Foto bij Scar 41

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Verbitterd over mijn eigen egoïsme pak ik een met ijzige patronen versierd whiskyglas wat ik tot net onder de helft vul met scotch. Ik leun met mijn ellebogen op het donkere, koele aanrecht en hou het glas tegen mijn voorhoofd, mijn ogen gesloten. Dan giet ik het in één keer achterover en slik het met moeite door. Het brandt in mijn keel. Ik zucht en leg het glas weg. Moedeloos verberg ik mijn gezicht in mijn handen en na een paar minuten reik ik weer naar de fles drank. Nog ééntje, denk ik bij mezelf. Ééntje maar.
Uiteindelijk worden het er vijf. En ik voel me alleen.

Wanneer ik de volgende ochtend op werk aankom, hangt er een gespannen, bedrukte stemming. Mijn blik vindt Paige en ik loop naar haar toe. Haar mondhoeken wijzen naar beneden. Ze heeft haar armen over elkaar geslagen, maar aan haar houding zie ik dat het niet brutaal of uitdagend bedoeld is, zoals vaak het geval is, maar eerder alsof ze zich bij elkaar probeert te houden. Het ziet er bijna uit als een te strak gebalde vuist.
'Wat is er aan de hand?' vraag ik zachtjes.
'Een vermissing,' antwoordt ze zachtjes en ze slikt. 'Een meisje van vijf.'
Vijf. Een meisje van vijf. Het gaat niet om een tiener die na een ruzie is weggelopen en hun ouders ongerust achter heeft gelaten. Het gaat over een meisje van vijf.
Iets als dit heb ik nog maar één keer eerder meegemaakt. Het enige verschil was dat het vermiste meisje in mijn geval zes was en dat ze met haar ouders en oudere zus bij mij in hetzelfde appartementencomplex woonde. Ik kwam op werk aan en de vader was snikkend naar me toegesneld. Hij had zich vastgeklampt aan mijn uniform terwijl hij me smeekte te helpen. Daarna was zijn andere dochter, die toentertijd acht was, huilend in mijn armen gevallen. Ik was de enige met wie ze wilde praten, maar uiteindelijk heeft het niks opgeleverd. Drie jaar later en de zaak is nog steeds niet gesloten. Eigenlijk heeft er niemand de laatste tijd nog aan gewerkt. Een paar maanden geleden heb ik het dossier nog ingekeken, maar er is niets waar we iets mee kunnen.
Ze zijn nu verhuisd naar een rijtjeshuis een paar straten verderop. De moeder glimlacht altijd naar me wanneer ze me ziet, maar het bereikt haar ogen niet. Af en toe komt de vader nog vlug naar me toe om te vragen of ik misschien meer weet, maar daar is hij een jaar geleden mee opgehouden en nu kijkt hij gewoon snel weg, alsof hij er dan misschien niet weer de hele dag over zal piekeren. De dochter is de grote zus van een naam die zo nu en dan opduikt, maar als ik zie hoe leeg haar blik soms kan zijn, vermoed ik dat het niet voelt alsof ze ooit nog iemands zus zal zijn.
'Hoe lang is ze al vermist?' vraag ik zachtjes, ook al weet ik dat ik niet aan deze zaak zal moeten werken.
'Tien uur.'
Het klinkt kort, maar er kan een hoop gebeuren in tien uur. Zeker bij een meisje van vijf.
'Rot op met je "standaardprocedure"! Mijn dochter is vermist! Mijn kleine meisje...' hoor ik de vader dan roepen vanuit de ruimte hiernaast, waar waarschijnlijk zijn verklaring wordt afgenomen. Even hoor ik gedempte stemmen hem op ernstige toespreken, maar na ene tijdje schreeuwt hij: ‘Zoek dan naar de ontvoerder! Ik ben het niet! Ik weet niet waar ze is! Als ik het wist, dan...’
Hij maakt een verstikt geluid en kan zijn zin niet afmaken, omdat hij overduidelijk in tranen uitbarst.
Ik kijk snel weg van de deur, alsof ik ze aan het bespieden was en me daar nu voor schaam. Dan zie ik dat Paige me fronsend aanstaart.
‘Wat is er?’ vraag ik.
Nu wendt zij haar blik af. ‘Het... laat maar.’ Even is ze stil, maar dan vraagt ze toch: ‘Gaat het?’
Opeens voelt het alsof ik een geheim bij me draag, ook al zou ik niet weten wat.
‘Hoezo?’ vraag ik net een tikkeltje te argwanend.
‘Gewoon. Je... je ziet er wat... ziekjes uit?’
Aha. Ze heeft het over de kater die ik - blijkbaar tevergeefs - heb geprobeerd te verbergen. Ik haal mijn schouders op en zeg: 'Dat komt wel weer goed.'
Ze kijkt me even peilend aan, maar knikt dan en vraagt niet verder. We blijven lang in stilte staan, het gesnik van de ouders gedempt op de achtergrond, maar dan hoor ik opeens Marco's stem bij de deur die naar de gang leidt die ons roept. Zwijgend lopen we achter hem aan naar zijn kantoor, ook al kijkt Paige me heel even met een vragende blik aan die ik beantwoord met een schouderophaal ten teken dat ik ook niet weet wat er aan de hand is.
In zijn kantoor staan voor het bureau twee stoelen waar we op moeten gaan zitten. Ik zie dat Paige haar handen afveegt aan haar broek en zenuwachtig naar de commissaris kijkt.
'Goedemorgen,' begint Marco. Hij probeert formeel te klinken, maar hij is duidelijk niet helemaal in zijn element. Na drie keer zijn keel te hebben geschraapt, gaat hij verder. 'Zoals jullie waarschijnlijk wel gehoord hebben, is donderdag in Parijs een formaliteit voor politieagenten vanuit een hele hoop landen.'
Ik knik en in mijn ooghoek zie ik dat Paige ook doen, ook al werpt ze me een vragende blik toe die me vertelt dat ze geen flauw idee had dat zoiets bestond. Ik zou het zelf ook niet weten.
'Dit jaar is besloten dat ik een van de gasten zou zijn, samen met mijn vrouw, maar vanwege privé-omstandigheden heb ik dat aanbod moeten afwijzen,' legt hij verder uit. Ik verbleek. Zou er iets mis zijn met Hailey? 'Daarom kreeg ik de keuze om twee afgevaardigden te kiezen om mijn plaats in te kiezen. Ik had jullie hiervoor in gedachten. De reis en het verblijf worden volledig voor jullie betaald. Ik weet dat je nieuw bent, Bourgeoiselle, maar gezien je ervaring met Frankrijk leek jij toch ook een voor de hand liggende keuze.'
Paige knikt.
'Dus...' Hij klapt in zijn handen. 'Stemmen jullie daarmee in?'
We wisselen een korte blik en zeggen dan dat we bereid zijn het te doen. Hij knikt en vertelt dat we vandaag vrij krijgen om ons voor te bereiden en morgenochtend ons om negen uur moeten melden om naar het vliegveld gebracht te worden. Vrijdag zal aan het eind van de ochtend ons vliegtuig weer terug naar Nebraska gaan. Na een iets te lange stilte geeft hij aan dat we mogen gaan, alsof hij vergeten was dat hij dat nog moest zeggen.
Nadat Paige is opgestaan, vraagt ze aarzelend: 'Weet u toevallig al hoe het afgelopen is met de vermissingszaak?'
Marco's uitdrukking lijkt opeens te veranderen. Je kunt het geen verharden noemen, maar hij wordt duidelijk wel ineens een stuk serieuzer. De trekken rond zijn mond verstarren en er lijkt een schaduw over zijn gezicht neergedaald te zijn. 'Het is zojuist overgedragen aan moordzaken.'
Paige heeft eerder door wat hij bedoelt dan ik. 'Wanneer hebben ze haar lichaam gevonden?'
'Ze is tien minuten geleden geïdentificeerd. Als het goed is vertelt iemand het nu aan de ouders.'
'Wat erg,' zegt ze, wat hij beaamt. Ik zou het ook verschrikkelijk moeten vinden - en als ik er met mijn hoofd bij was geweest, zou dat ook zo zijn - maar ik ben ineens doodsbang.
'Marco, kan ik je nog heel even spreken?' vraag ik. Mijn poging om mijn stem normaal te laten klinken mislukt jammerlijk.
Hij knikt en op het moment dat Paige weg is, zet ik zenuwachtig een stapje naar zijn bureau toe.
'Nathan, ik weet dat het niet ideaal is dat ik uitgerekend jullie twee op reis stuur, maar ik vertrouw jullie meer dan-'
'Dat kan me echt helemaal geen fuck schelen. Hoe gaat het met Hailey?' stoot ik nerveus uit en ik kijk hem gepikeerd aan, bijna smekend.
Hij fronst. 'Wat? Hoezo?'
'Jullie kunnen niet op reis, dus dat betekent dat haar gezondheid achteruit is gegaan. Hoe erg is het?'
Hij lijkt te ontspannen, terwijl ik juist tranen in mijn ogen dreig te krijgen. 'Het gaat prima met haar. Haar conditie is juist echt heel erg verbeterd. Maar we willen het risico niet nemen, voor het geval dat.'
Er glijdt een druk van mijn schouders en even vallen mijn ogen dicht. 'Jezus Christus, Marco, je mag me nooit meer zo erg laten schrikken.'
Hij buigt zich voorover, alsof hij me geruststellend aan wil raken, maar doet het dan toch niet. 'Het spijt me. Ik had er niet aan gedacht. De volgende keer zal ik proberen eraan te denken.'
'Doe haar in ieder geval de groeten van mij. Zeg maar dat ik heb gezegd dat ze goed op je moet passen in mijn afwezigheid,' zeg ik met een knipoog, bang dat ik net iets te chagrijnig overkwam. Ik probeer te doen alsof alles weer goed is, maar het trillen van mijn handen kan ik moeilijk ontkennen.
Hij rolt met zijn ogen. 'Dat kan ik beter andersom zeggen, eigenlijk.' Hij staat op en loopt om het bureau heen naar me toe. Hij legt een hand op mijn schouder en kijkt me serieus aan, maar ik ken me lang genoeg om te weten dat er een slechte grap gaat komen terwijl hij zijn gezicht niet in de plooi gaat kunnen houden. 'Ik weet dat het waarschijnlijk heel moeilijk is om in de stad van de liefde niet nog schaamteloos harder voor Bourgeoiselle te vallen, maar weet dat áls ze goed in bed blijkt te zijn, ik dat absolúút niet van mijn werknemers wil weten en je zeker je bek moet houden. Oké?'
Nu is het mijn beurt om mijn ogen te rollen.
'Ik heb echt wel iets van zelfbeheersing.' Mijn stem wordt iets serieuzer. 'Ik ben oprecht niet van plan om iets te doen, voor de duidelijkheid. Ze wil niet en ik heb daar respect voor, oké?'
Hij knikt een geeft me een klopje op mijn bovenarm. 'Weet ik.'
Voor het eerst in tijden hebben we een echt gemakkelijk, luchtig gesprek, met flauwe grappen en geplaag, wat me doet denken aan vroeger, toen alles zo veel simpel was; toen hij mijn baas nog niet was, toen ik nog niet gebukt hoefde te gaan onder het gewicht van mijn zusjes dood, toen hij niet regelmatig midden in de nacht wakker werd uit angst dat zijn vrouw naast hem niet meer zou leven. Aan de ene kant doet het me goed, maar aan de andere kant doet het me denken aan de mate waarin ik mezelf verloren heb.

Weer aangekomen in de kantine, knijp ik even mijn ogen dicht tegen het felle licht, dat niet bepaald helpt met de kater. Ik had echt niet zo veel moeten drinken. Ik open ze weer nadat ik een zacht tikje tegen mijn schouder voel. Het is Paige. Ze graait met een hand in haar jaszak.
'Pijnstiller?' vraagt ze, waarna ze een verpakt pilletje in haar open handpalm voor zich uitsteekt. Het lijkt bijna wel een drugsdeal. 'Ik heb er altijd een bij, voor de zekerheid.'
'Waarom?'
'Volgens mij hebben alle vrouwen meestal wel iets bij de hand, voor het geval dat.'
'Welk "geval dat"?' vraag ik en opeens voel ik me echt heel dom, want ik kan zo gauw niet bedenken waarom.
Ze smoort een zenuwachtige lach. 'Nou, Nate, het zit zo. Als een man en een vrouw héél veel van elkaar houden, kunnen ze iets doen waardoor de vrouw zwanger kan worden. Voordat dat gebeurt, moet ze echter wel vruchtbaar zijn, wat van tevoren elke maand resulteert in een periode van ongeveer drie tot zeven dagen van-'
'Oké, oké, ik snap het,' zeg ik snel.
'Ach, stel je niet zo aan, man. Wil je die kloterige pijnstiller nou nog of niet?'
Even twijfel ik. 'Graag,' zeg ik dan.
Ze geeft me het pilletje en een flesje water en ik werk het plichtmatig weg. Wanneer ik het flesje weer teruggeef, vraagt ze: 'Hoeveel Frans spreek je eigenlijk?'
Heel lang ben ik stil, met tandwielen die in mijn hoofd kraken. Dan weet ik moeizaam uit te brengen: 'Je parle un petit peu Français.'
Ik zie dat ze haar gezicht wanhopig graag in de plooi probeert te houden en haar hand voor haar mond doet. Ik kijk haar beledigd aan.
'Nee, echt. Het spijt me,' brengt ze half-lachend uit. 'Zo bedoel ik het niet. Het is echt goed verstaanbaar, hoor, maar... Je hebt echt zo'n Hollywood accent.'
Toepasselijk, aangezien mijn leven een soort slechte Hollywood B-film lijkt te zijn geworden.
'Zó erg is het toch niet?' vraag ik spottend.
Ze haalt onverschillig haar schouders op. 'In vergelijking met de meeste andere Amerikanen is het zeker goed, maar in Frankrijk... laten we het erop houden dat ze daar weigeren Engels te spreken en je maar geluk hebt dat ik het wél echt spreek.'
Ik rol met mijn ogen en grijns. 'Ja. Ik heb echt maar geluk met jou.'

Reacties (1)

  • BethGoes

    'Je parle un petit peu Français.'


    Prachtig

    (Y)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen