden.
‘Kom, we moeten zo snel mogelijk hier wegkomen.’ Terwijl hij de monsters van zich afhield, maakte hij zeker dat iedereen had begrepen wat ze nu moesten doen. Het koste moeite, maar ze wisten zich te ontworstelen uit de menigte, maar niet iedereen kwam er heel uit. Bijna iedereen had wel verwondingen opgelopen, maar ze hadden nog geen tijd om daar naar te kijken. Zodra de monsters doorhadden dat ze gevlucht waren, waren enkelen hen achterna gekomen. Gezamenlijk wisten ze de eerste paar te doden, maar ze vreesden voor het moment dat een grotere groep zou aankomen. Zeus moest opschieten met zijn plan!
Juist op het moment dat Alexander een georganiseerde tegenaanval wilde bevelen, kwamen de bliksemschichten neer uit de hemel. Om de locatie van Zeus heen raakten meerdere schichten tegelijk de grond en de lucht begon te ruiken naar verbrand vlees. Ook de groep monsters die hen achterna gekomen was, werd geraakt.
Voor enkele seconden was het hel op aarde en het drama werd afgesloten met een oogverblindende lichtflits. Alexander hield zijn hand voor zijn ogen, maar sloot ze ook. Het licht was zo fel dat zelfs met zijn ogen dicht hij nog licht zag.
Toen hij zijn ogen weer opende was er geen levend monster meer te zien.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen