Foto bij O1 -  You are in trouble - Ella

'Austin?' Verbaasd loop ik op hem af. Hij is duidelijk gestrest. Hij weet dat ik niet gestoord kan worden tijdens mijn werk omdat ik met patiënten bezig ben, maar nu moet het dringend zijn. Als hij mij ziet, staat hij op van de stoel waarop hij zat en loopt mij tegemoet. ‘Hee’ glimlacht hij.
Ik pak zijn hand en knijp er in. ‘Wat.. waarom ben je hier?’ Austin is niet snel gestrest, hij is juist de nuchtere van ons twee.
‘Kunnen we ergens even praten? Dan leg ik je het uit' Ik laat hem los, hij heeft gelijk. Hier is niet de ideale plek om te praten. 'Wacht even' Ik loop naar de balie. Daar zit mijn leidinggevende voorovergebogen over een dossier. 'Kaylee? Kan ik mijn pauze nu al nemen? Austin is hier en wil graag praten' Kaylee kijkt op. ‘Ik kijk even voor je’ antwoord ze. De pen waarmee ze druk aan het schrijven was legt ze neer, en neemt de computermuis in haar hand. Ze klikt wat en het rooster van deze afdeling springt in beeld.
‘Ja, dat kan. Ik vraag Lena even of ze een kwartiertje later pauze wil nemen.' Ik bedank haar, en ga terug naar Austin.
Ik vertel hem dat ik een kwartier pauze heb. Samen lopen we naar de personeelsruimte waar we een rustig plekje zoeken.
Een van de stoelen aan de tafel schuif ik naar achter en neem er plaats op. Austin neemt mijn voorbeeld.
'Louis zit weer in de problemen’ begint hij. ‘Hij heeft knallende ruzie gehad thuis. Zijn moeder heeft hem toen op straat gezet en verteld dat hij nooit meer hoeft terug te komen. Hij is toen compleet door het lint gegaan en opgepakt door de politie.' Even wrijft hij over zijn arm. 'Jeetje,' antwoord ik verbijsterd.
'Hij heeft mijn nummer gegeven aan de politie en nu kan ik hem komen ophalen. Alleen heeft hij geen onderdak meer. Bij zijn ma hoeft hij niet meer te komen. En ja, je weet hoe Louis is...' zucht Austin. 'Als hij op straat leeft, gaat hij zijn broer achterna.' Plakt hij er aan vast. 'Ik denk dat we hem tijdelijk moeten opvangen.' Meteen spoken er duizend vragen door mijn hoofd. Louis in huis nemen is niet niks. Austin is al een tijd bevriend met hem en ik heb al vaak verhalen gehoord die mij niet aanstaan. Bovendien hebben we de ruimte helemaal niet.
'Hoe dan? We hebben helemaal geen ruimte' Ik bijt op mijn nagel. Austin ziet het en pakt mijn beide handen beet.
'Jij kunt bij mij slapen. En Louis tijdelijk in jou kamer.' Een grijns siert zijn lippen. Bij Austin slapen vind ik geen probleem. Al een tijd vind ik hem leuk. ‘Emh ja ik weet het niet’ geef ik eerlijk toe. ‘Louis is niet bepaald makkelijk’ Austin knikt. ‘Ik weet het. Misschien dat hij juist bij ons rust kan vinden, en zijn leven kan beteren’ Daar heeft Austin gelijk in. Uiteindelijk besluit ik dat ik Louis één kans wil geven, en er dus mee in stem dat hij bij ons intrekt.
'Laten we het met Riley overleggen' Austin knikt en staat op van zijn stoel. 'Denk je dat je eerder weg kan?' Ik sta ook op en haal mijn schouders op. 'Ik weet het niet. Ik moet het met Kaylee overleggen' antwoord ik. Samen lopen we terug naar de balie waar Kaylee zit. Ze adviseert mij om iemand van de avond dienst te bellen met de vraag of hij/zij eerder wilt komen. Met de ziekenhuis telefoon bel ik meerdere dames tot Valerie zegt eerder te willen komen.
Als ze er is bedanken we haar en vertrekken dan naar huis.


'Hee,' roep ik hard onder aan de trap wanneer we thuis zijn. 'Hallo?' klinkt er verbaasd van boven. Als we beiden onze schoenen uitgetrokken hebben, gaan we naar boven. Omdat we een appartement hebben moeten we eerst een trap op voordat we echt binnen zijn. 'Ben je al klaar met werken?' vraagt Riley verbaasd als ze mij ziet.
'Nee, Austin en ik willen wat bespreken met jou. En daarom ben ik eerder weggegaan van mijn werk,' leg ik uit.
'Oh, is er wat aan de hand?' Ze laat zich op de bank zakken en kijkt ons verbaasd aan. Austin loopt naar de keuken, waar hij drie glazen pakt en deze vult met water. Kort glimlach ik terwijl ik hem bekijk. Austin is altijd zo lief voor iedereen, zelfs nu het met zijn beste vriend niet goed gaat. Ik richt mij weer tot Riley en ga naast haar zitten.
'Louis, een goede vriend van ons, zit in de problemen. Op dit moment zit hij op het politiebureau.' Riley kijkt mij verbaasd aan. 'Oh echt.' antwoordt ze. Even kijk ik Austin. Hij glimlacht en komt naast mij zitten. 'Louis is een jongen met een goed hart. Alleen is hij erg beschadigd. Door omstandigheden gaat het niet goed met hem. Hij is uit huis gezet door zijn moeder en zit nu zonder woning. Als hij op straat gaat leven of bij vrienden gaat het alleen maar slechter. Zijn broer is een paar jaar geleden uit huis gezet en met hem gaat het heel slecht. Drank- en drugsverslaving onder andere,' legt hij rustig uit.
'We willen aan jou vragen of jij het goed vindt als Louis hier tijdelijk komt wonen.' Riley leunt naar voren en staart in de ruimte. 'Maar wat is er dan allemaal gebeurd met hem?' vraagt ze na een korte stilte. 'Ik denk dat Louis dat beter zelf kan vertellen. Hij heeft het erg moeilijk en praat er niet graag over. Ik denk niet dat hij het fijn vind als wij dat vertellen,' leg ik aan haar uit. Ze knikt en neemt een slok. 'Maar we hebben niet echt ruimte voor hem. Tenzij je hem op de bank wilt laten slapen.' concludeert ze. Ik voel hoe mijn gezicht rood aanloopt als Austin uitlegt dat ik bij hem kan slapen. Riley grijnst. 'Dat kan ook.' lacht ze. 'Ik vind het prima als hij hier intrekt zolang hij zich maar een beetje gedraagt.'

'Jullie komen voor de heer Tomlinson?' Een lange, brede man blijft voor ons staan. Alsof hij rechtstreeks uit zo'n typische politiefilm komt. 'Ja, klopt. Wij komen hem ophalen.' Austin staat op en schudt de man zijn hand.
'Kom maar mee.' Een van de eerste deuren gaan we rechts, waarna we in een kantoortje komen.
'Neem plaats.' Beiden gaan we zitten en de agent zelf neemt plaats achter het bureau.
'Gisterenavond kregen we een melding dat Tomlinson hard aan het schreeuwen was met zijn moeder. Ter plekke bleek hij inderdaad erg van streek te zijn. Zo erg dat we hem hebben meegenomen om rustig te worden. Hij wil niks loslaten waarover hij ruzie had,' vertelt de agent. Austin knikt. Hij kent Louis door en door. 'Ik praat wel met hem.' Stelt Austin de man gerust. Weer knikt de agent. 'Hij komt er nu zonder problemen vanaf, maar laat hem niet weer overlast bezorgen.'
'Ik ga hem even halen.' De agent verdwijnt uit het kantoor en samen blijven we achter.
'Hij zal wel chagrijnig zijn,' zucht Austin en wrijft over zijn voorhoofd. 'Ik hoop dat hij zich thuis een beetje rustig houd.' zucht ik. Ik leg mijn hoofd tegen de schouder van Austin. 'Als hij zich niet gedraagt moeten ook wij hem op straat zetten.'
Tijd om te antwoorden heb ik niet, want de agent stapt samen met Louis het kantoor in. Beide gaan we rechtop zitten.
'Hi,' grijnst Louis. 'Hee,' antwoorden we.
'Ik hoop je niet nog een keer te zien, Tomlinson. Let goed op jezelf en ga je broer niet achterna.' Meteen schieten mijn ogen naar Louis. Hij kan het absoluut niet hebben als iemand zo over zijn broer praat.
'Pardon?' Louis kijkt de agent fel aan. 'Lou, kom maar. 't Is goed zo.' Austin duwt hem aan zijn schouder het kantoor uit.

'Maar waarom ben je meegenomen door de politie?' probeer ik voorzichtig als het even stil geweest is. Louis zucht en leunt met zijn hoofd tegen het raam.
'Ik had ruzie met m'n ma. Ze was hartstikke dronken en schreeuwde alleen maar tegen mij. Allemaal beschuldigingen over mijn broer en mij en toen was ik er klaar mee. Ik ben kwaad geworden en, nadat ze mij in mijn gezicht sloeg en vertelde dat ik op moest rotten, ben ik naar buiten gegaan. En daar kwam net de politie aanlopen. Ja, en toen ben ik een beetje heel erg kwaad geworden.' Hij zucht diep. Even is het stil. Kort kijk is Austin aan. Ze moesten eens weten wat Louis allemaal te verdragen heeft.
'Deed het pijn wat je moeder tegen je zei?' Even is het stil. Als het lang stil is, draai ik me om. Louis zit voorovergebogen in elkaar. Doodstil, maar zijn schouders schokken.
'Hij huilt,' fluister ik zacht tegen Austin. Even kijkt hij om en dan kijkt hij weer naar mij. Hij huilt nooit.
'Stop even, dan ga ik achterin zitten.' Ik wijs naar een kleine zijweg. Niet veel later zit ik achterin en zit Austin gedraaid in zijn stoel. Louis zegt niets. Voorzichtig leg ik mijn hand op zijn schouder. Zijn spieren spannen zich meteen aan en hij krimpt verder in elkaar.
'Rustig maar. Het is oké.' Ik wrijf langzaam met mijn duim heen en weer. Hij schudt zijn hoofd en gaat rechtop zitten. Zijn ogen zijn rood en de paniek is van zijn gezicht af te lezen.
'Laat me maar. Het gaat wel.' Hij draait zijn gezicht weg en staart naar buiten. Austin buigt zich terug naar voren en start de auto. Iedereen is doodstil; alleen de radio is zachtjes te horen op de achtergrond.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen