Foto bij H94: Tot ooit weer, David… ~ Khana

Er ging weer een schok door het huis en ik kon me maar nipt staande houden. Nick had zich getransformeerd naar zijn halve kitsune vorm en kon nog net wegspringen voor enkele brokstukken die ook naar beneden kwamen. “Hou Miyuki vast!” riep hij en ik kon nog net Miyuki opvangen toen hij haar naar mij gooide. Zelf verdween hij in een oogwenk en weer ging er een schok door het huis. Ik vloekte even, maar wist toen met Miyuki naar de deur te gaan. Om de zoveel tijd kwam er weer een schok en moest ik stoppen om mijn evenwicht te bewaren, maar uiteindelijk slaagde ik erin om ons zo ver mogelijk van het huis te krijgen. Voorzichtig legde ik Miyuki neer op het gras en keek om. Het dak was ingestort en ik zag heel wat beweging, maar ik kon niet zien wie ze waren. Weer klonk er een schreeuw, maar deze keer klonk het hoger en schriller. Alle beweging stopte opeens en ik kon duidelijk zien wie en wat er daar stonden: Nick, David, enkele mannen en ik geloof ook wezens, maar… Onbedoeld hield ik even mijn adem in. Met gespreide vleugels en wapperende rode haren stond ze daar; Yoko.

Ze zag er mooier en machtiger uit dan ik haar al had gezien. Het leek alsof ze een conversatie hield met Nick en David, maar de wind waaide hun woorden weg van mij. David zag er niet goed uit: zijn kleren waren gescheurd en hier en daar had hij lichte snijwonden. Opeens zag ik de gezichten van zowel David als Nick boos worden en er stak een stevige wind op. Ook op Davids hoofd verschenen twee oren zoals bij Nick en de wind zwol alleen maar aan. Ik had al een vermoede dat hij een kitsune was, maar nu werd het wel bevestigd.
Ik hield mijn arm voor mijn gezicht om rondvliegend zand en stenen tegen te houden. Toen ik echter naar het einde van de straat keek, zag ik dat daar geen wind was. Het leek alsof ik in een draaikolk van wind terecht kwam, zo hard werd de wind. Ik werd gewoon weggeblazen en kwam met een klap tegen een boom terecht. Een scherpe pijn schoot door mijn rug en ik viel op de grond. Daarbij kreeg ik ook nog een gratis steen tegen mijn hoofd aan en ik zag zwarte vlekken voor mijn ogen dansen. Weer klonk er geschreeuw en ik voelde een vloeistof gestaag langs mijn gezicht naar de grond glijden. De wind blies genadeloos zand en stenen tegen mij aan met af en toe een takje erbij. Ik hoorde gedonder en een flits was kort te zien. De aarde schokte om te zoveel tijd en de schreeuwen bleven maar klinken…

Plotseling stopte alles. De wind ging liggen en alles werd doodstil. Ik keek eindelijk nog eens op en zag niets bewegen. De angst sloeg me om het hart en ik stond op, de pijn in mijn rug negerend. Ik liep naar het huis, of wat er nog van over was, en liep toen de trappen op. Af en toe moest ik even stoppen doordat ik mijn evenwicht dreigde te verliezen door de wankele trappen en mijn hevige hoofdpijn. Toen ik eindelijk boven was, zat ik meteen in de buitenlucht. Hier en daar zag ik lichamen liggen van zowel mensen als van vreemde wezens met nog vreemdere vormen. Toen zag ik iemand op één knie zitten en ik wankelde naar hem toe. “… Nick?” vroeg ik toen ik doorhad dat hij het was. Hij keek op naar mij en ik had het idee dat hij er moe uitzag. “Hey…”, zei hij en glimlachte zwak, om dan voor hem te kijken. Ik ging naast hem staan en zag dat hij een vos aan het aaien was, maar het was wel een vreemde vos: hij had meerdere staarten en zag volledig wit. “Nick, is dat…”, wou ik vragen, maar hij onderbrak mij al door te zeggen: “Ja, dit is David, maar in zijn complete vorm.”

David lag op het puin en zijn ogen waren half open. Hij ademde moeizaam en ik zag dat hij onder de schrammen en sneeën zat. “Het spijt me makker…”, hoorde ik Nick mompelen en het leek even alsof David zat te grijnzen. Met enige moeite en heel veel protest van mijn rug kon ik op mijn knieën gaan zitten en David keek me aan. “Je ziet er niet uit”, hoorde ik hem opeens zeggen en ik fronste. Is dat echt het eerste wat hij kan zeggen? “Jij ook niet hoor”, mopperde ik en hij lachte. Toen werkte hij zich met enige moeite op zijn poten overeind en keek naar de lucht. Hij sloot even zijn ogen en ik zag een cirkel van vuur om hem heen ontstaan. “Wa…”, wou ik zeggen, maar hij keek mij aan en grijnsde. “Succes nog met jullie tocht”, zei hij en keek toen Nick even recht aan. “Tot ooit nog eens, maat”, zei hij met een knipoog en het vuur schoot opeens omhoog. Ik kneep mijn ogen dicht en wendde mijn hoofd af.

Toen ik weer keek, zag ik niets meer op de plek waar David daarnet was. “Is hij…”, begon ik aarzelend, maar Nick schudde zijn hoofd. “Hij is nu op een veiligere plek waar hij kan genezen”, zei hij en ik knikte. Weer keek ik naar die plek en het was stil tussen ons. “Khana, heb je trouwens echt je re…”, begon Nick opeens en ik probeerde hem dodelijk aan te kijken, wat mislukte door zowel mijn aanzwellende hoofdpijn en het bloed dat naar mijn wangen stroomde van schaamte. Moest hij dat nu echt weten? Ik hoorde hem even grinniken, maar hij vroeg niet verder. “Je kunt beter even slapen”, zei Nick opeens en ik fronste even. “Wat…”, begon ik, maar zodra ik hem even aankeek, glimlachte hij mysterieus. Voor ik het wist, voelde ik mijn oogleden zwaar worden en viel ik in een droomloze slaap.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen