VERLEDEN


Juan had nooit verwacht dat zijn broer de reden zou zijn dat een meisje hem afwees. Meisjes stonden altijd voor Mateo in de rij, dat was al zo toen hij hier nog op school had gezeten en dat was nog steeds zo. Op de feesten die hij gaf had Juan hem nog nooit níét zoenend aangetroffen en hoewel hij zelf wat minder handig met meisjes was, pas twee keer gezoend had en zelfs nog nooit verder was gegaan dan dat, had hij gehoopt dat hetzelfde bloed dat door zijn aderen stroomde hem toch zou helpen voor het eerst een meisje ergens mee naartoe te krijgen.
      Nou ja, het vragen was gelukt. Hij had vanochtend niet eens kunnen eten en de zelfverzekerdheid die hij net had voorgewend, had hij zo onderhand vanuit zijn tenen omhoog moeten trekken, maar hij had het wel gedaan. De enige reden dat hij zich er toch toe over had gehaald, was omdat hij had gedacht dat ze te lief was om ook maar íémand af te wijzen. Nou, daar had hij mooi naast gezeten.
      Ze was bang dat hij haar in de maling nam. Was dat echt zo? Of was dat alleen maar een smoes geweest? Hij zag June er niet voor aan om te liegen, maar ja, hij had haar ook niet in staat geacht hem af te wijzen. De afgelopen anderhalf jaar had hij een soort versie van haar gecreëerd die waarschijnlijk niet eens in de buurt van de waarheid kwam.
      Met een zucht zakte hij buiten op een muurtje neer en stak een sigaret op. Vanaf hier kon hij het muzieklokaal zien, maar hij wist dat ze daar vandaag niet zou oefenen. Het was een soort vast ritueel van hem geworden, hier zitten roken en omhoogkijken hoe zij op de viool speelde. Heel af en toe had hij zelfs in de gang ernaast zitten luisteren. Het was niet dat hij vioolspel nou zo mooi vond, maar hij hield van de uitdrukking op haar gezicht als ze zich door de muziek liet meevoeren. Dan voelde hij altijd de neiging haar gezicht te strelen, hoeveel meter zich ook tussen hen in bevond.
      Hij tikte wat as af zodat het op de grond viel en leunde naar achteren. Nou ja, niemand kon zeggen dat hij het niet geprobeerd had. Niet dat iemand het wist, van zijn gevoelens voor haar. Hij paste wel op. Geen van zijn vrienden praatte ooit serieus over meisjes en als ze wisten dat er iemand was die al meer dan een jaar zijn gedachten in beslag nam, dan zouden ze hem er waarschijnlijk non-stop mee jennen of haar zelf proberen te versieren. Hij hield zich maar voor dat dat ook de reden was geweest dat het zo lang had geduurd voor hij op haar af was gestapt, in plaats van dat hij er gewoon te schijterig voor was geweest. Hij was gewoon bang geweest om het te verknallen – en terecht, zo bleek. Misschien had hij wat minder zelfverzekerd moeten zijn, maar hij was bang geweest dat ze hem dan een mietje zou vinden.
      Hij boog zijn hoofd, liet het stompje van zijn sigaret vallen en trapte hem uit. Moest hij iets anders proberen? Vaker met haar praten was wellicht een goed idee, maar wat hij nu had gezegd had hij al bijna een week lang ingestudeerd en hij was als de dood nog idioter over te komen. Misschien kwam ze er later op terug en had hij haar gewoon overrompeld.
      Hij stond op, hees zijn tas over zijn schouder en begon aan zijn wandeling naar huis. Eigenlijk had hij straks nog een uur les, maar hij was niet in de mood om hier nog langer rond te blijven hangen. Met een beetje jaloezie keek hij naar de ouderejaars die bij hun auto’s rondhingen. Over een paar weken werd hij zestien, dan mocht hij ook eindelijk autorijden. Al wilde hij eigenlijk voor een motor sparen, maar die dingen waren achterlijk duur en hij had waarschijnlijk niet eens genoeg geld voor een oud barrel.
      Hij zou ook de bus kunnen nemen, maar het was mooi weer en de bus benauwde hem altijd. Hij werd snel misselijk van de geur die er hing en het was er altijd veel te druk. Het was ruim een halfuur lopen, maar de weg leidde door het park waar ze hem voor het eerst was opgevallen. De buurvrouw aan de overkant had haar been gebroken en Juan had aangeboden haar honden uit te laten. Zelf had hij altijd al een hond willen hebben, maar zijn moeder wilde het niet hebben. Samen met de twee Duitse Herders was hij naar het park gegaan, waar hij June had zien zitten. Ze had plaatsgenomen op een bankje aan de rand van een vijver met een schetsblok in haar handen. Een tijdlang had hij naar haar gezicht zitten kijken. Zachtjes had ze op haar lip gebeten, en een frons had haar voorhoofd getekend terwijl ze geconcentreerd aan het werk was. Hoe nieuwsgierig hij ook was geweest naar haar tekening, hij had haar niet willen storen. Toen had hij ook niet verwacht dat ze steeds weer in zijn gedachten zou terugkeren, dat hij steeds opnieuw op zoek was naar haar lippen die lichtjes omkrulden toen ze naar het resultaat van haar werk had gekeken.
      Toen hij in het park aankwam, zakte hij op het bankje neer waar ze had gezeten, zoals hij sindsdien wel vaker deed. Dan hoopte hij dat ze weer langskwam, dat ze in gedachten verzonken naast hem kwam zitten en hij heel subtiel een arm over de leuning van het bankje kon leggen. Maar daar was het nooit van gekomen. Hij had haar hier nooit meer teruggezien en sindsdien was er altijd een bang voorgevoel geweest dat ze destijds had doorgehad dat hij naar haar keek en ze zich er zo ongemakkelijk door had gevoel dat ze hier nooit meer was teruggekomen.
      Misschien was dat wel de werkelijke reden dat ze hem had afgewezen. Want heel eerlijk – hij kon zich niet voorstellen waarom ze zou denken dat hij géén leuke avond met haar kon hebben.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen