Foto bij Himmel Hilf

Haha, I am screaming into the void and Quizlet doesn't scream back

“Jan, ik ben thuis!” Roep ik luid. “Nee, nee, nu even niet!” Is het luide, nogal geprikkelde antwoord. “Nou zeg. Ik wil best wel weer weg gaan hoor. Hannes pesten ofzo.” Ik loop de keuken in. Jan kijkt naar me op. Er zit een veeg pesto op z’n wang en hij kijkt enorm gestresst. “Nee, Tessa, je moet me helpen!” Roept hij uit. “Okay Jantje, rustig aan, wat is er aan de hand?” Ik maak m’n duim nat met m’n tong en probeer Jan’s wang schoon te maken. “Hey, ik heb al een moeder. Ik hoef er geen twee.” Protesteert Jan. “Vertel nou maar wat ik kan doen.” Zeg ik zacht. “Ik .. Ik kan zeg maar niet zo goed koken .. maar ik wil indruk maken op .. zeg maar m’n ex bandgenoten. Dus als jij nou kookt, dan zorg ik dat het huis netjes is.” Antwoordt Jan. “Is helemaal goed Jan.” Ik geef hem een kus op z’n neus en pak m’n schort uit het keukenkastje.
Binnen een uur is het huis gevuld met de heerlijke geur van Boeuf Bourguignon. “Je bent de beste!” Roept Jan uit. “Ach welnee.” Ik voel dat ik een kleur krijg. Jan geeft me een vette knipoog. Ik schud m’n hoofd en ga verder met aardappels schillen.

De bel gaat “Kut, kut, dat zijn ze al.” Jan crosst naar de voordeur. “Vergeet niet te ademen Jan!” Roep ik. “Bok op!” Is Jan’s antwoord. Ik hoor de voordeur open gaan. “Hallo Jan.” Hoor ik een rustige diepe stem zeggen. “H-hoi Juri.” Stottert Jan. “Dat is wel even geleden” Zegt een tweede stem. Het accent is duidelijk Zuid-Duits. Jan mompelt iets dat ik niet opvang. “Laten we niet in de hal blijven staan.” Zegt de rustige stem. “Oh ja, natuurlijk.” Aan Jan’s stem is te horen dat hij een beetje gespannen is.
“Oh wat ruikt het hier lekker.” Zegt de man met het Zuid-Duitse accent. Ik kijk op van de pan. “Goedemiddag.” Zeg ik. Ik klink erg formeel naar m’n eigen zin. De man met het accent stapt op me af. “Frank Ziegler, leuk je te ontmoeten.” Zegt hij. “Ook leuk jou te ontmoeten, ik ben Tessa de Buhr.” Ik probeer leuk te lachen, maar het ziet er vast minder leuk uit. Ik schud Frank’s hand en wissel een blik met Jan. De lange man naast Jan stapt daarna ook op me af. “Juri Iba Kaya Schewe.” Zegt hij een beetje kortaf. Jan maakt een soort van kreun geluidje en ziet eruit alsof hij wel door de grond kan zakken van schaamte. “H-hallo Juri ...” Ik voel dat ik schuchter word van Juri’s strenge blik.
Er wordt opnieuw aan de deur gebelt. “Gaan jullie maar vast in de woonkamer zitten. Ik kom zo.” Zegt Jan. Juri knikt en pakt Frank bij zijn pols en trekt hem mee de woonkamer in. Ik hoor de voordeur weer open gaan. “Jan!” Roept een lieve mannen stem. Jan maakt een oef geluidje en het klinkt alsof er iemand een mep krijgt. “Hey man, alles tof?” Vraagt een andere stem. “Wat je tof noemt, Juri is nu al een pest humeur.” Verzucht Jan. “Het ruikt anders wel lekker. Is Frank nu al aan de slag?” Vraagt die lieve stem. “Ahm .. nee..” Antwoordt Jan ontwijkend. “Zullen we maar eens gedag gaan zeggen.” Zegt de andere stem.
“Hey Frank, wat ruikt het lekker, wat k… Hé jij bent Frank niet!” De man aan wie de stem toebehoord, komt de keuken in. “Dat is correct, tevens juist..” Is het enige dat ik weet te zeggen. De man fronst naar me. “Jan, wie is dit?” Roept hij. “M’n beste vriendin.” Jan komt ook de keuken in, gevolgd door een ietwat magere man met bruin haar. “En hoe heet je beste vrienden?” Vraagt de eerste man. “Timo, beheers je eens, ze is heerlijk voor ons aan het koken.” De bruinharige man duwt de ander opzij. “Mijn naam is David Bonk en dit is mijn verloofde Timo Sonnenschein,” Hij grijpt m’n hand en schud heftig. “Ik ben Tessa de Buhr. Leuk je te ontmoeten.” Zeg ik zacht.
Jan duwt Timo de woonkamer in. David volgt uit zichzelf. Ik voel me alsof ik spontaan een kan worden met de muur. Maar daar heb ik geen tijd voor. De belt gaat alweer. “Jaaaan!” roep ik. “Ben bezig, doe jij maar open.” Schreeuwt Jan terug. Ik loop de hal in en open de voordeur. “Hallo, komt u binnen, Jan is in ...” Ik kan m’n zin niet afmaken. Het voelt alsof m’n tong uitdroogt en m’n hart me in m’n schoenen zakt. De man op de drempel is net een engel. Hij is lang, aan de magere kant, met hoogblonde pijpenkrullen en blauw-grijze ogen. Op z’n kin, eigenlijk net eronder, groeit een bruin-zwart sikje. “Vertel, waar is Jan?” Vraagt hij. Z’n stem is daadwerkelijk als van een engel. Nog voor ik kan antwoorden, sjeest Jan de gang in. “Hier ben ik al, hier ben ik al.” Hij duwt me opzij en pakt de lange man bij z’n pols. Hij trekt de ander zonder pardon door de keuken en de kamer in. “Nou Jan, ik wist dat je blij zou zijn me te zien, maar mein gott, niet te snel van stapel lopen hoor.” Zegt de blondie nogal plagerig.
Ik besluit maar in de keuken te blijven. Er zal wel een reden zijn dat Jan geen tijd overliet voor de laatste ronde pootje geven. Ik concentreer me op m’n pan en bijt m’n lip wanneer de neiging ontstaat naar de woonkamer te gaan. Vooral als ik hoor dat Timo begint te vloeken. “Jij durft wel, hè. Je eerst in Cali verschuilen en dan doodleuk hier je neus laten zien.” Roept hij. “Ik heb hem uitgenodigd.” Probeert Jan te schipperen. “Jij denk alleen maar met je lul!” Roept Frank nog luider dan Timo. “Ik heb een vriend!” Er klinkt woede door in Jan’s stem. “En dat mokkeltje in de keuken dan?” Vraagt Timo scherp. “Dat is te laag Timo.” David’s stem is nog steeds kalm. “IPH.” Hoor ik de lange blonde vreemdeling zeggen. “Wat?” Ik hoor gewoon aan Juri’s stem dat hij fronst. “Ideale pijp hoogte.” Ik kan mezelf niet tegenhouden en geeft het antwoord. “Gatverdamme Chris!” Schreeuwt Jan.
Ik begrijp wat er aan de hand is. “Mooi naks vriend. Ik ben al vergeben!” Roep ik de kamer in. “Kennen we hem?” Vraagt Juri. “Mäx Schlichter.” Jan antwoordt voor me. Timo and Chris, als dat z’n naam is, lachen tegelijk. “Jammer joh.” Zegt Frank. “Oh Frank, ik krijg altijd wat ik wil.” Koert Chris. Ik krijg er de rillingen van. En niet geheel op de verkeerde manier. Het geluid van zijn stem, de toon ervan, het doet kippenvel op mijn armen en rug oprijzen. Mijn hart slaat een slag over. Ik weet niet hoe ik me voelen moet. Dus focus ik me maar weer op m’n koken.

Chris slentert verveeld de keuken in. Jan dribbelt achter hem aan als een nerveuze pup. Ik probeer niet naar Chris te kijken. En dat is moeilijk als de neten. Hij is lang en een beetje aan de magere kant. Hij heeft ogen waarvan ik de kleur maar niet kan ontcijferen. Dan weer grijs, dan weer groen en dan weer blauw, maar altijd precies hetzelfde. Ondiep en hard als staal. Hij kleed zich zoals iedere man van zijn leeftijd uit zijn milieu zich kleed. Shirt met een of andere slogan, houthakkers overhemd, afgetrapte gympies en een cargo broek. Geen look van wereldklasse, maar op de een of andere manier toch woest aantrekkelijk. Zijn platinum blonde haar valt in losse pijpenkrullen. Hij is de perfect combo tussen engel en duivel, met een grote scheut gamer.
Ik mag dit niet denken. Ik mag Chris niet aantrekkelijk vinden. Voor Mäx niet en voor Jan niet. Maar het is niet gemakkelijk. Vooral niet omdat hij met Jan aan het praten is. En zijn stem prikt mij in mijn hart, met zachte messteken. Killing me softly, om het maar zo te zeggen. En hij weet het. Ik kan het in zijn ogen zien als ik toch naar hem opkijk. Ze zijn grijs, zijn ogen. Grijs en calculerend. Hij berekend wat hij aan mij heeft. Berekend wat van mij hij kan gebruiken.

“Dus, hoe ken jij Jan?” Vraagt Chris. Ik voel dat ik rood wordt als een appel. “Ikem…” Ik heb geen idee wat ik moet zeggen. Ik wordt verlegen onder Chris zijn inspecterende blik. “Muziek festival, niet belangrijk.” Zegt Jan snel. “Niet belangrijk? Onzin!” Zegt Chris uitbundig.
“Zeg, komen jullie eens even snel hier!” Roept Timo. “Wat zit je nou weer dwars dan?” Chris rolt z’n ogen. “Jou hele bestaan!” Schreeuwt Timo. Chris loopt terug de woonkamer in. Er is een woordenwisseling die ik niet goed kan volgen. Maar goed ook.
“Sorry…” Zegt Jan zacht. Ik haal mijn schouders op. “Komt wel goed.” Mompel ik. Jan schud z’n hoofd. “Dat is nou juist het probleem. Ik denk dat het niet goed komt.” Fluisterdt hij. Ik leg mijn lepel neer en loop naar Jan toe. Ik neem hem in mijn armen. We zijn ongeveer even groot. Jan drukt zijn gezicht in mijn nek. “Ik had ze nooit moeten uitnodigen. Dit gaat zo fout gaan.” Zucht hij. Ik haal mijn hand zachtjes door zijn haar. “Maak je geen zorgen Jan.” Fluister ik. “Waarom niet?” Vraagt Jan. “Als je je zorgen maakt, dan doet het twee keer pijn.” Zeg ik zacht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen