Het was een koude novembermiddag toen Alexander en Hephaistion in Vergina, Griekenland, waren. Ze waren terug naar hun wortels gegaan, vooral die van Alexander. In Vergina, wat vroeger Aigai werd genoemd, waren namelijk de oude Macedonische koningen begraven. Ook Philippus II, zijn vader, en Alexander IV, zijn zoon, lagen hier begraven. Sinds hij had herontdekt dat zij hier begraven lagen, kwam hij er eens in de zoveel tijd. Nu er een nieuw tijdperk stond te beginnen, vond hij het een goed idee om hier weer te komen.
Het was jammer dat de toegang voor bezoekers beperkt was, dus hij moest het doen met het bekijken van de buitenkanten van de tombes, die verborgen lagen onder een gezamenlijke grafheuvel. Ook zijn halfbroer Arrhidaeus en zijn vrouw Eurydice lagen hier begraven. Hoewel er onder de archeologen veel discussie was over wie in welke tombe lag, wist Alexander de waarheid. Hij voelde alleen niet veel behoefte om dit aan deze mensen te vertellen, ook al gaven ze op hun bordjes verkeerde dingen aan.
‘Moge jullie op een betere plek zijn dan dat de aarde nu is,’ mompelde Alexander toen ze bij de tombes stonden. ‘Moge de onderwereld een goede plek voor jullie zijn. Vooral voor jou, mijn zoon.’ Na een tijd stilte liepen ze weer naar buiten en zochten ze een goede plek uit om te zitten.
Het was koud, maar Alexander zat liever ergens buiten dan in het kleine benauwde museumcafé. Toen ze eenmaal een bankje met een uitzicht op de grote grafheuvel hadden gevonden, begon Alexander te vertellen wat hem bezighield.
‘Het tijdperk van de alouden is nu echt afgelopen. Velen zijn dood of hebben zich voorgoed teruggetrokken in hun schaduwrijken. Wat willen wij eigenlijk nu? We hebben geen meester meer en ik hoop dat de hoeveelheid monsters die de mensheid bedreigen zal afnemen.’ Ze hadden er nog niet echt samen over gepraat. Ze hadden het te druk gehad met het regelen van vanalles en nog wat en daarnaast probeerden ze ook nog mee te krijgen hoe het zat met Nicolas Flamel en alle gebeurtenissen rondom hem. Op Alcatraz waren ook monsters opgesloten geweest en in die strijd waren ook vele alouden gestorven.
‘Misschien moeten we stoppen met onszelf een missie geven, zoals Zeus deed. Misschien moeten we gewoon gaan genieten van wat het leven ons te bieden heeft. We hebben al veel gereisd, maar er zijn nog zoveel plekken om te zien.’ Hephaistion sloeg een arm om hem heen.
‘Ja, misschien is het zien van alle landen ter wereld een leuk doel om voor onszelf te stellen.’
‘Wat zei ik nou over missies? Doelen vallen daar ook onder! Ik wil ons niet aan iets vastzetten. Ik wil vrij zijn.’
‘Ja, die eikel beperkte ons inderdaad wel. Eerlijk, ik ben blij dat hij dood is. Hij heeft ons wel onsterfelijk gemaakt en ons kennis laten maken met een hoop geweldige mensen, maar hij heeft veel dingen op slechte manieren opgelost en ik werd af en toe zo zat van hem met al zijn regeltjes. Misschien had ik hem op een dag zelf gedood.’
Hephaistion sloeg een hand voor zijn mond. Even dacht Alexander dat hij oprecht geschokt was, maar toen hoorde hij al dat zijn geliefde begon te grinniken.
‘Je bent soms zo wreed, verschrikkelijk. Wat ben ik blij dat ik jouw vijand niet ben.’ Alexander haalde zijn schouders op, maar grinnikte vervolgens ook wat.
‘Ik heb gewoonweg geen geduld. Als ik klaar ben met iemand, kan ik soms wat wrede trekjes krijgen.’
‘Maar ik snap wel waar het vandaan komt. Ik kon hem ook niet uitstaan. Maar, bedenk wel dat hij in zijn dood ook een goede kant van zichzelf heeft laten zien. Hij heeft zichzelf opgeofferd om ons en de mensheid te redden.’
‘Ik weet het en dat zit me juist ook een beetje dwars. Het was een actie die ik niet van hem verwachtte.’
‘Misschien dat hij eindelijk de waarde van mensenlevens is gaan inzien. En de ernst van de gehele situatie. Mensen kunnen veranderen in situaties van nood.’
‘Het zal wel. We zullen in ieder geval moeten leven met zijn besluit, wat vast niet zo heel moeilijk zal zijn, want hij heeft levens gered. En het heeft ons vrijheid gegeven.’
‘Zo is het. De wereld ligt aan onze voeten. Laten we ervan genieten.’
Alexander en Hephaistion omhelsden elkaar, ze kusten elkaar. Want ondanks alles dat ze hadden meegemaakt door de vele eeuwen heen, ze hadden elkaar nog steeds. Hierdoor hadden ze hun ultieme doel leren beseffen: Voor altijd samen blijven en samen gelukkig zijn.

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Oh wauw, dit hoofdstuk voelde zo nostalgisch

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen