Foto bij Hoofdstuk 23

sorry heel slecht stukje
ik hoop toch dat jullie er van genieten!!

Ik staar stil en eenzaam naar het haardvuur. Op de achtergrond hoor ik een groepje leerlingen wat vrolijk kletsend achter me zit. Ik ben de enigste die doodstil voor zich uitstaart. Ik zal straks als enigste nog op school zijn. Iedereen gaat vandaag of morgen naar huis om kerst met hun familie te vieren. Maar die heb ik niet meer! Treurig sta ik op en loop de kamer uit richting de grote zaal. Zodra ik daar ben valt mijn blik op de tafel van Huffelpuff. Ik loop vlug op de tafel af en ga langs de jongen zitten.
‘Carlo, ik dacht dat je naar huis ging.’ Zeg ik zachtjes. De jongen kijkt me boos aan en staat op.
‘Dat ga ik nu ook.’ Zegt hij nors en staat op. Voor hij weg kan lopen pak ik vlug zijn warme hand en sta ook op.
‘Ik heb die kinderen niet versteend. Echt niet.’ Fluiter ik zachtjes met een gebroken stem. ‘Ik wilde ze alleen maar helpen, maar ik kwam steeds te laat.’ Ga ik zachtjes veder als hij niks tegen me zegt. Ik voel hoe de eerste tranen beginnen te stromen en een zachte snik uit me komt. ‘Als het zo door gaat. Moet Zweinstein sluiten.’ Snik ik terwijl ik zijn hand los laat en weer ga zitten. ‘Als Zweinstein sluit ben ik mijn thuis kwijt en kan ik nergens meer heen.’ Fluister ik met een trillende stem. Ik voel dat er voorzichtig een hand op mijn schouder word gelegd en kijk op. Meteen kijk ik naar de jongen dit zwak lacht.
‘Ik geloof je, echt waar. Maar ik moet nu echt naar huis. Mijn vader wacht thuis op me. Ik schrijf je nog wel en houd me op de hoogte over wat hier allemaal gebeurd.’ Zegt hij zachtjes waarop ik knik en mijn tranen weg veeg. ‘Blijf uit de problemen.’ Lacht hij als hij kort door mijn haar woelt en weg loopt. Ik zucht en kijk naar de ingang van de grote zaal waar Carlo verdwijnt. Meteen zie ik ook twee jongens binnen komen. Ze kijken om zich heen en lachen dan naar mij. Ik sta langzaam op en loop op ze af. Ik veeg vlug mijn tranen weg en kijk de jongens dan aan.
‘Ahh, daar is onze favoriete mede leerling.’ Roepen ze blij in koor waarop ik begin te lachen.
‘Daar is mijn favoriete tweeling.’ Roep ik blij terug. Ze pakken me vast en geven al bij een kus op mijn wang. Ik schater het uit het niets uit en de jongens kijken me verbaast aan.
‘Slijmballen dat jullie zijn.’ Zeg ik waarop de jongen me verbaast aan kijken. ‘Ik bedoel eigenlijk dat jullie ze nooit gaan halen.’ Lach ik dan en ren vlug bij ze weg. Ze grommen boos en rennen achter me aan.
‘Daar hebben we nog een jaar voor!’ Schreeuwen ze tegelijk waarop ik alleen maar harder begin te lachen. Fred en George zijn de beste vrienden om je op te vrolijken.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen