Foto bij ~35~

weer een deeltje er bij

Hoe kan het ene moment zo vreselijk zijn en het volgende moment zo geweldig?
‘April, je loopt te dromen!’ Hoor ik iemand roepen. Ik kijk op en zie dat Damian me aan zit te staren.
‘Damian ik zit. Ik loop niet ik zit.’ Antwoord ik hem bijdehand. De jongens beginnen te grinniken en Damian schut zijn hoofd.
‘Wie doet er mee met een potje voetbal?’ Roept Paul. Alle jongens springen op behalve Embry en Seth. Ik loop naar de twee jongens toe en plof tussen ze in.
‘Wat is er jongens?’ Vraag ik ze.
‘Iedereen is ingeprent. Maar wij niet. niemand houd van ons.’ Mompelen ze tegelijk.
‘Tuurlijk wel, Ik hou toch van jullie!’ Roep ik en geef ze beide een kus op hun wang. Ze beginnen te grinniken en geven ook een kus op mijn wang.
‘Jake kijkt een heel klein beetje boos naar ons!’ Piept Seth zachtjes. Ik kijk verbaast op en zie inderdaad een jaloerse Jake naar ons kijken. Ik lach naar de jongen en wenk hem.
‘Weet je waar ik zo niet tegen kan?’ Vraagt Seth.
‘Dat alle inprenten niet zonder elkaar kunnen. Ze blijven aan elkaar plakken als stikkers.’ Antwoord Embry op Seth. De jongen knik en kijken dan naar de groep jongens en meiden die veder op weer op het zand zitten. Ze kleven inderdaad heel erg aan elkaar vast. Jacob komt tegen over ons zitten en kijkt boos naar Embry en Seth.
‘Jakie, niet zo jaloers hè!’ Roep ik naar hem waarop hij mij aankijkt en begint te glimlachen. Ik kruip naar hem toe en breng mijn lippen naar zijn oor. ‘De jongens zijn de enigste nog ze verdienen wat extra aandacht. Ik heb gewoon medelijden me ze en trouwens je weet best dat ik alleen van jouw hou.’ Fluister ik in zijn oor. Hij kijkt me aan en glimlacht dan. Ik lach terug en druk mijn lippen zachtjes op de zijne
‘Dus jullie zijn nu ook bij elkaar?’ Vraagt Seth waarop ik de kus onderbreek en Jake zie knikken.
‘Ik weet gewoon dat jullie ook ooit nog jullie inprents gaan vinden. Heb gewoon vertrouwen en hoop.’ Zeg ik ze waarop ze knikken en me in een knuffel trekken.
‘Beloof ons dat jullie niet zo klef gaan doen. Tenminste niet klef waar wij bij zijn. Ik haat het om dat steeds te zien’ Zegt Embry terwijl hij naar de andere groep wijst.
‘Beloofd Em.’ Zeg ik waarop de jongen blij knikt.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen