Nog geen kwartier later zat ik terug alleen in de woonkamer. Mijn handen zaten rond een warme kop koffie geklemd en ik staarde door het venster, naar de tuin.
Zodra ik doorhad dat de mannen op zoek waren naar Begaafden, had ik ze zo vriendelijk mogelijk de deur uitgewerkt. Ik realiseerde dat het makkelijk was om één aan één te knopen: een mogelijke Begaafde, samen met de onverklaarbare dood van haar ouders. Toch weigerde ik om diezelfde gedachtegang te volgen.
De brand die mijn ouders het leven had gekost, had inderdaad nooit een oorzaak gekend. Na er jarenlang over gepiekerd te hebben, had ik het losgelaten. Mijn kinderlijke herinneringen zaten vol met paniek en zodra ik terug probeerde te denken aan die avond, werd ik overspoeld door hetzelfde gevoel. Het bracht geen antwoorden met zich mee, enkel een golf van emoties.
De laatste jaren had ik er nog zelden aan gedacht, maar nu de twee mannen me terug op dat denkspoor hadden gezet, leken mijn hersenen nergens anders meer aandacht aan te besteden.
Mijn ogen werden glazig toen de herinnering weer naar boven kwam. De hitte van het vuur, veel te dichtbij. Het gegil van mijn moeder. Zodra haar stem door de herinnering boorde, kwam de ondertussen bekende paniek.
Ik sloot mijn ogen en haalde diep adem. Net toen ik overwoog om even naar buiten te gaan om mijn gedachten te verzetten, kwam mijn huisgenote de trap afgelopen. Haar haren zaten volledig in de war en de plooien van haar hoofdkussen stonden in haar wangen gedrukt. ‘Morgen,’ mompelde ze en liep schuifelend naar de koffiekan.
‘Ook een goeiemorgen,’ zei ik, blij met de afleiding die ze bood. ‘Goed geslapen?’
Mirele schonk een kop koffie voor zichzelf in en bood aan om mijn kopje bij te vullen, maar ik schudde mijn hoofd en keek toe hoe ze tegenover me kwam zitten.
‘Hoor jij niet op je werk te zijn?’ Ze keek enigszins verward van de klok naar mij. Het was inmiddels al tien uur. Ik was inderdaad veel te laat maar met het briefje dat ik van mijn bezoekers had gekregen, werd mijn afwezigheid - hopelijk - geaccepteerd. Toch had ik besloten om zo meteen alsnog naar het kantoor te gaan. Het was een afleiding die momenteel erg welkom was.
‘Ja, ik ga zo,’ zei ik tegen Mirele. Ik probeerde zo normaal mogelijk te klinken, maar besefte dondersgoed dat ik een goede reden moest bedenken. ‘Ik voelde me niet zo goed, maar het gaat nu stukken beter en ik kan gewoon gaan werken.’
Mirele keek enigszins bezorgd op. ‘Weet je dat wel zeker? Als je je niet goed voelt, moet je thuis blijven.’
‘De hoofdpijn is volledig weggetrokken,’ verzekerde ik haar, waarna ik toch maar opstond om een kop koffie voor mezelf in te schenken. Ik kon de cafeïne goed gebruiken. Vervolgens draaide ik me naar haar om en leunde ik tegen het aanrecht. ‘Echt waar. Ik voel me goed. Ik zou heus wel thuisblijven als ik ziek was, hoor.’
Ze lachte weemoedig en dronk rustig haar koffie op, waarna ze naar het aanrecht liep om haar ontbijt te smeren. Ze had alle tijd van de wereld, nu ze haar eindexamens afgesloten had en nog werk moest vinden. Daar was ze ook druk mee bezig, maar ze sliep wel elke dag tot tien uur uit. En daar had ze groot gelijk in. Ik zou hetzelfde doen als ik in haar schoenen stond. Helaas werkte ik fulltime en betekende dat dat ik vijf dagen in de week vroeg op moest staan. Alleen het weekend was aan uitslapen besteed.
‘Ik dacht trouwens dat ik stemmen hoorde,’ mompelde Mirele, terwijl ze ontbijtgranen in haar kom gooide.
Mijn adem werd me even ontnomen. Ik had niet verwacht dat ze dat gehoord had. Ze sliep en normaal kon er een kanon ontploffen, zonder dat Mirele wakker werd. Daarnaast hadden we zachtjes gepraat. De mannen hadden immers benadrukt dat ze niet wilden dat mijn huisgenote iets meekreeg.
‘Ik denk dat je het journaal hoorde,’ schudde ik uit mijn mouw. ‘Had ik de televisie te hard aanstaan? Sorry.’
Ze haalde haar schouders op en leek mijn verhaal te geloven. ‘Ik was gewoon vroeger wakker dan normaal.’
Opgelucht knikte ik meteen en hopelijk was dat niet aan me te zien. ‘Ja, natuurlijk.’
Ze schonk wat melk bij haar ontbijtgranen en plofte toen met haar ontbijt op de keukenstoel neer, waarbij de melk net niet over de rand klotste.
‘Heb je je sollicitatiebrieven al geschreven?’ Ik dronk mijn koffie op en vouwde mijn armen over elkaar. Hier had ik al tijden over zitten zeuren en ze beweerde telkens dat ze ermee bezig was, maar er kwam niet veel van. Ik moest er maar achteraan blijven zitten.
‘Ze zijn af,’ zei ze tot mijn verbazing. ‘Als jij ze na je werk na kunt kijken, kan ik ze opsturen.’
‘Geen probleem.’ Dan was in ieder geval dat geregeld.
Verveeld keek ik naar de klok. Ik moest me maar klaarmaken en gaan. Dat zei ik ook tegen Mirele, waarna ik naar mijn slaapkamer liep, snel een borstel door mijn haren haalde en een laagje make-up op deed. Daar had ik eerder, met mijn plotse bezoek, geen tijd voor gehad. Ik had echter niet veel zin om vandaag veel tijd aan mijn uiterlijk te besteden en vlug erna liep ik weer de trap af. Vervolgens raapte ik mijn tas in de woonkamer van de vloer en trok ik mijn jas aan.
‘Ik ben weg, Mirele.’ Ik woelde met mijn hand door haar haren, waardoor ze me boos aankeek. Haar glimlach verraadde echter dat ze het me meteen weer zou vergeven. Zo ging het wel vaker. ‘Tot vanavond.’
Het enige afscheid dat ik kreeg, was haar ochtendgebrom.

Reacties (1)

  • Luckey

    Lekker vrienden samen zijn
    Ben benieuwd hoe verder

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen