‘Vergeef me vader, want ik heb gezondigd.’ Nathan nam diep adem en keek door het raampje van de biechtstoel. Aan de andere kant kon hij nog net de contouren van de priester zien. Iedere week kwam hij hier en iedere week was hij bang voor het antwoord van de man tegenover hem.
‘Vertel, mijn zoon,’ zei de kalme stem.
‘Ik heb gezondigd. Ik heb gelogen en mezelf voorgedaan als een ander. Dat niet alleen, ik heb de lusten van een ander opgewekt en ook hen verleidt tot zonde.’ Hoewel het bijna volledig donker was in de biechtstoel, sloot Nathan zijn ogen en vertelde zo alles aan de priester. Hij vertelde over Amélie Martin in de opera en over Mélanie Favre in de rozentuin. Hij deed alle details uit de doeken en met ieder woord voelde hij de last op zijn schouders lichter worden.
‘Zie je in dat je acties fout waren?’ vroeg de kalme stem.
Nathan knikte. ‘Ja.’
‘Toon je berouw?’
‘Absoluut.’
‘God ziet dat je hem om vergiffenis vraagt,’ zei de priester. ‘En Hij zal het aan je geven. Blijf bidden tot hem en behoud het voornemen om je leven te veranderen. Ik ontsla u van uw zonden in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.’
Nathan zuchtte opgelucht en schoof het gordijn opzij. Moeizaam stond hij op van zijn geknielde positie en liep naar één van de banken voor het altaar. Het duurde niet lang voor de priester naast hem kwam zitten.
‘Dus dat heb je uitgespookt de afgelopen dagen. Ik vroeg me al af waar je bleef.’ Samuel, Nathans enige echte vriend, keek hem aan. ‘Is voor de rest alles in orde?’
Nathan knikte. ‘Madame Rosella was niet blij maar ik heb haar gezegd dat ik niet terug ga. Deze missie had geen kans op slagen.’
Samuel knikte. Hij wist wat Nathan deed, wist wie hij was, maar veroordeelde nooit. Het was één van de vele redenen waarom ze zo goed bevriend waren.
Nathan had nooit veel vrienden gehad. Toen hij pas in het bordeel kwam had hij eventjes rond gerend met een jongen uit de buurt, genaamd Louis. Ze waren veroordeeld tot elkaar, door het gebrek aan andere speelkameraden. Er waren wel wat andere jongens, maar die waren allemaal ouder en groter, en gunden hen geen blik waardig. Nathan en Louis bouwden kampen in de stallen, speelden soldaatje in het park of vulden de avonden met speelkaarten. Nathan was ervan overtuigd dat de jongen een echte vriend was en op één van hun gezamenlijke avonden, had hij zijn verleden uit de doeken gedaan. De woorden die Nathan zo vreesde waren eindelijk over zijn lippen gekomen en toen hij vertelde dat zijn ouders gestorven waren, leek het eindelijk werkelijkheid te worden. Hij had het nooit hardop uitgesproken, nooit de waarheid volledig onder ogen gezien. Vreemd genoeg luchtte het op.
De volgende dag was Nathan naar buiten gegaan, klaar voor een nieuwe dag met Louis. Hij vond echter alleen de oudere jongens, die allemaal op de hoogte waren van zijn verhaal. Ze lachten hem uit en gooiden het woord ‘wees’ naar zijn hoofd alsof het een scheldwoord was. Nathan was in tranen terug naar binnen gelopen, waar hij recht in de armen van madame Rosella was gelopen.
‘Dat was te verwachten,’ had ze gezegd, terwijl ze over zijn rug wreef. ‘Je kan niemand vertrouwen Nathan. Niemand.’
Nu, jaren later, wist Nathan de waarheid achter het hele gebeuren. Hij had de kleine Louis nooit meer gezien sinds die dag, tot hij hem jaren later tegen het lijf liep. Na heel wat gedreig van Nathans kant had de man eindelijk toegegeven dat madame Rosella hem betaald had. Ze wist dat Nathan vroeg of laat zijn geheim zou delen en als dat moment kwam, moest Louis het verspreiden als vuur.
Nathan had madame Rosella nooit verteld dat hij achter haar geheim gekomen was. Het werd gewoon de zoveelste reden om de vrouw nooit te vertrouwen.
Om precies die reden had Nathan haar nooit verteld over Samuel en de vriendschap die in de afgelopen jaren gegroeid was. Nathan probeerde om iedere week naar de kerk te gaan en op die manier had hij Samuel leren kennen. De priester wist nu meer over Nathan dan wie dan ook en Nathans vertrouwen, dat zo geschonden was, bouwde langzaam weer op.
‘Madame Rosella zal wel bijtrekken,’ zei Samuel kalm, voortbouwend op wat Nathan verteld had. ‘Dat doet ze altijd.’
Nathan knikte. ‘Dat is waar. Hoe ging de dienst zondag?’
‘Prima. Iedere week wat minder bezoekers maar ik houd de moed erin.’ Sinds het begin van de Franse revolutie kwamen er inderdaad steeds minder mensen naar de kerk. De revolutionisten zagen de adel en de kerk als de onderdrukkers, met wie ze niet meer geassocieerd wilden worden. Samuel leed eronder, meer dan hij ooit zou toegeven.
‘Ze zullen terugkomen,’ zei Nathan, ‘Wanneer al dit gedoe voorbij is, komen ze terug.’
‘Daar geloof ik ook in,’ zei Samuel. ‘En wanneer ze dat doen, zal de kerk er altijd zijn om ze met open armen te ontvangen. God stopt nooit met het liefhebben van de mensen, ook als zij Hem uit het oog verliezen.’
Nathan knikte en bracht zijn gezicht terug naar het altaar. Samuels woorden waren precies de reden waarom hij hier zo graag kwam. Vaak werd hij verteerd door schuldgevoelens en kon hij onmogelijk de goede aspecten van zichzelf zien. Hoe kon hij immers ooit nog een goed mens zijn, als hij anderen steeds beloog? Hij voedde zijn slachtoffers leugens om de informatie te vergaren die hij nodig had, om ze daarna zo snel mogelijk te loodsen. Hoe kon hij ooit nog op een positieve manier over zichzelf denken?
Wanneer hij echter in de kerk kwam, voelde hij zich terug een volwaardig mens. Hij kon weer helder nadenken en de onvoorwaardelijke liefde voelen die hij nergens anders vond. Nathan richtte zich naar Samuel. ‘Waar gaat je preek deze week over?’
Samuel grinnikte. ‘Het weerstaan van de lusten. Misschien moet je deze week eens komen luisteren.’
Nathan lachte ook. ‘Dan neem ik ineens alle dames en klanten van het bordeel mee. Die kunnen er ook nog heel wat van leren.’
Samuel grijnsde. ‘Doe toch maar niet. Ik denk dat je meteen al mijn overgebleven bezoekers weg schrikt.’
Nathan dacht aan de dames in hun frêle pakjes terwijl ze op de banken in de kerk zaten. Het was zo’n lachwekkend gezicht dat hij in lachen uitbarstte, een lach die verder echode in de grote ruimte.
Samuel stond ook grinnikend op en zei: ‘Kom, ik heb nog een open fles miswijn vanachter staan. Je klonk alsof je wel een borrel kan gebruiken.’
‘En dat noemt zich dan een man van God,’ zei Nathan plagend.
‘Ik help de mensen in nood,’ kaatste Samuel terug. ‘Wat is er Godlievender dan dat?’
Nathan lachte en volgde zijn vriend. Ondertussen bedacht hij dat hij zich in dagen niet zo licht en gelukkig had gevoeld als op dat moment.

Reacties (4)

  • Hephaistion

    Ahw, lief. Goed dat hij een vriend heeft die hij kan vertrouwen.
    En pfff, die Madame Rosella...

    3 weken geleden
  • Philippe

    Fijnste kerstcadeau. Je overtreft jezelf, Bes. Dit is ontzettend ingenieus in mekaar gezet, het leest fijn, ik voel zo hard mee met de personages - ze zijn levensecht. Keep up the good work, Sunshine.

    3 weken geleden
  • Allmilla

    Ik mag Samuel wel, hij lijkt me een leuke priester:D
    Fijne Kerst!

    4 weken geleden
  • AmeranthaGaia

    Ik vind dit echt een heel gaaf verhaal. De karakters hebben echt diepgang en het gaat niet om maar één ding. Ook geef je de informatie over zijn verleden in kleine, relevante beetjes. Dat leest heel fijn.

    4 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen