Foto bij Hoofdstuk 60

Voorzichtig kijk ik om me heen. Nog steeds zie ik geen van mijn vrienden. Natuurlijk is Harry er maar dat is een speler. Fred en George zijn er ook, maar hun stelle me niet echt gerust. De personen die me echt gerust kunnen stellen zijn er niet. ik hoor Fred lachen om een grapje van zijn broer en verbaast kijk ik op. Ze kijken naar mij en glimlachen. Ze begin tegen me te praten maar wat ze zeggen komt niet echt binnen. Ik ben om heen aan het kijken of ik ergens mijn vrienden zie, maar nergens zie ik het witblonde haar van Draco, de bruine krullen van Hermelien of het warrige rode haar van Ron. ik zucht en kijk naar de tweeling. Ze lachen en drukke beide een kus op mijn wang.
‘Veel succes Roxy.’ Zeggen ze en lopen dan bij me weg. Langzaam loop ik op Carlo en Harry af en ga langs ze staan. Ze trekke beide hun joggingbroek en trui uit, en ik volg hun voorbeeld. De wind snijd als koude messen in mijn huid. Ik begin te klappertanden en sla mijn armen om me heen. Carlo kijk t me aan en slaat lief een arm om me heen. Hoe kan hij het nog zo warm hebben. Is koud zijn een meiden ding. Altijd slaat een jongen dan lief zijn warmen armen om je heen om je op te warmen. Misschien weet mijn lichaam gewoon dat ik iemand nodig heb en stel ik mezelf aan. ik kijk om me heen en ik zie dat iedereen al klaar staat voor de start. Vlug loop ik bij Carlo weg en ga op mijn plek staan. Ik kijk naar Harry en knik bemoedigend naar hem. Hij knikt terug en word vastgepakt door Dolleman. De man propt iets in Harry’s mond waardoor hij stikt. Zodra het kanonschot afgaat valt de jongen het water in en spring ik achter hem aan. Zodra het water mijn lichaam omringt pakt ik mijn stok en zwaai ik er een keer mee.
‘Syreni,’ Probeer ik te zeggen, maar er komen vooral bubbels uit mijn mond. Ik kijk naar mijn benen en zie ze langzaam tegen elkaar groeien. Langzaam verandert de huid van mijn benen naar een groen schubbighuid. Ik open mijn mond en merk dat ik gewoon kan ademhalen. Ik zwem naar boven en spring het water uit. ik maak een salto in de lucht en duik weer terug het water in. Zodra ik weer diep het water ben in gedoken hoor ik het nummer van de Meermensen. Ik duik steeds dieper en begin ook steeds sneller te zwemmen. Het gezang word steeds helderder en duidelijker. Ik kijk om me heen en zie dat ik een stadje ben in gezwommen. Alle huizen lijk op ruïnes van een oude romeinse stad. Midden in de stad op een soort marktpleintje zie ik vijf gedaantes. Ik zwem er dichter op af en zie dat de vijf gedaantes op hun plek word gehouden door een soort zeewier. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en herken de vijf mensen. Gabrielle het zusje van Fleur en Cho de vriendin van Carlo. Ik zwem ze voorbij en kijk naar Ron en dan naar Hermelien. Ron is er zeker weten voor Harry en Hermelien voor Viktor. Ik zwem ze voorbij en glij met mijn hand over de jongen zijn bleke huid. Dit verklaard waarom hij er niet voor me was. Maar waarom hem? Waarom Draco? Ik haal met mijn staart uit en snij het zeewier los. Ik pak Draco bij zijn hand vast en trek hem mee. Langzaam voel ik dat ik het benauwd krijg en kijk ik naar beneden. De groene kleur van de schubben begint te verdwijnen en mijn benen komen weer terug. Is het uur nu al om? Ik neem een hap lucht en begin met mijn benen te spartelen. Ik laat de jongen los en duw hem richting de oppervlakte. Dit ging veel te makkelijk! Dit kan het niet het einde zijn!

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen