Foto bij ~18~

‘Jongens wacht! Welk fucking leger?’ Onderbreekt de vaag bekende stem van Jacob de discussie.
‘Nieuwelingen van onze soort. Ze willen Bella en ze komen op haar geur af.’ Antwoord Edward met een stem waar de woede vanaf druipt.
‘Ze willen Bella? Wat nu?’ Vraagt Embry.
‘Het word vechtend en er zullen doden vallen.’ Antwoord Carlise. Ik voel hoe er een glimlach op mijn gezicht ontstaat. Ik zal mee doen met dat gevecht!
‘Nee! Jullie gaan niet mee doen!’ Roept Edward naar mij en andere met dezelfde gedachte.
‘Zonder ons zijn jullie al zeker kansloos.’ Roept Jacob terug. Edward kijkt me bezorgd aan en ik lach naar hem.
‘Je kent jezelf amper. Je weet pas net wat je bent en we weten niet eens wat je allemaal kunt’ Zegt de jongen tegen mij.
‘Dan is dit het ideale moment om uit te vinden wat ik kan. Niet waar?’ Vraag ik hem. Ik draai me hoofd naar Emmett toe en de jongen schud zijn hoofd. ‘jongens, ik heb nooit een echt familie gekend. Ik wil nu niet delen van die familie verliezen ,door aan de kantlijn te staan en machteloos toekijken hoe ze worden verscheurd.’ Zeg ik waarop Carlise knikt.
‘Wij zullen ook meedoen.’ Zegt Jacob tegen Carlise waarop de man alweer knikt.
‘We hebben niemand gebeten en ze is ook geen nieuwe vampier.’ Hoor ik Edward tegen de jongens. Hij antwoord vast en zeker op een van hun gedachtes over mij. ‘Technisch gezien is het niet echt een vampier.’ Zegt Edward en lacht dan naar mij. ‘Het is meer een koppige hond.’ Zegt hij waardoor iedereen in lachen uitbarst en ik een grom laat horen. Klootzak! Ja die is voor jou bedoel Edward Cullen! Schreeuw ik in mijn gedachten naar hem. Ik kijk opzij en zie hoe Emmett hellemaal dubbel licht en ik geef hem een klap op zijn schouder.
‘Emmett! Je zou me moeten helpen!’ Schreeuw ik gefrustreerd naar de jongen.
‘April, hij heeft wel gelijk.’ Zegt hij waardoor iedereen meteen doodstil is. Voorzichtig draai ik me om en kijk naar de drie jongens.
‘Het is een lang verhaal en snel zullen jullie het te weten komen. Maar nu moet ik weten of Sam met een wapenstilstand in zal stemmen.’ Zeg ik waarop Embry knikt en me nog steeds verbaast aanstaart. ‘En hou dit alsjeblieft nog even voor jullie zelf. Ik heb geen zin in een ongeruste broer.’ Zeg ik waarop Quil en Embry knikken en langzaam op me aflopen. Alle bij omhelzen ze me en lachen dan zacht.
‘Je ruikt anders! Wel lekker, maar Anders!’ Roepen ze tegelijk uit waardoor ik begin te grinniken.
‘Dat leg ik nog wel uit.’ Zeg ik zachtjes waarop ze knikken en dan naar Carlise kijken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen