Een scherp geluid doorbrak de stilte van de ochtend. Ik kermde, nog half in slaap verzonken, en sloeg richting de bron van het geluid. De wekker trok zich daar echter niets van aan en rinkelde vrolijk verder.
'Rotding,' murmelde ik en sloeg nog eens, harder en doelgerichter. Meteen viel het ding stil, waarop ik zuchtend op mijn zij rolde. Ik wist dat ik eruit moest om naar mijn werk te gaan, maar de warmte van het bed was zoveel aanlokkelijker dan mijn bureautje in het bedrijf. Nog een paar minuutjes...
Ik voelde hoe ik bijna terug in slaap viel, toen ik voor de tweede keer werd opgeschrokken door een geluid. Ik wou de wekker weer een ferme mep verkopen, tot ik besefte dat het geluid niet vanaf mijn nachtkastje kwam, maar van de voordeur. Vloekend schoof ik mijn bed uit en pakte de kamerjas, op de stoel naast mijn bed. Op blote voeten liep ik naar beneden en haalde de sloten van de deur. Ik had er vijf, allemaal zorgvuldig gesloten de avond ervoor. Op die manier voelde ik me veiliger, al was het wel een heel gedoe om ze iedere ochtend open te krijgen.
Na heel wat geklik en geschuif, kreeg ik de deur open. De zon scheen meteen recht in mijn ogen en ik kneep ze dicht, waardoor de twee personen op mijn stoep een mysterie bleven.
'Wat moeten jullie?' vroeg ik, duidelijk beïnvloed door een gigantisch ochtendhumeur.
'Bent u Gwendolyn Waeven?' kwam het antwoord.
'Ja?' gromde ik. Mijn zicht begon te wennen aan het felle licht en de twee vlekken voor me kregen langzaamaan vorm. Het waren twee mannen, beiden gekleed in een zwart pak. Ze hadden een badge op hun linkerborst, maar de tekst erop kon ik vanaf de deuropening niet lezen. De twee mannen glimlachten hartelijk, op een manier die me deed denken aan deur-aan-deur-verkopers.
'Onze excuses voor het vroege uur. We hebben een voorstel voor u. Zouden we even binnen mogen komen?'
'Dat zal helaas niet gaan, heren,’ De irritatie klonk duidelijk door in mijn stem, ‘Ik word binnen enkele uren verwacht op mijn werk. Goedendag nog.' Ik wou de deur weer dicht slaan, toen één van de mannen haastig zei: 'Dat is geen probleem. Eén telefoontje van ons en u bent de hele dag gewettigd afwezig.'
Ik zuchtte en probeerde een reden te zoeken om de mannen af te kunnen wimpelen. ‘En waar gaat dit precies over?’
‘De oorlog, mevrouw, en uw aandeel erin daarin.’ Ik keek beredeneerd naar het gezicht van de agent. Ik vond het nog steeds heel vreemd allemaal, maar ze hadden wel mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. De twee heren leken mijn twijfel op te merken en één van de twee deed behoedzaam een stap naar voren.
‘We willen slechts een paar minuutjes van uw tijd. Daarna bent u van ons af. U hoeft ons alleen iets te vertellen als u dat zelf wil.’ Nogmaals keek ik uitvoerig naar mijn bezoek. Ze leken inderdaad geen slechte bedoelingen te hebben. Daarbij kon ik een vrije dag wel gebruiken en als ik dankzij één gesprek niet naar mijn werk hoefde te gaan...
'Goed dan. Jullie kunnen in de woonkamer gaan zitten terwijl ik me fatsoeneer.' De mannen knikten en liepen het huis binnen. Het was niet erg groot, maar ruim genoeg voor mezelf en mijn huisgenote, Mirele.
Ik wees de twee heren naar de zitkamer en haastte me toen de trap terug op. Onderweg naar mijn kamer zag ik dat Mireles slaapkamerdeur nog dicht was, het teken dat ze nog sliep of niet gestoord wilde worden. Het achttienjarige meisje had al enkele dagen vakantie en sliep dan liefst tot een stuk in de middag.
Ik haastte me naar mijn kledingkast en graaide een jeans en T-shirt uit de stapel. Hoppend op één been, trok ik de jeansstof over mijn heupen. Daarna fatsoeneerde ik mijn rossige haren door een snelle blik in de spiegel en liep naar de badkamer, waar ik mijn tanden poetste. Het moest er maar mee door.
Toen ik terug in de woonkamer kwam, zag ik dat de twee heren in de zetel waren gaan zitten, duidelijk onwennig door het gebrek aan plaats tussen hen in. Ik grinnikte om hun benauwde uitdrukkingen en nam een stoel, die ik tegenover hen plaatste.
'Goed, sorry voor het wachten. Waar gaat dit precies over?'
'Mevrouw Waeven, het spijt ons dat we zo komen binnenvallen, maar het is een urgente kwestie.’ De man keek kort rond zich. ‘Kunnen we dit gesprek in discretie voeren?'
'Mijn huisgenote ligt boven in haar bed, maar die kan ons niet horen.'
'U bedoelt Mirele Falk?' Ik knikte, argwanend. Welke informatie hadden ze nog over mij?
'Hm, dat kan voor problemen zorgen,' zei een van de mannen tegen de andere, alsof ik hem niet kon horen. Ik zou me echter niet onopgemerkt voelen in mijn eigen huis.
'Hoezo?' eiste ik de aandacht van de man op. Hij keek me opnieuw aan en zei: 'Wij zijn van de NFR.' Ik vulde die afkorting in mijn hoofd aan als 'Nucleair Resistentie Front' en was meteen op mijn hoede. Mijn land was reeds enkele jaren in oorlog en NFR was een van de betrokken partijen. Mireles ouders waren vertrokken om voor diezelfde oorlog te vechten, waarna Mirele bij mij was ingetrokken. Als mijn huisgenote wist dat de twee mannen hier waren, zou ze hen bedolven met vragen over haar ouders.
Ik schoof een stukje naar achter op haar stoel. 'Ik ben er zeker van dat ze nog slaapt.'
De man knikte, nog wat twijfelend. 'Zullen we dan maar ter zake komen?'
'Prima.'
'Klopt het dat uw vader voor Centrale Estra werkte, ten tijde van de ramp?' Ik schrok van de directe vraag en knikte aarzelend.
Ik had het altijd vreemd gevonden om te praten over mijn ouders. Ik was nog erg jong toen ze gestorven waren en herinnerde ze enkel vaagjes. Hun gezichten kon ik me wel voorstellen, dankzij de foto’s die ik van ze had.
Mijn resterende familieleden hadden me door de jaren heen ook een paar dingen over mijn ouders verteld. Mijn moeder was een verpleegster geweest, die dichtbij ons huis in het ziekenhuis werkte. Mijn vader was, net zoals de twee heren hadden opgemerkt, werkende in een van de nucleaire centrales, Estra, vernoemd naar het gelijknamige dorp.
Ik wist nu dat die centrale de reden was waarom de twee mannen in mijn huis waren. Toen ik nog maar enkele jaren oud was, was hij uiteengebarsten. Het had een kettingreactie doen ontspringen. Toen de centrale ontplofte, ontplofte de situatie met zich mee. Er waren honderden werknemers gestorven. Mijn vader, die in de controlekamer werkte, was gespaard gebleven. Hij was, net zoals een twintigtal andere overlevenden, gewoon naar huis gegaan. Zich onbewust van het gevaar dat hij met zich meebracht.
'We willen-'
'Ik weet precies wat jullie willen.' Ik voelde de jarenlange frustratie terug opborrelen. Ik was hier al zo vaak op aangesproken geweest en had er genoeg van. 'Luister.' Ik steunde met haar ellebogen op mijn knieën en keek de mannen indringend aan. 'Jullie hebben niets aan mij. Ik ben niet Begaafd. Ik ben nooit Begaafd geweest en zal het ook nooit zijn.’
Er viel even een stilte in de woonkamer. Ik boorde mijn ogen in die van de mannen voor me.
Ik wist dat de vraag ging komen, ik was erop voorbereid. Hoe vaak was de vraag me al niet gesteld, hoe vaak had ik hem aan mezelf gesteld? Toch ging er weer een lichte schok door me heen toen hij uit de mond van de man kwam.
'Hoe verklaart u dan de brand die uw ouders het leven kostte?’

Reacties (2)

  • Luckey

    super geschreven!
    ben nieuwsgierig hoe dit verder gaat!

    1 jaar geleden
  • Donwell

    Dit - dit is fantastisch geschreven

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen