Foto bij H.158.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Ik ben blij dat je er weer bent,’ zegt hij dan zachtjes en ik glimlach met mijn gezicht tegen zijn borst.
Zijn ene hand strijkt zachtjes over mijn arm en de andere door mijn haar. Ik adem de geur in die ik zo lang zo erg gemist heb. Zijn geur. Ik ga nog iets dichter tegen hem aan liggen.
‘Ik ook.’

Evan Maxwell POV


Die ochtend is het negen uur wanneer ik weer wakker word. Gioa ligt rechts van me te slapen, op haar zij met haar rug tegen me aan. Haar ene been heeft ze gestrekt en haar andere half opgetrokken. Ik heb mijn linkerarm om haar middel geslagen en ze heeft haar hand op de mijne gelegd. Mijn rechterarm ligt onder haar hals door gestrekt en heeft haar andere hand vast, die ze voor zich op het matras heeft liggen, bijna alsof ze ergens naar reikt.
Plots draait ze zich in haar slaap om en ik ga op mijn rug liggen zodat ze haar wang beter op mijn borst kan leggen. Ze heeft mijn hand losgelaten en ondanks het brandende verlangen om haar voor altijd vast te blijven houden, laat ik het gebeuren.
Ik kijk naar mijn hand, die trilt. Een tremor. Heel lang heb ik daar geen last van gehad. Het begon toen mijn ouders doodgingen. Ik kon niet eens meer functioneren door het beven. Na een tijdje zwakte het af. Zo nu en dan, als ik erg gestrest ben of als ik de hele tijd moet denken aan mijn ouders - of aan het verlaten van Gioa - komt het terug. Erg verbazingwekkend is het niet dat de tremor weer van zich laat weten, maar ik erger me er meteen al aan. Als het niet snel overgaat, zal Gioa het misschien zien en zal ik het haar uit moeten leggen.
Ik pak toch haar hand weer vast en verstrengel onze vingers, waardoor ik het lichte schokken enigszins onder bedwang kan houden. Onze samengevouwen handen druk ik tegen mijn borstkas aan, naast haar hoofd, en ik laat mijn ogen dichtvallen.
Ooit zal ik het haar moeten vertellen, maar ik moet op het juiste moment wachten. Als ik het te vroeg vertel, zal ze weigeren haar eigen trauma te erkennen en zich onnodig zorgen over mij maken, maar als ik het haar te laat vertel, zal ze gekwetst zijn omdat ik iets geheim heb gehouden.
Ik duw de zorgen weg en zeg dat ik het een andere keer wel op zal lossen, zoals ik altijd doe wanneer ik hieraan denk.
Na een paar minuten merk ik dat Gioa wakker is geworden, maar ze zegt niets. Ik ook niet, ook al weten we allebei van elkaar dat we niet meer aan het slapen zijn. Als een van ons twee hallo zegt, voelt het alsof we daarna ook echt uit bed moeten komen en aan de dag moeten beginnen. Daar hebben we geen van beide behoefte aan.
'Kunnen we dit jaar een kerstboom kopen?' vraagt ze plotseling, na een minuut of vijf van stilte.
Kerst. Dat duurt nog wel een paar maanden. Soms vraag ik me echt af wat er in dat hoofd van haar omgaat. Zelfs op de meest stille momenten heb ik het idee dat het binnenin haar juist heel luidruchtig is.
'Natuurlijk,' zeg ik en ik voel dat ze glimlacht. 'De mooiste kerstboom die er is.'
Zelf heb ik sinds mijn twaalfde geen Kerst meer gevierd. Ik vraag me af hoe zij het vierde. Ik weet zeker dat ze in ieder geval wel elk jaar probeerde om Ammay een leuke Kerst te geven. Zo is ze wel.
'Hoe vierde jij het?' vraag ik.
Ze gaat iets verliggen. 'Ik kocht altijd voor een paar euro wat goedkope cadeautjes, zodat ik Ammay tenminste íéts kon geven. Zij tekende altijd een kerstboom en hing die aan de muur. Elk jaar scheurde onze moeder die weer kapot. Of sloeg ze ons kapot. Of allebei. Meestal allebei. Je zou kunnen zeggen dat we het een soort van vierden, maar de laatste keer dat ik het echt met kerstboom en cadeautjes en al die dingen heb gevierd... dat kan ik me eigenlijk niet eens herinneren. Ik was waarschijnlijk zeven.'
De achteloze manier waarop ze het zegt is bijna erger dan haar woorden zelf. Het is niet eens meer schokkend voor haar, alsof het vanzelfsprekend is dat haar dat is overkomen. Ik strijk met mijn hand over haar haren, als een troostend gebaar, maar ik zou niet weten hoe ik echt iemand kan troosten die het verdriet zo diep verstopt heeft.
'Dan kopen we een kerstboom waar iedereen jaloers op zal zijn,' beloof ik haar.
Ik draai me op mijn zij naar haar toe, waardoor ik haar aan kan kijken. Haar ogen zijn helder, met zachte zweem van slaap eroverheen. Ik heb de neiging om urenlang te kijken naar hoe het blauw en groen uit duizenden stipjes opgebouwd lijkt te zijn, naar het kleine oranje vlekje onder haar rechterpupil, naar de donkere randen die haar iris van het oogwit onderscheiden, maar ik weet dat ze onzeker word als ik te lang staar, dus ik doe het niet. Zachtjes strijk ik met mijn vingertoppen over haar wang, opnieuw overdonderd over hoe zacht haar huid altijd is. Een bijna te mild omhulsel om alle pijn bijeen te kunnen houden.
Ze laat haar vingers van mijn pols naar mijn onderarm glijden, alsof ze zich elke vorm eigen wil maken. Met mijn blik vraag ik toestemming en met een zacht knikje geeft ze me die. Ik sla mijn armen om haar heen en kus haar voor alle keren dat ik haar had moeten kussen, maar dat niet heb gedaan. Voor alle keren dat ik het wilde, maar ontkenning en angst het onmogelijk maakten. Voor alle uren die ik besteed heb aan denken aan momenten als deze, aan haar geur en aanraking, aan haar lichaam tegen de mijne. Ik kus haar voor de toekomst die ik met alleen haar wil delen, alle plannen die ik voor ons heb bedacht en alle plannen die we nog samen zullen bedenken.
Normaal gesproken heeft ze het altijd snel koud, maar op het moment denk ik dat we ons geen van beiden voor kunnen stellen dat we het ooit weer koud krijgen.
Ik laat mijn hand vanaf haar middel naar bedenen glijden, over de zachte ronding van haar heup. Mijn hand ontmoet de rand van het shirt wat ze van me geleend heeft. Het is zelfs voor mij wat te groot en reikt tot halverwege haar bovenbenen. Een beetje aarzelend blijf ik daar hangen, tot ze haar eigen hand op de mijne legt en die onder de stof schuift. Mijn hand glijdt over haar warme huid omhoog en ik pak haar bij haar heup vast terwijl ik bovenop haar rol. Onze kus wordt haast nog intiemer en verlangender dan eerst. Ondanks dat ik nog altijd onder de blauwe plekken zit, voel ik er niets van.
Plotseling klinkt het geluid van haar ringtone door de slaapkamer. Met tegenzin haal ik mijn mond van de hare en ze zucht. Ze reikt naar haar nachtkastje en weet na wat onhandigheden haar mobiel vast te pakken. Terwijl zij kijkt wie het is, druk ik plagerige kusjes op de wat fijngevoeligere plekken in haar hals, waardoor haar adem stokt. Ze duwt me voorzichtig een stukje weg en kijkt me waarschuwend aan, ook al zie ik dat ze probeert haar gezicht in de plooi te houden.
'Het is James,' zegt ze. 'Als je wilt blijven leven, moet je niet zulke dingen met me doen wanneer ik met hem aan het praten ben.'
'Ja, mevrouw.'
Ze rolt met haar ogen en neemt op. Ik wil opletten, maar ik kan alleen maar denken aan het gevoel van haar lippen op de mijne, haar ademhaling tegen mijn wang, haar lichaam onder mijn handen. Ze praten wat en na een paar minuten is het weer afgelopen. Ze legt haar telefoon weer weg en zegt dan: 'Zijn vliegtuig vertrekt over een paar uur. Hij is er ongeveer aan het eind van de middag.'
'Oké.' Met tegenzin voeg ik eraan toe: 'Ik ga maar even douchen.'
Ze kijkt me met een pruillipje aan en duwt me dan omver. Ze laat zich bovenop me vallen en slaat haar armen om me heen, als een soort gevangenis. Ze is zo licht dat ik haar zo van me af zou kunnen duwen, maar dat doe ik niet.
'Of je blijft hier,' oppert ze.
'Heel verleidelijk, maar als ik dat doe, blijf ik misschien wel de hele dag liggen.'
Ze zucht en komt een stukje overeind. 'Nog één kus. Dan laat ik je gaan.'
Uiteindelijk zijn het er wel meer dan één, maar dat vind ik totaal niet erg. Toch weet ik mezelf uiteindelijk van haar los te maken en ik loop de badkamer in.
Een tijdje later kom ik aangekleed weer naar buiten en ik zie dat Gioa al naar beneden is gegaan. Ik sta net op de gang wanneer ik opeens het geluid van brekend glas hoor. Met een ruk kijk ik op en ik ren de trap af. Wanneer ik beneden ben, zie ik Gioa in de keuken staan met aan haar voeten een scherven van een glas dat ze heeft laten vallen. Ze houdt een bevende hand voor haar mond en ik zie haar haperende ademhaling door haar lichaam gaat. Wanneer ze mij ziet, worden haar betraande ogen groot van angst. Ze trilt over haar hele lijf, staat zo ineengedoken dat het lijkt alsof ze wil verdwijnen.
'Het spijt me,' ratelt ze. 'Sorry. Het was per ongeluk. Echt waar. Sorry.'
Ik frons en bezorgd zet ik een stapje naar haar toe, waardoor ze verassend genoeg ineen krimpt. 'Gioa...'
'Alsjeblieft. Doe me geen pijn. Het was niet de bedoeling. Echt ik... ik...'
Doe me geen pijn. Ze denkt dat ik haar pijn ga doen vanwege een of ander stom glas. Ik weet zeker dat het komt omdat haar moeder haar altijd in elkaar sloeg als ze iets kapot maakte, maar ik kan niet anders dan dat het toch zorgt voor een steek in mijn borstkas.
'Gioa, ik ga je geen pijn-' begin ik, maar ze kapt me af.
'Ik zal het opruimen. Alsjeblieft. Het spijt me.' Ze zakt door haar knieën en met onvaste handen pakt ze een glasscherf, maar door het beven wat maar niet ophoudt, snijdt ze zichzelf. Ze trekt als door een adder gebeten haar hand terug. Een druppel bloed spat op de grond en al snel volgen er meer. Snel drukt ze de vinger tegen haar shirt aan, zodat het niet op de vloer komt.
'Sorry. Ik... ik zal het allemaal opruimen,' stamelt ze terwijl de tranen over haar wangen stromen.
Ik loop naar haar toe en hurk voor haar neer. 'Ik ben niet boos. Gioa, kijk me aan.' Met vochtige ogen doet ze wat ik zeg. 'Ik ben niet boos. Ik ga je geen pijn doen, oké? Kom mee, dan verzorgen we die snee even.'
Aarzelend legt ze haar vrije hand in de mijne, die ik uitnodigend uitgestoken heb. Ik help haar overeind en voorzichtig lopen we naar boven, naar de badkamer. Ze beeft nog altijd.
Ik laat haar op de rand van het bad zitten en pak de verbanddoos. Een beetje doelloos zoek ik naar iets wat kan helpen, maar ik heb er geen verstand van.
'Je kan het beste een zwaluwstaart maken. Dat houdt het goed dicht,' zegt ze en ik hoor aan haar stem dat ze al wat meer zichzelf is. Ik kijk op. Ze heeft een blos op haar wangen van het huilen en haar gezicht staat grimmig.
'Ik weet niet meer hoe je die van een pleister moet maken,' beken ik. Wat ben ik toch een sukkel. Ik kan haar gewoon echt niet helpen.
'Geef maar hier,' stelt ze voor en ze steekt haar vrije hand uit. Ik doe wat ze zegt en ik kan niet ontkennen dat ik me machteloos voel. Ze pakt ook de schaar en begint te knippen. Nadat ze klaar is geeft ze het terug. 'Kan jij het vastmaken? Dat lukt niet zo goed met één hand.'
Ik doe wat ze zegt en ze bedankt me zachtjes, ook al voelt het niet alsof ik haar heb kunnen helpen.
Ik veeg het bloed weg en ruimt alles weer op, waarna ik me tot haar wendt. Zachtjes veeg ik een streng haar achter haar oor. 'Gaat het?'
Ze knikt en kijkt me kort aan, ook al wendt ze haar blik net zo snel weer af. 'Het gaat wel. Ik kreeg gewoon flashbacks en raakte in paniek.'
Haar hand gaat naar een litteken op haar onderarm en ze wrijft er overheen, alsof ze een naar, tintelend gevoel weg probeert te krijgen. Nu weet ik ook gelijk waar die vandaan komt. Ze heeft me van een paar littekens al wel eens verteld hoe ze eraan komt. De kleine, halvemaanvormige afdrukjes in haar hals zijn ontstaan doordat haar vader haar probeerde te wurgen en zijn nagels zo hard in haar vel zetten dat ze begon te bloeden. Het litteken op haar buik komt overduidelijk door de schotwond en die op haar keel van Matthew martelingen. Ze heeft er een op haar schouder, die ontstaan is toen haar moeder een vaas tegen haar aan gooide en een andere op haar enkel, waarvan ze het zich zelf niet eens meer kan herinneren. Het zijn er veel. Te veel. Te veel om te tellen. Te veel om te verdragen. Te veel om te vergeten.
Ik buig me voorover en druk een kus op het litteken op haar onderarm, waar ze eindelijk niet meer overheen strijkt. Als het haar pijn zou kunnen verlichten, zou ik ze allemaal kussen. Maar het zijn er te veel.
Ik ga naast haar op de rand van het bad zitten en pak haar hand vast, aai zachtjes met mijn duim over de tatoeage van Ammays bloem. Heel lang zitten we daar. We zeggen niets. Dat hoeft ook niet.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen