Reacties motiveren:)

Emily rende over het zand. Haar armen wapperde ze door de lucht, de wind woeide haar haren naar achteren, en ze danste terwijl het zand tussen haar voetvingers kietelde. Ze was alleen, en ze voelde zich goed. Tot er uit het water ineens een gezicht doemde – het gezicht van haar vader. Zijn ogen stonden kwader dan ooit en hij leek het Bovenwater in te rijzen. Emily stopte met dansen en rennen en zakte in elkaar, want haar benen waren ineens vervangen voor haar vertrouwde staart. Haar vader leek over het zand te zweven en kwam steeds dichterbij. Zijn gedicht zweefde nog maar een paar centimeter van de hare af, tot hun neuzen elkaar raakten.
Nee, het was niet een neus. Emily’s hand ging automatisch naar haar eigen neus; iets schuurde toen ze eroverheen wreef. Ze opende haar ogen, knipperde een paar keer en zag toen dat een klein mensenjongetje vlak naast haar aan het rondspringen was, en daardoor wat zand over haar heen trapte.
Ze klom overeind. Haar nek deed pijn – maar dat gold eigenlijk voor haar hele lichaam. Het was helemaal stijf. Ze had in een hele gekke houding gelegen en dat had blijkbaar in het Bovenwater veel meer effect dat in het water.
Ze fronste toen ze zag dat er iets over haar heen lag. Wat was dat? Het was een bruin doek, leek het wel, maar dan met allemaal gekke dingen eraan. Het kwam haar bekend voor, maar ze wist niet meer goed waarvan.
Ze probeerde zich een beetje te verplaatsen, maar besefte toen dat haar droom niet waar was; lopen, laat staan rennen, kon ze niet. Haar huid voelde uitgedroogd en ze snakte naar een duik in het water, maar dat kon niet, want er waren allemaal mensen om haar heen.
Haar hart begon sneller te bonzen toen ze zich dat plotseling besefte. Er waren allemaal mensen om haar heen. Ze was niet meer alleen; links, rechts, overal waren mensen aan het zitten, liggen of rondlopen. Sommigen waren alweer het water in gegaan, anderen stonden alleen met hun voeten in het water en sommigen lagen op het zand.
Ze kon nu met geen mogelijkheid het water in gaan, want dan zou ze haar staart terugkrijgen en zou ze direct gesnapt worden. Maar wat moest ze dan? Ze had trek, en wilde graag met wat zeewier ontbijten. Moest ze wachten tot al die mensen weg waren? De dag ervoor had dat een hele middag geduurd…
Uiteindelijk bleef ze zitten. Een hele middag. Ze verveelde zich te pletter en probeerde haar tijd te doden door de mensen te observeren. Ze had nog een aantal keren getwijfeld of ze misschien iemand moest aanspreken, maar was bang dat het gesprek dan net zo ongemakkelijk zou worden als gisteren met die jongeman.
Plotseling besefte ze waar ze de doek van herkende. Die jongeman had het om gehad! Hij had ernaar gerefereerd als ‘kleding’, zou dat het zijn? Het was inderdaad wel warm; tegen het einde van de middag begon het kouder te worden en sloeg Emily de doek om haar schouders.
Haar maag bromde en ze verlangde wanhopig naar het water, naar zeewier, naar bewéging. Ze wilde graag leren lopen, maar wist dat ze raar aangekeken zou worden als ze dat nu zou proberen. Daardoor was het wel één van de saaiste dagen van haar léven.
Veel mensen hadden in talen gesproken die ze niet kende en daardoor kon ze niet eens verstaan wat er gezegd wordt, als enige vermaak. Ze was dan ook erg blij toen het laatste gezinnetje – een man, een vrouw en een klein, blond jongetje – hun spullen oppakten en wegliepen. Toen ze uit het zicht waren, durfde Emily zich pas écht te verroeren. Ze ging op haar knieën zitten, net als ze de avond ervoor had geoefend, en probeerde zich langzaam maar zeker naar voren te werken. De zee had zich teruggetrokken en de afstand die ze moest overbruggen, was een stuk verder, waardoor het veel langer duurde dan gehoopt. Met nog een paar meter te gaan, nam ze kort een pauze, maar ze schrok op toen ze iemand plotseling hoorde praten.
‘Heb je hulp nodig?’

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen