Foto bij Hoofdstuk 20

‘Doden… Doden...’ Sits de slang. Ik ga recht overeind in mijn bed zitten en kijk angstig om me heen. Zonder er bij na te denken schiet ik in mijn sloffen, pak ik mijn stok en ren ik de kamer uit. Zodra ik de toren uit ben spits ik mijn oren of ik nog ergens de slang hoor spreken. Ik moet hem vinden en stoppen. Dit gaat zo erg uit de hand lopen! Ik ren de gangen zo snel als ik kan door. Ik ga een hoek om en knal hard tegen iemand op. Voor ik de grond kan raken word stevig vastgepakt. Verbaast kijk ik op en kijk rechtstreeks in twee steen grijze ogen.
’S-so-sorry.’ Stotter ik angstig waarop Draco zachtjes grinnikt.
‘Waarom stotter je?’ Vraagt hij zachtjes.
‘Sorry, ik schrok. Ik dacht dat je iets anders was.’ Ik kijk naar mijn voeten en ontdek dat ik alleen nog mijn slaapshirt aan heb. vlug sla ik mijn armen om mijn lichaam en kijk weer naar Draco. De jongen lacht geamuseerd naar me en vlug kijk ik weer naar mijn voeten. De klootzak!
‘Sorry ik moet gaan. H-hij zoekt naar bloed.’ Stamel ik den zachtjes en ren bij hem vandaan. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan “Hij zoekt bloed?” waarom zei ik dat nou. Ik stop met rennen en luister goed naar alle geluiden. Ik weet dat het beest zich door het gebouw verplaatst, maar hoe lukt hem zonder gezien te worden. Een warme hand word op mijn schouder neer gelegd en angstig laat ik een kreetje van schrik. Met een ruk draai ik me om en kijk naar een lichtbezorgde Draco.
‘Tijd om te doden.’ Sist de slang. Ik heb nu geen tijd voor een Draco. ik moet een slang vinden! Ik kijk vluchtig om me heen en ren dan de gang in vanwaar ik denk dat daar het monster zich bevind.
‘Rox, waar ga je heen?’ Roept Draco achter me. Waarom volg hij me?
‘Ik moet hem vinden! Hij wil iemand doden en ik mag niet te laat komen.’ Roep ik terug naar de jongen. Ik word uit het niets stevig bij me polsen gegrepen en Draco komt vlug voor me staan.
‘Wie wil iemand doden?’ Vraagt Draco bezorgd. Ik kijk voorzichtig over zijn schouders en zie in het licht van een fakkel een figuur liggen. Ik trek mijn polsen los en loop voorzichtig naar het hoopje toe. Steeds zie ik beter wat het is. Het is een eerstejaarsstudent met blond haar en een Camera voor zijn gezicht.
‘Nee.’ Fluister ik zachtjes en ren vlug op de jongen af. Ik laat mezelf langs hem op mijn knieën vallen en pak de jongen vast bij zijn schouders. De jongen voelt als steen aan, hard en koud.
‘Hoe wist je dat?’ Hoor ik een verbaasde maar ook angstige Draco vragen.
‘Hij is net zoals de kat van Vilder versteend.’ Mompel ik Draco negerend. Ineens voel ik een grote warme hand op mijn schouder en verbaast kijk ik op.
‘Severus, ik was weer te laat. Ik kon niks meer voor hem doen.’ Fluister ik zachtjes waarop de man knikt en me stevig in een omhelzing trekt.
‘Ook al zou je op tijd zijn geweest dan had je alsnog nikt voor hem kunnen doen. Misschien was jij dan ook versteend geraakt of erger.’ Zegt de man waarop ik zwak knik. De man helpt overeind en laat me dan los. ‘Meneer Malfidus, zou u zo vriendelijk willen zijn en juffrouw Perkamentus terug willen begeleiden naar haar leerlingen kamer?’ Vraagt Severus aan Draco. De jongen knikt vluchtig en pakt me bij mijn arm vast en trekt me mee.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen