ding dong
Ik stond net halfnaakt in de woonkamer, op één voet hinkend om een sok aan te trekken, met mijn shirt half over mijn hoofd.
‘Even geduld!’ riep ik naar de deur, terwijl ik snel een joggingsbroek aan trok en mijn armen door de mouwen van mijn shirt stak. Tegen de tijd dat ik bij de deur was, stond er niemand meer. Ik keek naar links, naar rechts, en zag toen dat er alweer een vuilniszak op mijn deurmat stond.
Hadden ze nou alweer de post van die junkie bij mij afgeleverd?
Deze keer besloot ik zelf de zak te pakken, en op mijn buurman’s deurmat te plaatsen. Vervolgens klopte ik op zijn deur, en draaide ik me weer om om naar binnen te gaan.
‘Wat moet je?’ klonk de rauwe stem van mijn buurman, net voordat ik weer mijn apartement binnen wilde stappen.
Ik draaide me om en gaf de man een vriendelijke glimlach.
‘Ze hebben de post weer bij de verkeerde deur afgeleverd.’
‘Hoe weet je dat dit van mij is?’
De man zwaaide met de zak, maar ik haalde mijn schouders op als antwoord, en sloeg de deur achter me dicht.

Maar de vijfde keer had ik er stront genoeg van. Die vorige dag, toen er alweer een vuilniszak op mijn mat lag, had ik de buurman nog beleefd gevraagd of hij de volgende keer zijn adres duidelijker door wilde geven aan de bezorgers.
Één keer kon ik begrijpen, twee keer was nog acceptabel, maar víjf vond ik te veel worden.
Ik had geluk dat ik die keer toen de bel ging in de keuken stond, en de deur meteen open kon rukken. Ik zag nog net een jongen in een groene jas wegschieten als een kurk die uit een fles champagne knalde.
Ik was die dag al in een slecht humeur, en weer gestoord worden met zo’n vuilniszak pikte ik nu echt niet meer. Met het keukenmes nog in mijn hand, holde ik achter de jongen aan, en wist hem halverwege in het trappenhuis te onderscheppen, en in zijn hals te grijpen. In een vlaag van woede, trok ik mijn keukenmes, en drukte die tegen de keel van de jongen aan.
‘Wie ben jij? Wat doen je hier steeds? Stiekem pakketjes bezorgen?’
‘Alstublieft, alstublieft, i-ik ben ook maar een bezorgjongen!’ piepte het groene jasje angstig.
‘Ik begin bijna te denken dat ze voor mij bedoelt zijn. Zetten jullie ze soms expres mij mijn deur, hm? Of vind je het gewoon leuk om onschuldige mensen te storen?’
De benen van de jongen leken zo heftig te trillen, dat ik geschrokken mijn mes toch maar iets minder dicht tegen zijn huid hield, in het geval de spaghetti-benen het zouden begeven en ik nog echt nog zijn kop er af zou snijden.
‘Ze zijn voor uw buurman,’ probeerde hij uit te leggen.
De grip op het mes werd weer sterker.
‘Dan komen ze toch wel verbazingwekkend vaak bij mij terecht.’
‘U-Uw h-huisnummer is nummer z-zeven A, e-en uw buurman’s nummer i-is zeven B. H-Het wordt gemakkelijk door elkaar g-gehaald.’
Ik kon dat snotjong amper verstaan door zijn gestotter en gejammer.
‘D-Doe me alsjeblieft geen p-pijn.’
Ergens, diep van binnen, voelde ik het misselijkmakende gevoel genaamd: medelijden. De jongen leek niet ouder dan zestien, en stond werkelijk te vrezen voor zijn leven. Tenslotte herinnerden die roodbruine krullen en losse veters zich aan mezelf toen ik jonger was. De blik van doodsangst deed me denken aan toen ik zelf net min of meer per ongeluk in de criminele werle terecht was gekomen.
Eerst waren het enkel ongschuldige dingen die ik deed, zoals voor drugs-loopjongen spelen, net als het exemplaar voor me. Al kon ik niet met zekerheid zeggen dat de pakketjes van mijn buurman drugs betvatten, had ik zo mijn vermoedens.
Toen ik wat ouder en bekender in het wereldje was, ontmoette ik wat lui die me beter betaalde klusjes aanboden. Zo had ik een tijdje in een club meisjes verleid mee naar mijn hotelkamer te komen. Eenmaal daar zouden ze onder invloed van drank of drugs (of een combinatie) gebracht worden, en dan eenmalig als prostituée verkocht worden. Het bracht ons bakken met geld.

Maar blijkbaar hadden die jaren gevangenis me toch zacht en zwak gemaakt, en ik liet met een zucht en een schuldgevoel de jongen los.
Die wreef meteen over zijn keel, ondanks dat ik hem geen haar gekrenkt had.
‘En nu oprotten.’
Dat hoefde ik hem geen twee keer te zeggen, want hij was al weg voordat ik met mijn ogen kon knipperen.

Het mooie van de illegale business (opnieuw had ik geen bewijs dat er een drugshandel aan de gang was, maar opnieuw had ik zo mijn vermoedens) was dat die jongen nooit de politie zou bellen voor wat ik had gedaan.
Het zat namelijk zo: als hetgeen waar je iemand voor wilde aanklagen te maken had met je eigen misdaden, kon je onmogelijk naar de politie gaan zonder jezelf in de shit te werken.
Daarom werd daar door leden van bendes onderling ook zo veel misbruik van gemaakt. Ze konden elkaar afpersen en mishandelen hoeveel ze wilden, want ze slachtoffers zouden toch geen oprechte uitleg kunnen geven van wat er was gebeurd, zonder er zelf ook de dupe van te zijn.
Ik kon het al voor me zien, dat bange tienertje die 911 belde en zei: “Iemand bedreigde me toen ik drugs bij het verkeerde huis afleverde!”
En natuurlijk kon hij wel liegen over dat hij gewoon shampoo of weet ik veel wat aan het bezorgen was, maar zulk soort leugentjes zullen altijd voor alleen maar meer ellende zorgen als ze achter de waarheid kwamen.
En dit dilemma had zo zijn voordelen en nadelen.
Toen ik jonger was, werd ik nog wel eens onderdrukt door mijn werkgever. Hij liet me dan (volslagen oneerlijk) extra werk doen, zonder me daar voor te betalen. Maar ja, wat kon ik er tegen doen? Ik had geen hogere baas waar ik naartoe kon stappen om te gaan klagen.
Ook waren er incidenten geweest waarin ik, voor de verandering eens níét door mijn eigen schuld, flink in elkaar gemept werd. Dat was dan door mensen van rivaliserende bendes, of ontevreden klanten. Maar daarme kon ik ook niet met een oprecht verhaal naar de politie.

Maar in dit geval, proefde ik de voordelen, en voelde het nu eindelijk eens alsof ík degene was die de macht in handen had. En oh wat voelde dat toch eens heerlijk.

Reacties (1)

  • aarsvogel

    Goed stuk! En is het raar dat ik hem steeds meer begin te mogen? Hehe

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen