Foto bij Hoofdstuk 22

Weken lopen raar door alle voorgaande omstandigheden. Mensen zijn er achter gekomen dat Harry met slangen kan spreken. Dat is voor mij dan ook een reden om het over mezelf niet te vertellen. Ik wil niet verdacht worden van alles wat er is gebeurd.
‘Bloed… Ik ruik bloed.’ Sist de slang. Nee, niet weer! Het was net weer een beetje rustig aan het worden Ik ren door de gang richting het geluid. ‘Ik wil je verscheuren. Ik wil je doden. Doden!’ Word er gesist. Ik ren de volgende gang in en weet bijna zeker dat ik dichtbij ben. Misschien kom ik dit keer wel op tijd! ‘Tijd om te doden.’ Ik zet nu al mijn energie er in en begin nog harder te rennen. Ik stop vlug als ik Haast onthoofde Henk in de gang zie zweven. Hij blijft dood stil midden in de gang hangen en langzaam loop ik richting het spook. Achter hem zie ik iemand liggen met zwart haar en voorzichtig loop ik op de persoon af. Zijn mond staat van schrik nog opengesperd en de angst is in zijn ogen nog te zien. ik ga op mijn knieën langs het lichaam van de jongen zitten en pak voorzichtig zijn hand vast. Voetstappen hoor ik uit andere gangen hier naartoe komen. Zonder de jongen zijn hand los te laten kijk ik op en zie Harry staan. De jongen kijkt angstig naar mij. Harry schreeuwt van alles naar de man, maar die is allang weg. Ik kijk weer terug naar de jongen en zie een rij met spinnen langs het lichaam lopen. Waarom lopen ze zo? Waar zijn ze zo vreselijk bang voor? Zijn ze echt zo bang voor de slang en de moordenaar? Ik kijk op als ik Vilder weer zie. Hij word op de voet gevolgd door Professor Anderling en Severus. Severus schud zuchtend zijn hoofd en Anderling kijkt geschokt naar mij.
‘Professor, ik zweer je dat Roxy niks heeft gedaan. Ze was het echt niet.’ Verdedigt Harry me.
‘Dit moet ik uit handen geven Potter.’ Zegt Anderling verdrietig. Ik word stevig bij mijn arm gegrepen en omhoog getrokken. Verbaast laat ik de hand van de versteende jongen los en kijk ik naar de man die me vast heeft. Ik ruk mijn arm los uit de greep van Vilder en zet twee stappen opzij.
‘Ik zal dit wel regelen.’ Zegt Severus kil tegen professor Anderling. De vrouw knikt en loopt dan met Vilder en Harry de gang uit. Severus komt boos op me aflopen en pakt me stevig vast. ‘Nu ga jij naar je kamer toe en kom je er alleen voor het eten vanaf! Begrepen?’ Sist de man woedend. Ik knik en ruk dan mijn arm los. ‘Elke keer als dit gebeurd ben jij er weer als eerste bij. Weet je hoeveel problemen je veroorzaakt? De volgende keer moet je het negeren.’
‘Weet je hoe moeilijk dat is? Wetend dat er iemand op moorden uit is. Je hoort hem roepen, maar je kunt niks doen. Je bent steeds te laat. Die stem hoor ik alleen en niemand anders. Ik Wort er knetter gek van.’ Zeg ik tegen de man waarop hij knikt. Ik draai me om en loop boos weg.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen