Foto bij ~21~

‘Laat nieuwelingen nooit hun armen om je heen slaan en val ze nooit op dezelfde manier aan daar zijn ze op voorbereid.’ Legt Jasper ons uit. ‘April?’ Vraagt hij voorzichtig. Ik begin te grinniken en spring op. Ik loop naar mijn plek tegenover Jasper en glimlach naar hem. ‘Ik hou me niet in.’ Zegt de jongen.
‘Goed zo. Ik namelijk ook niet.’ Antwoord ik hem. Ik hoor de wolven aan de zijlijn afkeurend grommen en ik kijk naar ze. Ze zijn het er vast niet mee eens dat ik met een sterke vampier vecht. Maar ik moet het toch ooit leren? Jasper gaat in zijn aanvalspositie staan en rent op me af. Ik buk als hij me wilt vastgrijpen en ik wil zijn benen onder hem vandaan schoppen, maar hij is al weer weg. Ik draai me om en ren naar hem toe en spring op hem af. Hij schiet onder me door en ik land soepel op mijn voeten. Snelle gluiperd! Ik draai me met een ruk om en ren weer op hem af, maar dik keer ren ik hem voorbij. Verbaast staart hij me aan en ik ren weer voorbij. Ik draai me vlug om en pak hem vast. Ik gooi hem weg en hij knalt hard tegen een boom aan. De jongen land soepel op zijn voeten en kijkt me trots aan. de jongen komt weer op me afrennen en ik beginnen te lachen. Hij wil naar mij uithalen, maar ik ontwijk hem en spring soepel in de eerste beste boom die ik zie. De jongen kijkt verbaast om zich heen en ik spring uit de boom. Met een plof land ik achter hem en geef hem een trap tegen zijn rug.
‘Verassing!’ Roep ik waarop de jongen geërgerd gromt. Hij draait zich met een ruk om en voor ik iets tegen de jongen kan doen heeft hij me al stevig vast. Hij gooit me zonder te aarzelen weg en ik kom met een klap weer neer op de grond. Ik kreun zachtjes en krabbel dan snel weer op. Ik kijk om me heen en zie de wolven beschermend om me heen staan. ‘Rustig maar jongen. Ik heb niks.’ Stel ik ze voorzichtig gerust. Ik kijk voor me en zie de zilver grijze wolf voor me staan. zijn grote bruine ogen stralen een en al bezorgdheid uit. Ik lach naar de jongen en geef hem een kus op zijn kolossale kop.
‘Niet zo bezorgd hè Paultje.’ Plaag ik hem waarop de jongen zacht gromt en knikt. Ik ga langs hem staan en kijk naar de Cullens die nu met elkaar aan het trainen zijn. Ze doen het duizend maal beter dan mij! Ze zijn zo elegant en snel. Het lijkt net of ze met elkaar aan het dansen zijn. Het ziet er allemaal zo perfect uit. Waarom kan ik dit niet? waarom ben ik niet zo goed?
‘Omdat je niet elegant bent. Omdat je niet snel bent. Omdat je niet perfect bent. Omdat je niks bent!’ schreewt de rot stem door mijn hoofd. Ik had zo lang geen last van haar en nu komt ze mijn leven weer verzieken! Waarom? Waarom ik?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen