Een extra lang stukje voor jullie:)

HOOFDSTUK OO8 – DELILAH JENSEN

Bij Tom doe ik precies hetzelfde als ik bij Bill deed, alleen de reactie van die twee is totaal anders. Ik had het absoluut niet verwacht, maar hoe harder ik gas geef en hoe meer ik me een weg baan tussen de andere bestuurders, hoe groter de lach op Tom zijn gezicht. Ergens vind ik dat wel leuk, ik weet precies hoe hij zich nu voelt, al is het nóg leuker om zelf te rijden. Maar aan de andere kant vind ik het enorm irritant. Het enige wat ik wilde is die tweeling eens op zijn plaats zetten. Bij 1 is het gelukt, maar ik had het liever bij beide gedaan. Dan geef ik het op en begin ik wel hard, maar toch normaal te rijden. Terwijl mijn handen het stuur zo stevig beet hebben dat mijn knokkels wit worden, kijk ik nors voor me uit. “Gaat het?” Hoor ik Tom zachtjes vragen. Ik sluit voor een fractie van een seconde mijn ogen en klem mijn kaken even stevig op elkaar. “Sure,” antwoord ik kortaf. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat hij zijn wenkbrauwen fronst en met zijn lippiercing speelt. “Delilah?” Zijn gefluister komt amper boven het geluid van de ronkende motor van de auto uit, maar net genoeg om het te verstaan. Ik ontspan mijn kaken en handen een beetje en knik dan als teken dat hij door kan gaan, zonder hem aan te kijken. Hij begrijpt de hint en zucht dan even diep voordat hij zijn mond weer open doet om wat te zeggen. “Heb jij een probleem met ons?” Bam. Recht voor z’n raap. Ik bijt even op mijn lip en probeer iets te zeggen, maar de woorden komen niet uit mijn mond. Mag ik hen? Nee. Waarom niet? Omdat ze arrogant zijn, dat is maar al te goed te zien in de interviews die ze geven en de meiden die ze gebruiken, omdat ze toch alles en iedereen kunnen hebben die ze willen. Hij schraapt zijn keel, duidelijk om te laten merken dat hij nog steeds wacht op mijn antwoord. Ik herpak mezelf en laat mijn lip dan los. “Eigenlijk wel, ja,” dit keer is het mijn stem die wat zachter is. Voor de tweede keer zie ik hem fronsen en ik zie gewoon aan hem dat hij het niet kan begrijpen. “Waarom? Hebben wij je verkeerd behandeld vanaf het moment dat we je zagen?” Vraagt hij. “Niet echt. Het is gewoon… Ik heb met veel mensen samengewerkt, alleen de interviews die jullie geven, jullie komen zo…” Ik probeer naar de juiste woorden te zoeken, zonder veel te gemeen over te komen. “Zelfzeker over. Té zelfzeker naar mijn mening, eigenlijk. En hoe vaak ik wel niet lees dat jullie weer een andere vriendin hebben. Die meisjes hebben ook gevoelens, weet je. Jullie zijn net casanova’s.” Als een stortvloed komen de woorden eruit. Een kleine glimlach siert zijn lippen en nu is het mijn beurt om te fronsen. Waarom lacht hij hierom? “Volgens mij heb jij naar interviews gekeken van járen terug. Gustav en Georg zijn inmiddels getrouwd en ze gaan niet vreemd. Ik heb al anderhalf jaar een vriendin, Heidi, zonder vreemd te gaan. En Bill heeft een lange relatie achter de rug maar is daar nogal kapot van toen het beëindigd werd,” legt hij uit. Nu snap ik wel waarom hij zo glimlachte, ik leef kennelijk echt nog in 2002 of iets in die richting. Hoe heb ik dat nou niet kunnen merken? Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. “Ik denk dat je gelijk hebt… Het zijn wel hele oude interviews die ik ook heb gezien,” geef ik dan toe. Hij legt een hand op mijn been en knijpt er even zachtjes in, als geruststelling. “Het geeft niet. Ik snap het wel. Vroeger waren we geen engeltjes maar iedereen wordt ooit volwassen,” ik knik instemmend en let dan weer op mijn omgeving. Ik merk dat we inmiddels al in Manhattan zitten, 25 minuten bij mijn nieuwe huis vandaan. Zodra ik het merk, neem ik de afrit en draai ik aan de andere kant weer de snelweg op. In stilte rijden we weer richting het huis, maar dan schiet me iets te binnen. “En Bill dan?” Vraag ik uit het niets. “Wat is er met hem?” Vraagt hij verbaasd. “Waarom maakt Bill al die gemene opmerkingen, wilt hij me altijd dwars zitten? De avond met het eten heeft hij geen 1 aardige opmerking gemaakt. En toen we een liedje moesten schrijven wees hij alles af wat ik bedacht had,” leg ik uit. Tom knikt en geeft me gelijk. “Geef hem wat tijd, hij is nu eenmaal niet zo’n fan van samenwerkingen. Het is niet persoonlijk naar jou bedoeld, geef het een kans…” en met die woorden draaien we de oprit van mijn huis op.

Reacties (1)

  • Luckey

    daar komt de waarheid
    ik ben benieuwd hoe dit verder gaat

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen