Haar naam was Mélanie Favre. Madame Rosella moest niet eens uitleggen wie ze was, Nathan wist met haar naam genoeg. De familie Favre stond erom bekend de grootste wapenhandelaars van Frankrijk te zijn. Zijn opdrachtgever wilde weten of meneer Favre ooit zaken met hem en zijn aanhangers wilde doen.
Het was vanzelfsprekend dat dit niet openlijk kon gebeuren, wapenhandel was niet iets dat zomaar besproken kon worden. Daarbij hadden de wapens te maken met de strijd die al jaren woedde in Parijs en omstreken: de Franse revolutie. Meneer Favre had nooit uitgesproken aan welke kant van de revolutie hij stond en dat was precies wat Nathans opdrachtgevers wilde weten.
De echtgenote van meneer Favre werd daarom het doelwit van vandaag. Het enige wat Nathan over haar wist, was dat ze een ziekte had die haar dagelijks leven belemmerde. Ze kwam bijna nooit buiten, wat Nathans opdracht enkel moeilijker maakte. Madame Rosella had echter haar eigen onderzoek gedaan. Eén van de klanten van het bordeel bleek de tuinman te zijn, die werkte voor het gezin Favre. Hij wist haar te vertellen dat Mélanie Favre iedere avond, van zes tot zeven, een wandeling maakte door de rozentuin aangrenzend aan hun paleis. Het was het enige moment waarop ze alleen was, en dus kwetsbaar, zodat Nathan kon toeslaan.
De tuin was openbaar; iedere bezoeker van het paleis mocht er gebruik van maken, van de lakeien tot mevrouw Favre zelf. De tuinman zou Nathan helpen om binnen te geraken en zo was de missie compleet. Nathan koos opnieuw voor zijn zwarte maatpak, maakte zichzelf klaar en toen het tijd was, nam hij het rijtuig naar het paleis.
Madame Rosella had hem uitgelegd hoe hij naar de achterkant van de rozentuin moest gaan en, inderdaad, daar vond hij een kleine poort en de tuinman. Nathan herkende zijn gezicht en wist dat het een vaste klant was van het bordeel.
‘Snel,’ gromde de tuinman. Hij deed het hek open en Nathan glipte naar binnen. Hij bedankte de tuinman haastig en ging toen naar het pad, waar hij de tuin zorgvuldig in zich opnam. Er stond een wit zitbankje aan de rand van het pad, waar hij plaats nam. Een kleine blik op zijn horloge vertelde hem dat hij een tiental minuutjes te vroeg was. Nathan rommelde nog snel in zijn zak, waar hij een kleine tas uithaalde. Daarin zaten vier flacons met parfum.
Geur was essentieel bij het verleiden. Nathan wist dat hij onmogelijk iemand kon versieren terwijl er een nare gure geur rond hem hing. De geur van de quiche kon misschien nog in zijn kleren hangen en dat was een risico dat hij niet kon nemen.
Nathan beet op zijn lip. De linkse flacon had een hartige bloemengeur die hij gebruikte bij oudere vrouwen. De rechtse daarentegen was iets voor de dames met minder jaren op de teller en rook extreem zoet. Mevrouw Favre was een vrouw rond de dertig, dus koos hij voor de derde optie: een zacht parfum, met een notige toets van cederhout.
Nathan deed wat uit het flesje op zijn nek en handpalmen - niet te weinig, maar ook niet te veel - en stak ze toen terug weg. Net op tijd, want aan het begin van het pad ontdekte hij een nieuwe verschijning.
Nathan wist meteen dat het Mélanie Favre was. Was het niet haar decadente kledij die haar weggaf, dan was het wel haar bleke gezicht of het feit dat ze volledig alleen door de tuin liep. Eventjes had Nathan medelijden met haar. Haar huid leek bijna doorzichtig en ze had een vermoeide uitdrukking op haar gezicht. Nathan wist niet precies welke ziekte er door haar lichaam ging, maar ze leed er duidelijk onder. Eventjes wilde hij haar voorbij laten lopen, niets tegen haar zeggen. Toch wist hij dat hij geen keuze had. Zodra Mélanie voorbij kwam, stond hij op en liep naar haar toe.
‘Mevrouw Favre?’
Geïrriteerd en duidelijk gestoord keek de vrouw naar Nathan. ‘Ja?’
‘Heeft u misschien zin in wat gezelschap, tijdens uw wandeling?’
De vrouw schudde haar hoofd. ‘Ik wandel graag alleen. Toch bedankt.’ Ze maakte aanstalten om verder te lopen, maar Nathan hield haar tegen. ‘U zal er geen spijt van krijgen.’
Mélanie keek naar Nathans gezicht en hij vulde zijn ogen met emotie. Daarna glimlachte hij halflings, de lach waarmee hij zijn voorgaande slachtoffers steevast over de schreef kreeg. Mélanie leek op zijn zachtst gezegd niet onder de indruk. Toch knikte ze en zei: ‘Goed dan.’
Nathan bood haar zijn arm aan en Mélanie legde haar hand erop. Zo liepen ze een tijdje door de tuin terwijl Nathan zijn charmeoffensief opende. Hij vroeg haar naar haar dag, wat ze van de rozen vond en welke plannen ze in de nabije toekomst had. Hij luisterde geboeid naar haar antwoorden en grinnikte hier en daar. Weeral leek Mélanie niet in te gaan op zijn avances. Ze gaf antwoord op zijn vragen, maar toonde voor de rest geen interesse. Ze liepen verder over het pad, tot het paleis steeds dichterbij kwam. Ook zonder op zijn horloge te kijken, wist Nathan dat zijn tijd bijna voorbij was. Hij had niets meer te verliezen.
‘En uw echtgenoot?’ vroeg hij, nadat Mélanie hem verteld had over haar aankomende bezoek aan het koninklijk paleis in Versailles.
‘Wat is er met hem?’
Nathan haalde zijn schouders op, schijnbaar achteloos. ‘Heeft hij nog drukke plannen, de aankomende tijd?’
‘Dat zal u aan hem moeten vragen,’ zei Mélanie nuchter.
‘U weet dus niets van zijn planning?’
Mélanie zuchtte en bleef op het midden van het pad staan. ‘Bent u hier voor mij of voor mijn echtgenoot? Het is duidelijk dat u meer wil weten over de handel die hij voert. U bent niet de eerste en zal ook niet de laatste zijn. Laat me u meenemen naar mijn man, dan kan u met hem het gesprek verder voeren en kan ik mijn wandeling in stilte afronden.’
‘Dat zal niet nodig zijn,’ zei Nathan snel. Te snel. Mélanie keek argwanend naar zijn gezicht.
‘Hoezo? U bent duidelijk geïnteresseerd in hem.’
Nathan schudde zijn hoofd, probeerde de situatie nog te redden. ‘Ik was te nieuwsgierig, mijn excuses. Zullen we-’
‘U verstoort u mijn wandeling en veinst interesse in mijn leven om informatie te krijgen over mijn man, maar als ik voorstel om naar hem toe te gaan, kruipt u terug. Waarom?’
‘Nee, dat is niet-’
‘Ik heb genoeg van u,’ onderbrak ze hem opnieuw. ‘Mijn man zal erg geïnteresseerd zijn in uw antwoorden. Bewakers!’ Snel keek Nathan rond zich maar de bewakers waar Mélanie om riep, waren nog niet in zicht. Hij gromde een verwensing en zonder nog iets tegen Mélanie te zeggen, rende hij de andere richting uit. Tijdens de wandeling had hij geprobeerd om steeds een oog te houden op de locatie van de uitgang en hij sprintte in die richting.
‘Daar is hij!’ hoorde Nathan Mélanie roepen. Meteen klonken er denderende voetstappen achter hem. Nathan durfde niet om te kijken. Hij was snel, sneller dan de meesten, maar deze bewakers waren net zo getraind en opgeleid als hem. Hij wist niet zeker of hij ze voor kon blijven tot de uitgang, die heel wat verder weg lag.
Nathan stootte zichzelf vooruit, voelde zijn spieren opwarmen. De voetstappen achter hem klonken echter steeds dichterbij. Nathan herkende ondertussen zijn omgeving en wist precies waar het hek lag. Hij wist ook dat de afstand te groot was, de bewakers zouden hem inhalen.
Paniekerig keek Nathan rond zich. De omringende tuinmuur was slechts enkele meters van hem verwijderd. Nathan veranderde van richting en rende nu naar de muur. Nog vier meter, nog drie, twee, één… Nathan stootte zich af en sprong tegen de muur. Zijn handen grepen de rand vast en met zijn voeten zocht hij grip. Hij grauwde toen hij zichzelf omhoog trok en de rest van zijn lichaam over de rand gooide. Zo kreeg hij nog een laatste blik op de drie bewakers, die net te laat bij de muur aankwamen.
Nathan liet zich op de grond zakken en sprintte meteen naar de koets. Hij sprong erin, schreeuwde naar de koetsier dat hij moest vertrekken en in een rotvaart reden ze weg van het paleis.
Zwaar ademend liet Nathan zich tegen de rand van de koets zakken. Wat was er mis gelopen? Had hij iets verkeerd gezegd? Nathan schudde zijn hoofd. Hij had zichzelf laten meeslepen door de tijd, zich laten opjagen door de verstreken seconden. Hij had rustig moeten blijven en niet zo snel moeten reageren.
Nathan keek naar buiten en volgde met zijn ogen de weg naar het bordeel. Miguel, de koetsier en helper in het bordeel, zou een grote omweg maken om de kans op eventuele achtervolgers te verkleinen. Toch was die op zichzelf al ontzettend klein. De adellijke mensen hielden niet van opschudding en bleven het liefst ver onder de radar, waar ze zich stukken meer konden veroorloven. Een achtervolging doorheen de stad zou heel wat vragen oproepen, die ze het liefst wilden vermijden.
Nathan zuchtte. Hij vroeg zich af wat madame Rosella zou zeggen en bedacht zich toen dat hij het niet wilde weten. De rest van de rit keek hij onafgebroken door het raam, met zijn gedachten volledig elders dan bij de voorbijflitsende straten.

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Oh God... dat ging maar net goed.

    4 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen