Foto bij ~17~

‘Hoe vind je het feest?’ Vraag ik zachtjes aan Bella. Ze haalt haar schouders op en staart dan naar iets achter me. een vlaag van bekende geuren komen mijn kant op en meteen begin ik te lachen. Bella kijkt me onzeker aan en lacht dan zwak.
‘Het is een geweldig feest.’ Zegt ze zachtjes waarop ik knik.
‘Ga maar naar ze toe en zeg alsjeblieft niks over mij.’ Zeg ik waarop ze knikt en bij me wegloopt. Ik zie Emmet een Rosalie naar Bella kijken en dan naar mij. Ze komen op me aflopen en Emmett slaat zijn arm om me heen.
‘Relax, het zijn er maar drie. Ik weet zeker dat ze ook weer zo gaan.’ Zegt Emmett zachtjes waarop ik knik.
‘Wie zijn het?’ vraag ik aan Rosalie.
‘Ik zal wel even kijken.’ Antwoord ze me en loopt bij Emmett en mij weg.
‘Als ik het goed heb zijn het Jacob, Quil en Embry.’ Hoor ik haar achter ons zeggen. Ik draai me naar haar toe en knik zwakjes.
‘Wat doen ze hier?’ Vraag ik aan Rosalie, die haar lach probeert in te houden door mijn vraag.
‘Jacob wilden zijn excuses aan bieden voor zijn kus met Bella.’ Zegt ze. Ik begin zacht te grinniken en kijk naar het groepje wolven wat druk in gesprek is met Bella. Ik wend mijn blik naar de trap en zie Alice verstijfd op een van de laatste treden staan.
‘Visioen’ Mompel ik zacht terwijl ik Emmett zijn hand vastpak en mee trek naar Alice. De jongen begint beschermend voor me te lopen zodat de drie jongens me niet vlug zien achter hem. zodra we bij Alice zijn laat ik Emmett los en pak Alice haar handen vast.
‘Alice wat zie je?’ vraag ik het meisje voorzichtig. Ze kijkt naar Bella en dan naar mij. ‘Nieuwelingen.’ Mompel ik waarop Alice me verbaast aan kijkt en knikt. ik haal verbaast mijn schouder op. Ik heb geen idee hoe ik dat wist.
‘Ze komen hier heen!’ Zegt ze zachtjes. Ik knik en ren samen met haar naar boven. Carlise staat al met Edward, Jasper en Esme te overleggen, als we zijn kantoor binnen stormen. Rosalie en Emmett komen ook de kamer in lopen. Na hun komen ook meteen Bella en de wolven binnen stormen. Fijn nu is iedereen compleet. Juich ik chagrijnig in mijn gedachten waardoor Edward zacht begint te grinniken. Jasper en Emmett komen beschermend langs me staan en Jasper slaat ook nog eens beschermend een arm om mijn schouder. Het is allemaal lief en aardig, maar ben ik een klein kind of zo?
‘Ze zijn er over vier dagen. Dat word een gigantisch bloedbad.’ Zegt Alice.
‘Ik ken er een van heel het stel, maar dat kan nooit de leider zijn.’ Zegt Edward.
‘Daar gaat het nu niet om. Hun zijn met veel en wij met weinig. We kunnen ze nooit alleen aan.’ Mengt Jasper zich ook in het gesprek. Dit gaat nog wel even door denk ik.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen