Foto bij Scar 40

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ze kijkt weg. 'Nathan, het... het is niet dat ik het niet... niet wil, maar... ik wil mijn baan niet op het spel zetten. En ik... ik weet niet of het het risico waard zal zijn. En dan is er nog...' Ze maakt haar zin niet af, waardoor ik niet weet wat ze wilde zeggen. Ondanks dat ik brand van nieuwsgierigheid, vraag ik er niet naar.
'Ik begrijp het.'
Als iemand me tijdens onze eerste ontmoeting had verteld dat zij de persoon is waar ik meer naar zal verlangen dan wie dan ook, had ik diegene in hun gezicht uitgelachen. Maar nu ik hier sta, beseffend dat ik hopeloos verliefd ben geworden op Paige Bourgeoiselle, kan ik niet één reden bedenken waarom ik haar ooit de rug toe zou willen keren.

Wanneer ik die avond weer thuis aankom, blijft alles door mijn hoofd malen, brandt het als een onverbiddelijk verlangen onder mijn huid.
‘Ik wil niet dat je weggaat,’ had ze gezegd.
‘Als je me vraagt om te blijven, blijf ik,’ had ik geantwoord.
Maar ze zei dat het niet kon en ondanks dat ik niet exact wist wat ze bedoelde, voelde ik aan dat ze gelijk had. Dus ik was weggegaan, met lood in mijn schoenen.
Thuis aangekomen dwaalde ik even door mijn appartement, heb even uit het raam gekeken, maar daarna pak ik mijn mobiel. Ik druk op een paar knoppen en zet de telefoon aan mijn oor.
'Help,' stoot ik uit zodra iemand opneemt.
'Ik... wat? Nathan? Ben jij dat? Is... Wat is er aan de hand?' sputtert Marco en ik hoor hem op de achtergrond haastig heen en weer lopen.
'Alsjeblieft, ik heb je hulp nodig,' smeek ik hem. 'Ik ben verliefd op Paige.'
Ik hoor hoe hij opgelucht neerploft op een stoel, of een bed, of bank of waar hij ook wel niet uithangt.
'Jezus, Nathan, ik dacht dat je ergens in een greppel dood lag te bloeden of zo,' zegt hij als een strenge ouder, maar daarna begint hij te grinniken. Het gaat langzaam over in een onbeheerst lachen en ik hoor hoe hij op zijn bovenbeen slaat. Nadat het ergste schaterlachen voorbij is, weet hij uit te brengen: 'Sorry. Ik... ik had gewoon echt niet gedacht dat ik jou zoiets óóit zou horen zeggen.'
'Maak er alsjeblieft geen grappen over,' zeg ik op smekende toon, een verwrongen frons op mijn gezicht die hij gelukkig niet kan zien. 'Het is echt heel erg.'
Zijn toon is ernstiger wanneer hij daarop vraagt: 'Hoe erg?'
'Echt... het is echt heel erg. Als ik bij haar ben, kan ik er alleen maar aan denken hoe het zou zijn om haar vast te houden. En als ik niet bij haar ben, kan... kan ik ook alleen maar denken aan hoe het zou zijn om haar vast te houden. Marco, je moet begrijpen...' Ik ben even stil en bijt op mijn lip. 'Haar familieleden - ik zou je dit eigenlijk niet moeten vertellen, dus je houdt hier de rest van je leven je kop over, begrepen? - zijn stuk voor stuk klootzakken. En als je alle liefde die ze haar gegeven hebben bij elkaar optelt, kom je nog niet eens op een tiende van wat ze verdient. Marco... ik... ik wil zo veel van haar houden dat ze nooit meer zal weten hoe het is om zich ongeliefd te voelen.'
'Dat... dat klinkt inderdaad best ernstig,' beaamt hij.
'En dat is niet eens het enige,' kreun ik radeloos. 'Als ik een andere vrouw zie... ik... ik zie nog steeds wel of ze aantrekkelijk is of niet, maar ik voel er niks bij. Ik ben niet eens een béétje geneigd om met ze naar bed te gaan. Ik kan alleen maar aan haar denken. Ik wil alleen maar haar.'
Even is het stil. 'Ik ben bang,' concludeert hij dan, 'dat je heel erg verliefd op haar bent.'
'Ja, dat weet ik zelf ook wel,' snauw ik hem toe, waarna ik wanhopig zucht en een hand door mijn haar haal. 'Maar... maar hoe kom ik er vanaf?'
Hij begint te lachen. 'Daar kom je niet vanaf. Je kan geen magisch toverdrankje drinken en het dan opeens laten verdwijnen.'
'Ja, maar... Ik moet toch íéts doen? Ze wil niet, Marco. En dat snap ik. We zijn collega's. En ze is helemaal niet toe aan een relatie. En ik begrijp precies wat ze bedoelt. Echt. Marco, ik wil dit helemaal niet! Ik was gewoon van plan om een paar katten te kopen en een griezelige, oude vent te worden met zo'n stoffen zakdoek. Niet... niet dít!' Ik plof met een zucht op mijn bank neer.
Het duurt even voordat Marco antwoordt. Ik kan de frons op zijn gezicht bijna zien wanneer hij zegt: 'Ze maakt je echt gelukkig, of niet soms?'
Ik laat een gekwelde kreun horen. 'Ja.' Even zwijg ik, maar dan laat ik een vloek ontsnappen. 'Kon ze me niet even van te voren waarschuwen dat ze zo geweldig is?! Maar dat komt natuurlijk omdat ze het zelf niet doorheeft. Ik meen het, ze ziet het echt niet. Het is gewoon belachelijk. God, wat is mijn leven toch ook echt één grote rotzooi.'
'Het is onze rotzooi. Hier komen we wel uit,' probeert hij me gerust te stellen, maar ik begin me langzaamaan te realiseren dat er helemaal niets is wat me gerust zou kunnen stellen. 'En als ze "de ware" voor je is, komt het vanzelf wel goed. Alles komt vanzelf wel goed.'
'Ja, het zal wel,' mompel ik. Het is me wel duidelijk dat dit niet gaat helpen. 'Ik zie je morgen wel weer, oké?'
'Oké, tot dan.'
Ik leg mijn telefoon weg en opeens ben ik kwaad op iedereen. En vooral op mezelf, met mijn stomme hart wat er uitgerekend nú voor kiest om me iets anders te laten voelen dan pijn. En ook op Paige, gewoon omdat ze zo mooi is, vanbinnen en van buiten. En ik ben boos op Marco, met zijn volmaakte leven en volmaakte vrouw, die naar hem kijkt alsof ze de dingen van hem waar ze het meest van houdt tussen de pagina's van een boek wil persen en vast wil plakken om er later dolgelukkig doorheen te kunnen bladeren. We waren beste vrienden, Marco en ik, en nu voel ik me verlaten in de kleur van eenzaamheid die als een deken over me heen lijkt te liggen. Maar dan herinner ik me dat Hailey, Marco’s vrouw, jarenlang in angst geleefd heeft onder de onderdrukking van haar gewelddadige ex, en dat ze misschien nooit meer zal genezen van de kanker die zich uitgerekend in háár lijf genesteld heeft, in het lijf van iemand die niet nog meer pijn verdient. En mijn boosheid dooft, maakt plaats voor het schuldgevoel dat achterblijft.
Verbitterd over mijn eigen egoïsme pak ik een met ijzige patronen versierd whiskyglas wat ik tot net onder de helft vul met scotch. Ik leun met mijn ellebogen op het donkere, koele aanrecht en hou het glas tegen mijn voorhoofd, mijn ogen gesloten. Dan giet ik het in één keer achterover en slik het met moeite door. Het brandt in mijn keel. Ik zucht en leg het glas weg. Moedeloos verberg ik mijn gezicht in mijn handen en na een paar minuten reik ik weer naar de fles drank. Nog ééntje, denk ik bij mezelf. Ééntje maar.
Uiteindelijk worden het er vijf. En ik voel me alleen.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Awhh... Ik vind dat Marco, Paige en Nathan samen moet laten zijn!!!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen